De Franse keuken is niet zo simpel

Voilà, een Parijse bistro op Katendrecht. Helaas verdwijnt het vakantiegevoel van Ronald Hoeben met ieder gerecht.

Bijzonder

Veertig jaar geleden was het in de mode om een klein restaurant een bistro te noemen: een klein eethuis, doorgaans verlicht door druipkaarsen waar men van houten planken at en zich te goed deed aan stokbrood met kruidenboter voordat de slakken en de zigeunerschnitzel of de entrecote – alweer met kruidenboter – ter tafel kwamen. De formule werd weggevaagd door het eetcafé en allerlei andere horecaconcepten aan de onderkant van de markt.

Inmiddels zijn die druipkaarsbistro’s in de vergetelheid geraakt, zodat de weg vrij is voor een wederopstanding van de bistro, zij het minus de druipkaarsen en de houten planken. Op Katendrecht in Rotterdam bijvoorbeeld, waar Bistrot du Bac „een echte Parijse keuken aan het Deliplein” wil zijn.

Een fris betegelde zaak met Franse posters aan de muur, muziek van een Frans radiostation en Thonet-stoeltjes aan papiergedekte tafeltjes. Een fles absint staat paraat op de bar. Een menukaart in het Frans en een Nederlandse ober die af en toe voilà zegt. De bistro is op deze zondagavond nagenoeg leeg, de ober snapt daar niks van: gisteren liep de zaak nog twee keer vol.

Aan tafel

Er is een driegangen keuzemenu van 32,50 euro, los kost een voorgerecht 8,50 euro en een hoofdgerecht 18,50 euro. Naar oud Frans gebruik zijn op een aantal gerechten prijssupplementen van toepassing: zoals op de (uitverkochte) langoustines met Pernodboter (+ 3,50 euro). Jammer dat ze er niet zijn, ik was benieuwd geweest of ze net zo lekker waren als die van Mevrouw Meijer, een befaamd Rotterdams adres.

Op het bord

We beginnen – bij wijze van amuse gueule – met het allersimpelste Franse gerecht: oeuf dur mayonnaise. In dit geval is het mayonaisedek over het hardgekookte ei bespikkeld met gehakte bieslook en paprikapoeder, waar het minder Frans van lijkt te worden. Er komt een plak mals landbrood van de lokale held Menno ’t Hoen, uiteraard met Normandische boter.

De salade van roodlof met bietjes en blauwe kaas is verdienstelijk, maar onaangenaam koud, de sla komt linea recta uit de koelkast. Grappig is de bloedworst met appel, die in het allerkleinste plaatstalen De Buyer-bakpannetje geserveerd wordt. Jammer dat de worst niet hard aangebakken is. Met datzelfde euvel kampt de kalfszwezerik met cantharellen en eendenlever (toeslag 7,50 euro): er staat ‘gebakken’, maar dat is nergens aan te merken, zwezerik en lever zijn even zacht als de paddenstoelen. Ons Franse vakantiegevoel is nu toch echt tanende, ondanks de zwoele stem van de Franse radio-omroepster.

De sla bij het vlees heeft wel een dressing, maar niet zo een die – in alle Franse eenvoud – zo’n simpel gerecht kan betoveren, er is zelfs zout overheen gestrooid.

Bij de gebraden kip met dragon is de bakangst van de kok alweer evident, de kip is weliswaar voorbeeldig van garing maar elk bewijs van braadactiviteit ontbreekt. Hierbij een gezellig pannetje aardappelpuree met voldoende boter, welbeschouwd het beste gerecht van de avond.

De rekening

Inclusief vijf losse glazen wijn – waaronder lekkere, koele beaujolais – drie goede espresso’s van het Franse merk Richard en een crème brûlée betalen we 105,50 euro. Simpel Frans koken is nog tamelijk ingewikkeld.

    • Ronald Hoeben