Opinie

    • Laura Wismans

Big data is net tienerseks

Technologie Laura Wismans

Big data is dé belofte voor de toekomst. Iedereen praat erover. Maar wie weet hoe het moet, zo veel data analyseren?

Ik hoorde laatst een geweldig verhaal over big data”, zei mijn schoonvader toen we na een etentje nog wat stonden na te borrelen. Een vader stormde kwaad een van de winkels van de Amerikaanse winkelketen Target binnen. Zijn dochter kreeg allerlei persoonlijke aanbiedingen voor babyspullen. Terwijl ze nog maar op de middelbare school zat! Target had het meisje de aanbiedingen gestuurd omdat ze hetzelfde kooppatroon vertoonde als vrouwen die aan het begin van hun zwangerschap stonden – al die vrouwen bleken maanden later luiers en tepelcrème af te rekenen. Maar een paar weken na zijn woede-uitbarsting kwam de man terug. Om zijn excuses te maken aan de manager, zijn dochter was inderdaad zwanger.

Ik rolde nog net niet met mijn ogen. Altijd als het over big data gaat hoor je dit verhaal. Een prachtig verhaal, daar niet van, maar zijn er ook andere voorbeelden te bedenken? Ja, Google. Daar kunnen ze veel. En cookies verzamelen ook veel data.

Op internet waart een grapje over big data rond: big data is net tienerseks. Iedereen praat erover, niemand weet echt hoe het moet, iedereen denkt dat de rest het doet dus claimt iedereen het ook te doen.

Er zit volgens mij veel waarheid in dat grapje. Big data-anekdotes vertonen verdacht veel kenmerken van sagen en legenden.

Alessandro Di Bucchianico, universitair hoofddocent statistiek aan de Technische Universiteit Eindhoven is niet erg verbaasd over het grapje, blijkt als ik hem aan de telefoon vraag of het echt zo erg met big data gesteld is. Hij kan wel iets meer voorbeelden noemen van bedrijven die goed bezig zijn, zelfs Nederlandse. „Maar let op! De fantastische voorbeelden worden doorverteld, over de honderd keer dat het misgaat hoor je niemand.”

Toch blijft big data dé belofte voor de toekomst. Die ziet er rooskleurig uit, heus. Alleen nog even iets doen aan de kennis erover.

Want dat is het probleem; toveren met terabytes aan data kun je nog steeds vrijwel nergens leren. Verzamelen, ja, dat wordt volop gedaan. Maar waarde creëren met die data, nuttige patronen erin herkennen, dat is andere koek. Je moet er namelijk echt iets voor kunnen. Programmeren, wiskunde en statistiek beheersen en ook nog iets van psychologie weten bijvoorbeeld.

Het gebrek aan zulke mensen heeft de ontwikkeling van big data de afgelopen jaren tegengehouden. Flitsende managers die wel wat in big data zien, kunnen niet verder komen dan die paar mooie voorbeelden. De enkele bedrijven die big data wel al weten te benutten weten dat ze goud in handen hebben en vergroten hun voorsprong.

Gelukkig zien ze dat bij de universiteiten ook. De komende jaren zullen overal opleidingen data science opduiken. Ook in Eindhoven, bij Di Bucchianico en zijn collega’s, zijn ze er druk mee in de weer. Ze brengen er twintig onderzoeksgebieden voor bij elkaar. Niet alleen om bedrijven te bedienen; big data is ook een belofte voor de wetenschap.

De slogan om de doelgroep voor zulke opleidingen lekker te maken hoor je ook overal: data scientist is the sexiest job of the 21st century.

Sexy én handenvol geld verdienen, als ik een geek was die nu een studie mocht kiezen dan wist ik het wel. In het kamp van de sceptici moeten ze het nog zien. Daar klinkt de slogan: data scientist is the sexiest job no one has.

    • Laura Wismans