Zoveel verloren door een losbandig nichtje

Toen de grondlegger van de moderne geneeskunde, in 1738 stierf, brak een gevecht om zijn erfenis uit. Zijn manuscripten belandden in Sint-Petersburg, waar Luuc Kooijmans ze na jarenlang aandringen eindelijk, even, mocht inzien.

Paleiskade bij de Hermitage in Sint-Petersburg, 1824
Paleiskade bij de Hermitage in Sint-Petersburg, 1824 aquarel Karl Beggrov

Toen Herman Boerhaave op 23 september 1738 na een ziekbed vol ‘stikkende benauwdheden’ en ‘aanzwarende pijnigingen’ op 69-jarige leeftijd overleed, was hij op de top van zijn roem. Hij had de geneeskunde een ‘mathematische’ fundering gegeven en zo bevrijd van de chaos waarin het vak was weggezonken. De nieuwe inzichten, gevoegd bij Boerhaaves uitzonderlijke kennis, gedrevenheid en didactische gaven, trokken studenten van Jamaica tot Constantinopel naar Leiden. Zelf had ‘het orakel’ de aanlokkelijkste aanbiedingen uit het buitenland afgeslagen. Maar via zijn leerlingen, die overal in Europa op sleutelposities terecht kwamen, vond de boerhaaviaanse geneeskunde breeduit toepassing.

Na Boerhaaves dood brak tussen zijn leerlingen een gevecht uit om zijn erfenis. Het merk Boerhaave werd de inzet van machinaties, geldingsdrang en bittere strijd. Tot nu toe kon het precieze verhaal van deze intriges niet worden verteld. Essentiële archieven in Sint-Petersburg met correspondenties tussen de hoofdpersonen bleken niet of nauwelijks toegankelijk. Dit gemis gaf historicus Luuc Kooijmans aanleiding om in zijn Boerhaave-biografie Het orakel (2011) het hele onderwerp links te laten liggen. Pogingen om het Boerhaave-archief in de Medische Militaire Academie in Sint-Petersburg te ontsluiten, zo schreef hij in de inleiding tot zijn biografie, waren ‘jammerlijk gestrand in een poel van corruptie’.

Drie jaar later neemt Kooijmans revanche. In Sint-Petersburg kreeg hij alsnog toegang tot specifieke correspondenties zodat hij zijn bronnen compleet had. De geest van Boerhaave. Onderzoek in een kil klimaat vertelt het verhaal van het gevecht om Boerhaaves nalatenschap dat in Het orakel ontbrak en spoelt de nare smaak van een onvoltooide biografie weg. De gang van zaken rondom die nalatenschap is een apart boek meer dan waard.

Na zijn dood, zo laat Kooijmans in beeldende en trefzekere taal zien, twistten zijn leerlingen vol vuur over tekortkomingen in de theorie van hun leermeester, en over gebrek aan respect voor hem bij het ventileren van die tekortkomingen – door leerlingen. Essentieel in het verhaal zijn de bizarre lotgevallen van Boerhaaves manuscripten, die alles te maken hebben met zijn wetenschappelijke reputatie.

In De geest van Boerhaave zijn de hoofdrollen voor leerlingen van Herman Boerhaave en zijn naaste familie. Aan kleurrijke karakters geen gebrek. Twee neven van Boerhaave die er ieder op eigen wijze een potje van maken. Een dochter van een van hen die zich als minderjarige overgeeft aan seksuele escapades en, eenmaal in Rusland, uitmunt als intrigant. Eerzuchtige leerlingen die elkaar met overgave het leven zuur maken. Wat hen verbindt zijn de nagelaten handschriften van Boerhaave. Het is die papieren schat waar het in Kooijmans’ boek echt om draait.

Petekind

In eerste instantie kwam die schat terecht bij twee neven van de grote meester, Herman en Abraham Kaau. Bij gebrek aan een eigen zoon had Boerhaave hen opgeleid om hem op te volgen. Maar toen hij voor Herman, zijn petekind, een plekje aan de Leidse universiteit regelde, verkoos deze het aangename – en lichtzinnige – leventje van een Haags artsenbestaan. Toen Herman Kaau ook nog zijn moeder financieel ruïneerde, en de wijk nam naar Vianen om zijn schuldeisers te ontlopen, had Boerhaave het helemaal met hem gehad.

Daarna vestigde hij zijn hoop op Abraham Kaau, negen jaar jonger dan Herman. Maar toen de veelbelovende Abraham op 21-jarige leeftijd van het ene op het andere moment doof werd, kon van opvolging geen sprake meer zijn. Toch hoopte Boerhaave dat Abraham zijn werk kon voortzetten – en de gaten erin zou weten te dichten. En dus vermaakte hij al zijn manuscripten over fysiologie, anatomie en chemie, alsmede zijn instrumentarium en verzameling preparaten, aan hem. Herman kreeg samen met Abraham zeggenschap over de manuscripten over Boerhaaves medische praktijk.

Door hun inhoud waren die manuscripten geld waard. Om van de schuldeisers af te komen probeerde de familie Boerhaave Herman met manuscripten en al in Sint-Petersburg te slijten als assistent van de hofarts Sanches, een vurig bewonderaar van Boerhaave. Het lukte, en met in zijn bagage een stapeltje Boerhaave-papieren vertrok Herman Kaau – die voor de zekerheid Boerhaave aan zijn achternaam had toegevoegd – in 1741 naar Rusland.

Intussen woedde in Europa een boerhaaviaanse successieoorlog. De strijd ging tussen Albrecht Haller, licht ontvlambaar natuuronderzoeker te Göttingen, en Gerard van Swieten, rooms apotheker te Leiden en later lijfarts van keizerin Maria Theresia in Wenen. Haller bewerkte Boerhaaves fysiologie, Van Swieten nam de praktische geneeskunde ter hand, in beide gevallen op basis van Boerhaaves originele publicaties, collegeaantekeningen en eigen commentaren. Kennis van Boerhaaves manuscripten was daarbij welkom. Twistpunt was of Boerhaave fouten vielen aan te rekenen, en of het onbeschaamd was deze te ventileren.

Terwijl de kemphanen elkaar zwart maakten en Herman Kaau in Sint-Petersburg het goed voor elkaar had, zat Abraham Kaau met het grootste deel van de manuscripten nog altijd in Den Haag. Daar zette hij zich, naast zijn apothekerspraktijk, aan het schrijven van een boek over een taai probleem waar zijn grote oom zijn leven lang mee had geworsteld: de verhouding tussen lichaam en geest. Boerhaave had het lichaam opgevat als een machine. Die werd tot leven gebracht via de circulatie van bloed en andere vloeistoffen, en bestuurd door een onstoffelijke en onsterfelijke geest. De achilleshiel van dit model is hoe de communicatie tussen lichaam en geest precies verloopt. Boerhaave bleef op dit punt steken in speculaties. Aan Abraham Kaau de taak die smet op het blazoen van zijn oom weg te poetsen. Na lang zwoegen kwam hij uit op een met geest begiftigde kracht, die lichaam en geest met elkaar verbond. In 1744 leverde hij zijn manuscript in.

Het boek bleek voldoende om Abraham bij de Petersburgse Academie van Wetenschappen benoemd te krijgen. Sanches, nog altijd Hermans baas, zag Abraham graag komen: eindelijk kwam de rest van Boerhaaves manuscripten zijn kant op. Tot zijn chagrijn gaf Abraham hem geen inzage, onder het voorwendsel dat hij ze aan het bewerken was en spoedig zou publiceren. Toen vervolgens Herman aan de poten van Sanches’ stoel begon te zagen, en uitkwam dat hij een Jood was, mocht hij blij zijn dat hij uit Rusland weg kon.

In 1753 kwam ook Hermans dochter Margareta naar Petersburg. Met haar charmes had ze iedereen in Den Haag om de tuin geleid, met als resultaat torenhoge schulden en zedeloos gedrag, en dat voor een meisje van zestien. Ze was nog niet gearriveerd of ze zette alle strategieën in waarmee ze berucht was geworden voort. Toen haar vader plotseling stierf, maakte ze de tsarina wijs dat zij als dochter recht had op de manuscripten. Abraham werd gesommeerd ze in te leveren, maar kreeg het kistje terug toen de doodzieke tsarina wroeging kreeg.

Margareta gaf niet op. Toen Abraham op 43-jarige leeftijd overleed, was ze er als de kippen bij om Boerhaaves manuscripten te claimen. Ze benutte de papieren om haar kredietwaardigheid te vergroten. Het resulteerde in 60.000 roebel schuld, die in 1799 door de staatsbank werd kwijtgescholden na overdracht van de manuscripten aan de tsaar. Ze werden ondergebracht bij de Militaire Medische Academie in Petersburg, in de fundamentele bibliotheek. Een logische plek: geneeskunde in Rusland was een militaire zaak. Artsen waren er om gewonde soldaten te behandelen, om epidemieën onder de troepen te voorkomen. De rest van het land behielp zich met uien en knoflook.

Al die jaren had Nederland zich afzijdig gehouden. Pas in 1938 kwam er in het zicht van Boerhaaves tweehonderdste sterfdag belangstelling voor het archief en werden de zeventig banden in Leningrad op initiatief van de Nederlandse chemicus en wetenschapshistoricus Ernst Cohen geïnventariseerd. In 1955 wist Boerhaave-biograaf Gerrit Lindeboom zelfs tot de manuscripten door te dringen. Drie uren kon hij er naar believen in grasduinen. Genereus boden de Russen aan microfilms te maken van de gewenste werken en brieven. Midden in de Koude Oorlog vonden ze probleemloos hun weg naar de Leidse universiteitsbibliotheek en die van de VU. Helaas is het materiaal verre van compleet en nauwelijks hanteerbaar.

Nog altijd ligt het Boerhaave-archief in de Medisch Militaire Academie in Sint-Petersburg. Maar zo gastvrij als Lindeboom werd ontvangen, zo stroef vergaat het de hedendaagse onderzoeker. Ook aanbevelingsbrieven van viersterrengeneraals bieden geen garantie op toegang. Toen Luuc Kooijmans dacht de juiste generaal aan zijn zijde te hebben, bleek toch weer een andere functionaris het voor het zeggen te hebben, kwamen er financiële eisen op tafel en nam de zaak een bizarre wending toen de betreffende functionaris wegens corruptie in het gevang belandde. Pleidooien via de ambassade, een goed woordje van Mark Rutte bij zijn bezoek in 2011 aan Sint-Petersburg: ze sorteerden geen effect. Dat Kooijmans toch toegang kreeg, dankt hij aan een bibliothecaresse die de zaak niet weer eens aan een vol- gende baas durfde voor te leggen.

Kooijmans benutte de beperkte tijd die hem gegeven was voor zijn boek. Aan het grootste deel van het archief kwam hij niet toe. Het betreft banden met correcties en commentaren, tientallen schriften vol aantekeningen, uittreksels, overzichten van colleges en verslagen van experimenten. Alles van enorme cultuurhistorische waarde. Het zou prachtig zijn aan de hand van dat unieke materiaal dieper te kunnen doordringen tot Boerhaaves worsteling over de verhouding tussen lichaam en geest, een onderwerp dat onverminderd actueel is. Om dat voor elkaar te krijgen is tact nodig en de wil om de Russische context op waarde te schatten. Dan helpt het niet om, zoals Kooijmans in het slothoofdstuk van De geest van Boerhaave presteert, in geuren en kleuren, bij vlagen op laatdunkende toon en vanuit tamelijk superieur westers perspectief verslag te doen van zijn gevecht met de Russische autoriteiten. Beschouwt Kooijmans zijn Boerhaave-project als afgerond en hoeft hij zo nodig die Medisch Militaire Academie niet meer in? Anderen wel. En met reden.