De gemeenten moeten groter, vinden veel burgemeesters

Het lokaal bestuur staat voor grote veranderingen en de burgemeesters van Nederland veranderen mee. Grotere gemeenten en gekozen burgemeesters zijn geen taboe meer, blijkt uit een NRC-enquête onder zestig burgemeesters.

Vergelijk het met Den Haag. De premier blijft op zijn post, en werkelijk alles om hem heen verandert. Nieuwe Tweede Kamerleden, vers toetredende partijen, een nieuwe coalitie. En een splinternieuw kabinet, dat een ongehoord groot en nieuw takenpakket op zich moet nemen. Eén kanttekening: de premier heeft niets, maar dan ook niets te zeggen over de vorming van de coalitie. Noch over de samenstelling van zijn kabinetsploeg. En in de verkiezingsstrijd mag hij zich evenmin mengen. Een partijaffiche achter het keukenraam zorgt al voor hoon. En oh ja, de premier is wél volledig aansprakelijk voor alle prestaties van de nieuwe kabinetsploeg én voor die van de Tweede Kamer.

Zie daar de rap naderende werkelijkheid van de burgemeesters van Nederland.

Zij blijven op hun plek, tussen alle nieuwigheid die vanaf 19 maart komt aanwaaien. Zes jaar lang, twaalf jaar lang. Nog altijd benoemd, en niet gekozen.

Niet alleen de poppetjes en partijen om de burgemeesters heen veranderen. Ook de inhoud. De verantwoordelijkheid voor de juiste steunkousen voor mevrouw Jansen, de plaatsing van Justin in het juiste pleeggezin, de sollicitatietrainingen voor de buurman met het syndroom van Down – het wordt per 2015 allemaal een lokale aangelegenheid.

Tegelijkertijd staat de lokale bestuurbaarheid onder druk. Bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden – opgetuigd om de veelheid aan nieuwe taken te bestieren – groeien als kool. De lokale controle erop is gering want de gemeenteraden staan op afstand. In die raden zitten mensen die onder tijdsdruk staan: zij hebben een betaalde baan naast hun raadswerk. Ook de nieuwe colleges staan voor een beproeving. Als frontmannen en -vrouwen van gedecentraliseerd Nederland moeten zij de nieuwe zorg- en werktaken uitvoeren die gepaard gaan met miljardenbezuinigingen.

En de burgemeesters? Hun opdracht luidt als vanouds: de boel bij elkaar houden. Raad én college. Burgemeesters zijn immers voorzitter van beide organen, die sinds de invoering van het dualisme in 2002 tegenover elkaar staan: de wethouders besturen, de raadsleden controleren. Het burgemeesterschap verzoent de twee. Lenigheid is absoluut vereist: anders is de continue spagaat te pijnlijk.

NRC Handelsblad ondervroeg zestig burgemeesters – anoniem – de afgelopen weken over de lokale bestuurbaarheid. Hoe beoordelen zij het niveau van raadsleden? Wat vinden zij van de gekozen burgemeester? En hebben kleine gemeenten nog bestaansrecht, nu grote en complexe dossiers over de schutting komen?

Het merendeel van de zestig burgemeesters is afkomstig van de klassieke middenpartijen: 21 CDA’ers, 15 PvdA’ers, 13 VVD’ers. Die verdeling strookt met het landelijke beeld. Andere responderende burgemeesters zijn van de ChristenUnie, de SGP, D66. Een enkeling is partijloos.

De burgemeesters laten zien dat zij in zijn voor verandering, zélfs als die ten koste gaat van henzelf. Bijna de helft blijkt voorstander van grotere gemeenten – al betekent dat: minder burgemeesters. Politieke versnippering is een herkenbaar verschijnsel: 60 procent van de burgemeesters meldt minstens één geval van zich afsplitsende raadsleden. Een kiesdrempel tegen die versnippering is voor één op de drie burgemeesters een serieuze optie.

Alleen de direct gekozen burgemeester gaat hen iets te ver: slechts 17 procent is vóór. Saillant: vooral CDA-burgemeesters hebben er moeite mee – de partij is er sinds kort juist vóór.