Birma wijst Artsen zonder Grenzen uit

Hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) moet Birma verlaten. Volgens de organisatie is het besluit van de Birmese regering gevolg van het feit dat AzG vorige maand twee dozijn Rohingya’s heeft verzorgd die slachtoffer van geweld waren in de westelijke provincie Rakhine. Geweld tegen deze islamitische minderheidsgroep komt hier regelmatig voor.

Artsen zonder Grenzen heeft in Rakhine 15 opvangkampen voor ontheemde Rohingya’s, die vaak bang zijn om zich in boeddhistische ziekenhuizen te laten behandelen. De organisatie is sinds twee decennia actief in het land.

Volgens de Verenigde Naties zijn in januari in een afgelegen streek van de provincie zeker veertig Rohingya’s gedood door regeringstroepen. AzG zegt daarna 22 getraumatiseerde en gewonde Rohingya’s behandeld te hebben. De Birmese regering heeft ontkend dat een gewapende boeddhistische menigte door een dorp is getrokken waarbij vrouwen en kinderen zouden zijn gedood. Volgens de regering zou alleen een politieman gedood zijn door een Rohingya. In lokale media beschuldigde een regeringswoordvoerder de hulporganisatie ervan valse rapporten te leveren.

Ondanks de democratische hervormingen die in Birma sinds 2011 heeft doorgemaakt, zijn grote delen van het land niet toegankelijk voor onafhankelijke waarnemers en journalisten. In de drie jaar dat Birma democratiseert, is het religieus geweld er sterk opgelaaid. Bij schermutselingen tussen boeddhisten en moslims zijn sinds juni 2012 meer dan 250 doden gevallen. Meer dan 140.000 mensen, vooral Rohingya’s, zijn ontheemd geraakt.

AzG behandelt in Birma zowel Rohingya’s als boeddhisten. Volgens de organisatie zijn klinieken gesloten waar 30.000 Hiv/aids-patiënten hun medicijnen krijgen en kunnen ook 3.000 mensen met tuberculose niet langer behandeld worden.

De Amerikaanse ambassade heeft er bij de Birmese regering op aangedrongen hulporganisaties „ongehinderd toegang” tot het hele land te bieden. (AP,BBC)