De leider van wie niemand last heeft

Het CDA staat er slecht voor met de verkiezingen in zicht. Kan CDA-leider Buma – die zelf een metamorfose onderging van corporale burgemeesterszoon naar oppostiemenner – het tij keren? Op campagne in Twente.

‘Sybrand, waar blijf je?”, moppert Pieter Omtzigt. Hij haalt zijn telefoon uit zijn jaszak om te zien wat zijn partijleider ophoudt. „Kom op Sybrand”, zegt het Tweede Kamerlid uit Enschede terwijl hij geërgerd naar zijn schermpje kijkt.

Bijna veertig Twentse CDA’ers zijn deze zonnige ochtend op een troosteloos bedrijventerrein in Almelo uit de tourbus geladen voor de eerste ‘speeddate’ van de dag. CDA-leider Sybrand van Haersma Buma was zojuist niet bij de koffie en cake waarmee de CDA-Twentetour werd afgetrapt, maar voor het eerste formele onderdeel van deze campagnedag zou hij toch echt moeten verschijnen.

„Laten we maar vast beginnen”, oppert één van de lokale partijleden. De meute schuifelt een werkplaats binnen. De bedrijfsleider vertelt net over het hergebruik van afgedankte rolstoelen en scootmobielen, als de man om wie het gaat door de glazen klapdeuren stapt. Hij heeft nog snel een gebreide groene CDA-sjaal over zijn eigen blauw geruite sjaal geknoopt. „Dag allemaal”, zegt Sybrand Buma, die wordt gevolgd door zijn assistent en zijn rolkoffertje. Er worden handen geschud en foto’s gemaakt. Dan gaat de rondleiding meteen verder, want er staan nog zes afspraken op het programma. Bij een tankstation in Denekamp dat last heeft van de accijnsverhoging op brandstof, bijvoorbeeld. En met ondernemers in Oldenzaal die zich door de economische crisis en politieke maatregelen gemangeld voelen.

De dag in Twente is één van Buma’s vele campagneactiviteiten voor de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart. Het is de eerste electorale test sinds het CDA in september 2012 gedecimeerd werd tot 13 zetels in de Tweede Kamer. De partij is in beweging en Buma zelf heeft een metamorfose ondergaan: van corporale burgemeesterszoon en overheidsdienaar die onder het mom van „verantwoordelijkheid” zelfs met de PVV wilde regeren, tot oppositiemenner die het kabinet dwarszit en afstand neemt van de bestuurlijke traditie van zijn partij. De vraag is nu of hij de man is die het CDA er weer kan laten groeien.

Hoewel zijn verzet tegen het huidige kabinet gewaardeerd wordt, is Buma niet bijster populair in Twente. Hij staat hier in de schaduw van regionale kopstukken als Pieter Omtzigt (die dankzij een Twentse campagne in de Kamer bleef en het fanatiekst oppositie voert), Annie Schreijer-Pierik (kandidaat voor het Europees Parlement) en Theo Rietkerk (gedeputeerde in Overijssel). Zij worden overal herkend en aangesproken. Als Johan Coes, wethouder en lijsttrekker Hellendoorn, onderweg van Almelo naar zijn gemeente de microfoon grijpt, heet hij de partijleider welkom als „Sybrand Buursma”. Buma kijkt op en prevelt zijn eigen naam. „Búma.” Zucht.

Tijdens de rondrit blijkt dat CDA’ers zich hier, net als die in Den Haag, senang voelen in hun oppositierol. „Ik kan het iedereen aanraden”, zegt Jan Vis, kandidaat in Hengelo, waar de partij de afgelopen vier jaar niet in de coalitie zat. „We waren er onervaren in, maar hebben geleerd activistischer te zijn.”

Vrolijk en optimistisch

De sfeer bij de christen-democraten is vrolijk en optimistisch, zowel in de bus als in de rest van de campagne. De lokale partijleden die vandaag met elkaar op stap zijn, hoeven immers eindelijk eens geen Haags beleid te verdedigen, zoals bij eerdere verkiezingen. „En slechter dan in 2010 en 2012 kan het toch niet gaan”, zegt Huub ten Vergert, kandidaat-raadslid te Oldenzaal. „Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen hadden we veel last van Jan Peter Balkenende en het gedoe daar.”

Dat beaamt iedereen die hier lokaal actief is voor het CDA. Er is geen laaiend enthousiasme over de huidige voorman, maar ze hebben in ieder geval geen last van Buma, zoals ze dat in het recente verleden hadden van de Haagse partijleiding. „Zijn bezoek hier zal ons niet opeens heel veel extra stemmen opleveren”, zegt Ilse Duursma, lijsttrekker in de gemeente Dinkelland. „Maar de relatie met Den Haag is veranderd. Je hoorde nooit iets van ze. Je had alleen maar last van wat ze in Den Haag deden. Als wij campagne voerden, vielen mensen ons aan op wat er daar gebeurde. Nu krijg ik alleen maar reacties waar ik blij van word.”

Vier jaar geleden viel het kabinet-Balkenende IV vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen. Iets waar de lokale CDA’ers niets aan konden doen, maar allemaal op werden aangesproken. Daarna werden plaatselijke leden aangevallen op de samenwerking met de PVV in het kabinet-Rutte I. „Ik merk dat ik in ieder geval overal weer welkom ben”, constateert Buma zelf. Geen enkele afdeling heeft hem verteld dat hij tijdens de campagne beter weg kan blijven, zoals dat in 2006 en 2010 wel gebeurde met premier Balkenende.

Het CDA moet van ver komen. Bij de laatste landelijke verkiezingen haalde de partij 13 zetels in de Tweede Kamer, 8,5 procent van de stemmen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 koos 14,8 procent van de kiezers voor het CDA. Nog nooit stemden zo weinig mensen op het CDA. In 2002 waren de percentages nog respectievelijk 27,9 en 20,5. Onzeker is of de partij weer opkrabbelt, of dat de klap van 2012 lokaal nog geïncasseerd moet worden. Peilingen zweven daar tussenin.

De oorzaken van de vrije val zijn binnen de partij uitvoerig geanalyseerd. De partij had geen aansprekende kopstukken, zwalkte in haar standpunten, was te veel naar binnen gekeerd en verwikkeld in interne twisten. Dat laatste probleem lijkt voorlopig verholpen. Er is wel wat kritiek dat de partij zich te rechts profileert. En dat Buma geen charismatische leider zou zijn. Maar er wordt niet aan zijn stoelpoten gezaagd of openlijk geruzied in de fractie. Iedereen wil rust. En die biedt Buma.

De onduidelijkheid en de onherkenbaarheid zijn echter nog niet opgelost. Niemand lijkt zijn beperkingen beter te beseffen dan Buma zelf. Wanneer hem wordt verzocht zich in te zetten voor de verbetering van de provinciale weg N35, zegt hij graag te leveren, „maar ik zit wel in de oppositie”. Hij is zich „er zeer van bewust dat ze eerder last hadden van ons in Den Haag”. Nu dat voorbij is „enthousiasmeert de club” door zijn aanwezigheid. Maar hij is zich „bewust van mijn positie hier” in Twente. Welkom als ondersteuning, maar niet als held binnengehaald.

Je zou bijna vergeten dat Buma, die zich geleidelijk ontpopt tot oppositievoorman, bij alle eerdere ups and downs van het CDA betrokken was. Hij was al fractiemedewerker tijdens de Paarse kabinetten en fractievoorzitter tijdens het kabinet-Rutte I. In mei 2012 werd hij gekozen tot leider van een partij in existentiële crisis. Wetende dat hij een historisch zetelverlies tegemoet ging.

Sinds de verpletterende nederlaag van september 2012 is Buma vooral bezig geweest met het herdefiniëren van waar het CDA voor staat. Hij lijmde met de dissidenten die zich tijdens de samenwerking met de PVV gedistantieerd hadden. Hij vormde praatclubjes over de fundamenten van de partij. Sprak met christen-democraten in andere landen. En hij benaderde de Engelse denker Phillip Blond om te helpen „onze ideologie te herontwikkelen en theoretisch kloppend te maken”. Zoals Balkenende zijn betoog voor normen en waarden baseerde op de Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni, zo heeft Buma zijn intellectuele vader gevonden in de Engelse conservatieve theoloog en filosoof Blond.

Zeven principes

Het resulteerde vorig jaar in zeven principes die Buma leidend heeft verklaard voor de toekomst van de partij. Een kapstok waar Buma nu zijn concrete politieke voorstellen aan ophangt. Of het nu gaat om zijn njet tegen elke vorm van lastenverzwaring, zijn inzet voor de middenstand of zijn plotselinge steun voor de gekozen burgemeester. In Den Haag heeft dat er toe geleid dat hij verre blijft van deals met coalitiepartijen VVD en PvdA. En dat hij zich ook de taal en toon van het oppositievoeren eigen heeft gemaakt. Zo zei hij donderdag in het debat bij Pauw&Witteman: „De hardwerkende Nederlanders zijn de hardgepakte Nederlanders geworden.”

Het blijft voor sommigen een vreemde transformatie van de stijve patriciër. Een gedaantewisseling die ook niet compleet is, want op de campagnetour hangt er een zweem van ongemak om Buma heen. Hij zegt dat op straat campagne voeren en lokale partijgenoten ontmoeten „de leukste dingen van de politiek” zijn. Hij is oprecht geïnteresseerd en maakt grapjes. Maar als alle ogen op hem gericht zijn, friemelt hij met zijn handen, wiebelt hij op zijn benen en straalt hij weinig plezier uit.

Dat zien ook de CDA’ers in Twente. „Hij moet wat meer lachen”, oordeelt gedeputeerde Theo Rietkerk. Maar hij en anderen hebben geduld, zeggen ze. De partijleider hindert ze bij deze verkiezingen immers niet. En nu het kabinet met gedoogakkoorden overeind wordt gehouden, lijken Tweede Kamerverkiezingen ver weg. „Een politiek leider heeft ongeveer twee jaar om er echt te staan”, zegt Rietkerk. „Als het kabinet bij de Provinciale Statenverkiezingen ook met de gedogers de meerderheid in de Eerste Kamer verliest, zou dat voor Buma precies het juiste moment kunnen zijn.”

    • Emilie van Outeren