Welke crisis? We gaan uit!

Woensdag start 5 Days Off, het dancefestival waar 20.000 man op afkomt. Uitgaan in Amsterdam bloeit en is diverser dan ooit: op veel plekken staan lange rijen voor de deur. En eindelijk kan je de hele nacht door.

Liza Titawano Olivier Middendorp

In de jaren ’90 gingen mensen bewust naar clubs vanwege de club zelf, zoals de Roxy en de iT. Tegenwoordig gaat het om het sóórt feest; er zijn veel – vaak verrassende – locaties bijgekomen waar je kan uitgaan. Foto’s van linksboven naar rechtsonder: dansen in club Doka, rijen voor club Trouw, club Doka,Toren (tijdelijke club in de Shell-toren) enclub Air.
In de jaren ’90 gingen mensen bewust naar clubs vanwege de club zelf, zoals de Roxy en de iT. Tegenwoordig gaat het om het sóórt feest; er zijn veel – vaak verrassende – locaties bijgekomen waar je kan uitgaan. Foto’s van linksboven naar rechtsonder: dansen in club Doka, rijen voor club Trouw, club Doka,Toren (tijdelijke club in de Shell-toren) enclub Air.

Ook al valt de regen met bakken uit de hemel, toch heeft zich om elf uur ’s avonds voor de deur van club Trouw al een lange rij gevormd. Met capuchon op of met paraplu in de harde wind proberen de bezoekers zich nog enigszins droog te houden voordat ze de warmte van het voormalig krantengebouw aan de Wibautstraat mogen betreden. Het is vrijdagavond en iedereen die vóór middernacht binnen is betaalt slechts de helft van de entreeprijs. Een regel die de club sinds begin dit jaar heeft ingevoerd om de dansvloer al vroeger op de avond vol te krijgen.

En dat werkt, weet Mirik Milan, nachtburgemeester van Amsterdam. „Bovendien hebben ze de voorverkoop gestopt en worden er alleen nog kaartjes aan de deur verkocht. Hiermee maakt Trouw zich exclusief: je moet meer moeite doen om binnen te komen.” Een idee dat volgens de nachtburgemeester is komen overwaaien vanuit Berlijn, om meer controle te houden op wie er binnenkomt. „Trouw heeft dat niet per se nodig, maar het maakt ze wel speciaal. De club is op dit moment op z’n best en is ook in het buitenland bekend. Regelmatig bestaat het bezoek op een avond voor de helft uit toeristen.”

24 uur open

Met 1.396 cafés en clubs in 2013 vormt Amsterdam de grootste uitgaansscene van Nederland. Ondanks dat er sinds het begin van de economische crisis in 2008 zo’n 56 kroegen en discotheken minder zijn, worden er regelmatig nieuwe horecagelegenheden geopend en hebben tien locaties toestemming gekregen om een 24-uursvergunning aan te vragen. „We mogen niet klagen”, zegt Ton Poppes, voorzitter van de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en eigenaar van club Escape aan het Rembrandtplein. „Vergeleken met de rest van Nederland gaat het met de Amsterdamse horeca zo slecht nog niet. Op donderdagen is het voor sommige tenten wel wat stil, maar het is niet zo dat de huur niet kan worden betaald.”

Volgens Poppes is de komst van de 24-uursvergunningen een belangrijke ontwikkeling voor de dynamiek in de stad. „Bovendien trekt de verruiming van de openingstijden meer toeristen aan.” Onder het bewind van nachtburgemeester Milan kregen begin vorig jaar vijf horecalocaties in de stad een 24-uursvergunning toegewezen. Niet dat zij nou daadwerkelijk 24 uur per dag opengaan, maar vooral om „zelf hun openingstijden te kunnen bepalen”. Milans voorganger, nachtburgemeester Isis van der Wel, nam eind 2010 samen met D66 en de Partij voor de Dieren het voortouw om vrijere openingstijden in de stad mogelijk te maken. Dit om niet achter te raken op andere steden, zowel nationaal als internationaal, waar vrije sluitingstijden al waren ingevoerd. Bovendien was de behoefte ernaar groot, zo bleek uit de Nachtmonitor Amsterdam 2011: 86 procent van de 2.206 ondervraagden was vóór verruiming van de openingstijden.

Inmiddels hebben tien locaties het recht om een vergunning voor vijf jaar aan te vragen en komen er nog vier bij. Niet alleen horecagelegenheden, maar ook verschillende culturele vrijplaatsen komen voor de verruiming in aanmerking. De Tolhuistuin in Noord en de naastgelegen oude Shell-toren, onlangs ongedoopt tot ‘A’dam’, zijn hier een voorbeeld van. Op dit moment is de oude Shell-kantine van de Tolhuistuin nog in opbouw, maar vanaf mei gaat hier een uitgebreid programma draaien met concerten en clubavonden. Door de vrije openingstijden is er veel meer mogelijk, zegt Chris Keulemans, artistiek leider van de Tolhuistuin. „Neem bijvoorbeeld Gumbo Night, een Nederlandse brassband met muziek uit New Orleans. Die passen hier goed op het hoogtepunt van de avond, midden in de nacht. Maar als daarna om 10 uur ’s ochtends de zon opkomt boven het IJ, dan is het wel mooi als de trombonist hier buiten op het balkon nog even door kan spelen.” Onder meer de horeca op het Westergasfabriekterrein, die ook een 24-uursvergunning willen, zijn nog in afwachting van goedkeuring door het stadsdeel.

Reguliersdwarsstraat

Naast de 24-uursontwikkelingen zijn er in Amsterdam in korte tijd verschillende nieuwe uitgaansgelegenheden bij gekomen. Onder meer de Reguliersdwarsstraat is de laatste jaren snel veranderd. Deze heeft dan ook veel potentie, stelt Bram de Vries, (mede)eigenaar van de in deze straat gelegen bar Ludwig, Bar Paul en bar en grill Huf. „Veel Amsterdammers hebben geen behoefte aan het Rembrandt- of het Leidseplein. De ‘Reguliersdwars’ heeft verschillende tenten bij elkaar die allemaal iets anders bieden. Het is een beschutte uitgaansstraat.” Voorheen stond de straat vooral bekend als dé homostraat van Amsterdam, met clubs als de Exit, April en de Arc. Die zijn al jaren dicht en volgens nachtburgemeester Milan zijn de gaytenten nu juist meer verspreid over de stad. „Bijvoorbeeld club Church in de Kerkstraat of de feesten van Rapido in WareHouse in de Warmoesstraat. Het gaat nu meer om de feesten zelf en niet om de locaties.”

En dat laatste fenomeen zie je eigenlijk over de hele linie, zegt Milan. „In de jaren negentig, de tijd van de Roxy en de iT, gingen mensen naar een club vanwege die club zelf. Tegenwoordig gaat het mensen meer om de feesten van een bepaalde organisatie en maakt de locatie niet meer zoveel uit.” Een duidelijke verdeling van welk type stapper waar komt is volgens de nachtburgemeester dan ook moeilijk te maken. „Bovendien kost het een club minimaal twee jaar om een beetje succesvol te worden. Omdat we zo’n goede housescene hebben lijkt het allemaal goed te gaan, maar het aanbod is wel gigantisch gegroeid en zelfs successen als club Trouw en club Air kunnen niet achterover gaan leunen en moeten zich blijven onderscheiden.” Een eenduidige programmering helpt volgens Milan om ook op de langere termijn succesvol te blijven.

Hoger niveau

Volgens horecaondernemer De Vries is het mede dankzij de crisis dat het niveau van de uitgaansgelegenheden omhoog is gegaan. „Het zorgde voor een schifting: de kwalitatief betere zaken blijven bestaan en de onderkant valt weg. De doelgroep heeft minder te besteden en wordt daarom kritischer – je moet beter je best doen om iets interessants te bieden.”

Verschillende groepen horecaondernemers begonnen – soms meerdere – nieuwe, succesvolle tenten. Zo openden de eigenaren van Hannekes Boom nabij Amsterdam Centraal ook nachtcafé Bloemenbar en onlangs nog Disco Dolly in het centrum van de stad. En de eigenaren van Maxwell in Oost openden nog eens vijf nieuwe gelegenheden in hetzelfde stadsdeel; nummer zeven en acht staan op de planning. De tijden zijn volgens De Vries anders dan toen horecaondernemer Sjoerd Kooistra in de binnenstad overheerste met een groot aantal zaken. „De stad was toen eenzijdiger. Nu zie je meer keuze en kwaliteit in het aanbod van horecagelegenheden.”

Tijdelijke clubs

En die kwaliteit hoeft niets te maken hebben met uiterlijk of luxe. Integendeel, zo lijkt het. Aan de Wibautstraat in Amsterdam staan op deze regenachtige avond jongeren vrijwillig uren in de rij voor de onopgesmukte club Trouw. En ook het recht tegenovergelegen Doka in het oude Volkskrantgebouw trekt volop jongeren. Thijs Timmers, die eerder al club Canvas oprichtte op de bovenste etage van het volledig in de steigers staande pand, begon vorig jaar deze tijdelijke club in de kelder. Een smal pad met platen die over de blubber van de bouwput zijn gelegd biedt toegang tot Doka. Eenmaal voorbij de uitsmijters, langs de kluisjes een paar trappen naar beneden zijn de wind en regen vergeten en staat een relatief kleine kelder vol uitgaanspubliek mee te swingen op de tonen van de Wicked Jazz Connection. Dat de stenen muren onafgewerkt zijn en de elektriciteitsdraden langs het plafond lopen lijkt niemand te deren. Bij een uitgaansgelegenheid als deze zijn het juist de rauwe randjes die de plek eigen maken en dus interessant.

Nadeel van tijdelijke clubs is de vergankelijkheid, meent nachtburgemeester Milan. „Club Trouw is nu op zijn top. De komende drie jaar zouden heel interessant kunnen worden, maar helaas mogen ze maar door tot eind 2014.” Feit blijft echter dat het succes niet bij de tent op zich blijft. „Door tijdelijke horeca als Canvas en Trouw zijn steeds meer ondernemers hier naartoe getrokken. De Wibautstraat is weer onderdeel geworden van het centrum. Mensen komen er nu graag.”

    • Liza Titawano
    • Olivier Middendorp