De

meest gelezen

man van Nederland

Interview

Kees Beentjes is de bekendste filmvertaler van Nederland. Hij ondertitelde meer dan zeshonderd films. Zijn doel? „ Dat de kijker nooit het gevoel heeft dat hij aan het lezen is.”

tekst Thomas Rueb

foto’s Lars van den Brink

Goede ondertitels maken een film niet beter, maar slechte kunnen hem verpesten

Dus ú bent de man achter de naam?” Kees Beentjes glundert. „Ik ben het echt.” De filmjournalist bekijkt hem nieuwsgierig. Beentjes schudt zijn hand, en verdwijnt door de klapdeuren van de Amsterdamse bioscoop Tuschinski. American Hustle, zijn laatste werk, kan elk moment beginnen.

Kees Beentjes (59) zou zomaar eens de meest gelezen man van Nederland kunnen zijn. Je kunt lang zoeken naar iemand die nooit iets van hem las. Lukt vast niet. Maar bijna net zo weinig mensen hebben Kees Beentjes ook bewust gelezen. „Ze herkennen mijn naam vaak wel”, zegt hij geamuseerd, „maar ja, waarvan ook alweer?”

Nou, hiervan: ‘vertaling: Kees Beentjes’. Dat is meestal de eerste naam in beeld bij meer dan zeshonderd films. Beentjes is filmvertaler, de bekendste van Nederland weliswaar, maar beroemd word je daar niet mee buiten de filmwereld.

Bijna dertig jaar zit hij nu in het vak. Hij ondertitelde blockbusters en indies, uit het Engels, maar ook het Frans en Italiaans. Zijn absolute specialiteit: grof Amerikaans. Daar bellen de filmmaatschappijen hem het liefst voor.

De vloer van Beentjes’ werkkamer in Castricum ligt bezaaid met filmscripts. Het is georganiseerde chaos. Overal boeken: in kasten, op de grond, in stapels op zijn kolossale bureau. Woordenboeken, encyclopedieën – want een film vertalen, zegt Beentjes, dat doe je niet zomaar. Dat is een intellectuele oefening. „Om je te kunnen inleven moet je je inlezen.”

Wat hem nou zo’n goede filmvertaler maakt? „O, wat moeilijk.” Hij klakt met zijn tong. „Liefde voor film en gevoel voor taal.” En, voegt hij daar grijnzend aan toe: „Precisie. Oh, ik vind het héérlijk, dat gepriegel.”

Je denkt er misschien niet vaak over na, maar ondertitelen is een kunst. Juist omdát je er niet over nadenkt. Het is de kunst van de onzichtbaarheid. Want dat is de paradox van de perfect geschreven ondertitels: „Die vallen je geen seconde op. Het doel van de filmvertaler is dat de kijker nooit het gevoel heeft dat hij aan het lezen is, en het tóch doet.” Beentjes kijkt er plechtig bij. „En dat is heel erg moeilijk.”

Neem zo’n film als Apollo 13, de >> >>bekende astronautenhit met Tom Hanks, die Beentjes in 1995 vertaalde. „Zonder enige kennis van zaken is dat niet te doen”, zegt hij. „In die film zitten zinnen in als: ‘We have maximum gimble-lock!’ Wat móet je daarmee als filmvertaler?” Sommigen zouden er hun schouders over ophalen, maar niet Beentjes. Die zocht contact met Wubbo Ockels, Nederlands eerste ruimtevaarder.

„Wat betékent dat dan, vroeg ik hem. ‘Nou’, zegt die, ‘we hebben maximale gimble-lock.’” Beentjes lacht hard. Na wat over en weer discussiëren, lukte het de twee om een begrijpelijke vertaling te vinden: „Gewoon, ‘maximale uitslag’. Zo hebben de heer Ockels en ik zeker een stuk of vijftig vertaalprobleempjes opgelost. Ik denk dat de Nederlandse kijker Apollo 13 beter begrijpt dan de Amerikaanse.” En ja, daar is hij trots op.

Geweldig vertaald Kees, ik heb er niets van gemerkt

Er zijn niet meer dan twintig fulltime filmvertalers in Nederland. Het is hard werken voor weinig geld en nog minder lof. Want complimenten voor je onzichtbaarheid, die krijg je niet zo vaak: „Geweldig vertaald, Kees, ik heb er werkelijk niets van gemerkt.” Beentjes schudt zijn hoofd en knijpt zijn ogen tot spleetjes. „Dat zou best eens mogen.”

Ondertitelaars zijn freelancers. Beentjes krijgt betaald per ondertitel, per regel tekst die in beeld verschijnt. Hoe meer er in een film gesproken wordt, hoe meer hij vangt. Gemiddeld is dat tussen de 1.500 en 3.000 euro per film, tenzij je een stomme film als The Artist moet vertalen, natuurlijk. Beentjes lacht besmuikt. „Maar gelukkig heeft mijn vrouw een goede baan.”

Hoe is hij ’s lands bekendste filmvertaler geworden? „Het begon allemaal met Eddie Murphy.” Hij recht zijn brilletje. „Maar daar komen we zo op.”

Eigenlijk had Beentjes Formule 1-coureur willen worden, vertelt hij. Als tiener was hij zo’n fervent karter dat hij een semi-professioneel contract kreeg aangeboden bij een team. „Maar mijn ouders gaven geen toestemming. Toen ik een paar dagen weg was, verkochten zij al mijn racespullen.” Droom in duigen. „Dat heeft enorm pijn gedaan.” Tussen de boeken in zijn werkkamer glimmen de karttrofeeën; op zijn 43ste, twee keer zo oud als de andere deelnemers, racete hij nog mee op het NK. Hij werd twaalfde.

„Maar het ondertitelen dus.” Nadat Beentjes stopte met zijn studie – „Andragologie, een soort pedagogiek voor volwassenen” – werd hij filmrecensent met hier en daar een vertaalklusje. Vooral stripboeken „met blote dames”. In 1985 sleepte hij met wat bluf zijn eerste filmklus binnen: Gotcha!, de poster hangt op zijn werkkamer. Ging prima, maar twee jaar later werd de naam Beentjes pas echt een begrip in filmland.

Komiek Eddie Murphy kwam met de opname van zijn stand-upshow Raw. Grofgebekt, razendsnel, zwart – Raw gold als volstrekt onvertaalbaar. Maar Beentjes flikte het onmogelijke, tot verbazing van de studiobonzen. De film werd in Nederland een succes – naast Engeland, als enige Europese land. Zijn inmiddels overleden vakbroeder Paul Silvius („Filmvertaler tot op zijn sterfbed”) zou toen deze fabelachtige woorden hebben uitgesproken: „Ik heb de toekomst van ondertiteling gezien. En zijn naam is Kees Beentjes.”

Stab you with a fuckin’ knife

Beentjes is breedsprakig, en verliefd op zijn vak. Als hij er eenmaal losbarst, dan blijven de woorden komen en komen. Over de 12-tekens-per-seconde-regel („Nóóit meer, dan wordt het lezen werk”), de fouten van collega’s („She went into labour – ze ging naar werk”), over hoe je het beste Nederlandse equivalenten vindt voor Amerikaanse scheldwoorden. „Vertaal motherfucker maar eens.” Tja... Het belangrijkste, volgens Beentjes, is het gevoel dat je erbij krijgt: het Nederlands moet kloppen in de context van de film. „Een gangster zegt geen klojo.” Wat dan wel? „Klootzak!”

Schelms kijkt hij over zijn montuurloze brilletje. „Nu zit ik al drie uur over ondertiteling te praten! Ik verveel je toch niet, hè?” En praat door.

Beentjes: „Oké, we doen een scène: ruwe bonk zegt in een bar tegen een watje: ‘You know what I’d do to you, out there in the Bronx, where I come from, when you’d be talkin’ such crap?’” Beentjes reciteert kurkdroog, vertrekt geen spier. „I’d take you out and stab you with a fuckin’ knife or just stamp the fucking shit out of you.” De man is opgefokt en zegt het in een paar seconden. Hoe ondertitel je dat nou?” Beentjes geeft een paar seconden. „Vooral niet alles willen zeggen: de kijker moet het lezen, maar hij hóórt het ook. Dus: ‘Houd je smoel eens, of ik trek je klotekop van je romp’. Boodschap overgebracht, leessnelheid in orde, ondertitel goed.”

Vertalen kan niet snel. Een week is het minimum voor één film, soms kost het er drie. Uren kan hij doen over één bepaalde zin. Denken, denken, denken.

Die nauwkeurigheid maakt hem goed, maar hij wil ook weleens mensen tegen zich in het harnas jagen. Hij heeft tegenwoordig wat ze noemen ‘een reputatie’.

Die begon met Harry Potter. Beentjes kreeg mot met de filmmaatschappij over zijn ondertiteling, over taaldingen, details. De discussie raakte dusdanig verhit dat toen Beentjes met zijn Groene Boekje in de hand bij de directeur kwam, de studio >> >>vanaf dat moment niet meer met hem wilde werken. En toen de directeur naar een andere maatschappij vertrok, verloor Beentjes ook die als opdrachtgever. „Ja, jij denkt dat je Rembrandt bent, zeiden ze tegen me. Daar heb ik veel verdriet om gehad.” Ook financieel. „Op papier ben ik drie keer failliet gegaan. Het gaat ze in deze business maar om één ding, en dat is geld.”

Is hij niet te principieel om in zo’n principeloze wereld te werken? Hij denkt even. „Misschien wel.” En lacht weer. „Maar het is het mooiste vak dat er is. Ik ga ermee door tot ik neerval. Net als Paul Silvius.”

You’re fired

Het ondertitelvak is flink veranderd door de jaren. Dertig jaar geleden leverde Beentjes zijn werk aan op papier: hij mocht de film één keer zien in een zaaltje en dan werd hij geacht met alleen het script te vertalen. „Weet je wat ik deed?” Hij kijkt om zich heen alsof iemand met hem meeluistert. „Ik smokkelde een opnameapparaatje naar binnen. Kon ik thuis meeschrijven met een geluidsband.”

Tot 1995 werden de letters in lood gegoten, in spiegelbeeld, en met zuuroplossing in de filmrol gebrand. „Het wit van de letters op het scherm is letterlijk niets. Gaten in de film waar de projector doorheen schijnt.”

Zo werkt het natuurlijk al lang niet meer. Op zijn computerscherm speelt Her, een film met Joaquin Phoenix en Scarlett Johansson die donderdag uitkwam en deze zondag kans maakt op een Oscar voor beste film – net als twee andere films die Beentjes heeft vertaald. In het zwart-wit, anders zouden vertalers de film zomaar op internet kunnen zetten. Op een schermpje ernaast tikt Beentjes mee met de tekst, script op schoot.

Ondanks zijn ervaring blijft het elke keer weer spannend, zo’n film vertalen. Straks heeft hij nog een fout gemaakt. Dus gaat hij naar al ‘zijn’ films in de bioscoop. „Eddie Murphy: Raw was de eerste die ik met het publiek in een volle zaal heb gezien. Ik merkte dat je aan het publiek kon voelen of de ondertiteling werkt.”

Ook bij de vertoning van American Hustle in Tuschinski is hij gespannen. „Dit was een van de moeilijkste films die ik ooit heb vertaald. Al die Amerikaanse jaren 70 slang... Ik heb er drie weken over gedaan, en nauwelijks geslapen.”

Als de lichten in de zaal uitgaan, bonkt zijn hart in zijn keel, zegt hij. Maar al gauw ontspant hij. Zo nu en dan voorziet hij de film fluisterend van commentaar. „Oh, nu komt iets leuks.” Of: „Dát was een lastige zin.”

De film valt in goede aarde. Er wordt geapplaudisseerd. Beentjes kan tevreden zijn. „Goede ondertitels maken een film misschien niet beter dan hij is, slechte kunnen hem wel degelijk verpesten.”

Functioneel of niet, soms kom je in de ondertitelbusiness ware kunststukjes tegen. „Pareltjes. Deze komt niet van mij, maar van een collega”, vertelt hij, „maar dit is verdómd goed ondertitelwerk. In True Lies, zo’n actiefilm, rekent Arnold Schwarzenegger af met een slechterik door hem weg te schieten op een raket. Die man is een voormalig werknemer van hem. ‘You’re fired’, zegt Schwarzenegger dus. Tja, hoe ga je dat nou vertalen?” Beentjes, gretige pretoogje, geeft een paar seconden en verklapt het dan: „Je vliegt eruit!” <<

    • Lars van den Brink
    • Thomas Rueb