De dood? Brarp! Hurp! Hurp!

Joyce Roodnat

Over Stefan Themerson, K. Schippers, Leo Vroman en Francis Bacon.

Het belooft een mooie avond te worden, met voordrachten, herinneringen en filmfragmenten. Een literaire avond, over Stefan Themerson. Wie? Nou, die Poolse schrijver, die met zijn vrouw Franciszka tot zijn dood in Londen woonde. Vrijdenker, losdenker. Hij maakte ook avant-gardefilms, in het Warschau van de jaren dertig. De jonge Roman Polanski heeft hem in 1958 nog geplagieerd, eh... geciteerd, in een korte film: Twee mannen en een kast. Die heeft bijna niemand gezien en dat geeft niet. Alhoewel hij wel leuk is en gek en goed. En aangesticht door Stefan Themerson.

De Nederlandse schrijvers, W.F. Hermans voorop, ontdekten hem in de jaren zestig. In die tijd, toen de poëzie van de alledaagse waanzin werd gevierd, kon men goed uit de voeten met de surrealistische logica van deze man die zich uitleefde in serieuze nonsens als: „Ik ben de-hele-wereld min de-hele-wereld-zonder-mij.”

En nu is Unposted Letters uitgegeven: de brieven die de Themersons elkaar schreven in de oorlogsjaren, hij in Parijs, zij in Londen – soms zonder de brieven te verzenden. De macht van het woord is enorm, dat is de kern van dit boek. Laat het woord zijn gang gaan, en het overwint zonodig de dood. Immers, zolang je nog ‘My very own darling’ kunt schrijven dan is die darling ergens. Ver weg, onzichtbaar, maar ze is er. Toch?

Maar ineens krijgen we te horen dat er een schrijver is overleden. Leo Vroman. En dus leest K. Schippers, geestverwant van Themerson en daarom uitgenodigd om vanavond op te treden, om te beginnen een gedicht van Vroman voor. ‘Een klein draadje’ heet het. Uit 1960. Met halverwege strofen die niet dramatisch zijn, eerder praktisch. En die niettemin een brok naar mijn keel schoppen: „Door de dood word ik graag overmand. / Ik vrees meer mijn gezond verstand.”

K. Schippers schrijft prachtig, dat staat vast. Maar hij is nu even niet zijn woord, maar zijn stem. Vaag-Amsterdams. Barbarber-geinig. Beetje krakend. Knus. Met verlegen het-moet- dan-maarbravoure bereikt hij de slotregels van het gedicht, waarin Vroman de dood herkent als een vreemd en interessant gebied: „En kurpsluiting leidt tot brurp – Brarp! Hurp! Hurp!”

Alsof het zo moest zijn, haalde De Nieuwe Kerk in Amsterdam voor een maand een sensationeel drieluik over de dood binnen. Normaal hangt het in het Zwitserse Basel, nu hangt het hier in het hart van de kerk, in het Hoogkoor: In Memory of George Dyer van de Brit Francis Bacon. Bacon schilderde het in 1971, in reactie op de suïcide van zijn ex-geliefde, de bokser George Dyer. In drie statiën roept het het einde van Dyers leven op. Op het linkerdoek ligt hij in de ring: een prop knock-out geslagen mens. Op het brede middendoek staat hij, nu een verticale homp, een sleutel in een slot te steken, alsof hij thuis komt. Op het rechterdoek incasseert hij een linkse hoek. De klap komt hard aan, zijn hoofd zwiept opzij. Zijn gezicht wordt weerspiegeld in het tafelblad.

Ho. Dat beeld is geen spiegelbeeld. Gespiegeld zou die klap van rechts moeten komen, maar hij komt van links.

In dat tafelblad is George Dyer niet gespiegeld. Hij wordt afgebeeld als een man die, met stropdas, blauw oog en al, is overgegaan naar een andere wereld. Naar gene zijde.

De Nieuwe Kerk had eerder kunstwerken te gast. Het laatst werd Andy Warhols roze versie van Da Vinci’s Laatste avondmaal gepresenteerd. Het werkte niet, vond ik. Het werk was groot en intimiderend, maar ook lui. Het maakte weinig klaar. De kerk overvleugelde Warhol en schoof hem aan de kant. Het hoogkoor, heilige plek achter de krinkelende pilaren van het zestiende-eeuwse koperen hek, was ineens het hoekje van gekke Gerrit.

Warhols Laatste avondmaal probeerde het niets eens, maar Bacons drieluik bindt de strijd aan. En wint. Een traditioneel religieus drieluik beeldt vaak de kruisiging uit: in het midden de gestorven Christus aan het kruis of Maria in de hemel, links en rechts geflankeerd door tegengestelde symbolen. Adam en Eva. Hemel en hel. Het drieluik is steevast een eindpunt. Het beduidt eeuwigheid.

Bacons drieluik daagt juist die eeuwigheid uit. Ook op zijn triptiek wordt er gestorven. In drievoud nog wel en steeds door dezelfde man. Maar een eindpunt is dit niet. Stilte is iets anders dan stilstand. De dood is vol actie.

Brarp!

    • Joyce Roodnat