Ook Rabo fel tegen hogere buffers

Net als ING en ABN Amro protesteert Rabobank tegen het plan van de minister voor hogere kapitaalseisen. Maar de Kamer stemt waarschijnlijk in.

De rijen van de banken sluiten zich. Gisteren keerde Rabo-topman Rinus Minderhoud zich fel tegen de plannen van het kabinet om banken te verplichten hogere kapitaalbuffers aan te houden. Daarmee schaarde hij zich bij topman Ralph Hamers van ING en financieel directeur Kees van Dijkhuizen van ABN Amro, die eerder kritiek hadden.

Minderhoud kwam met een stevige waarschuwing. Volgens hem zijn de plannen „niet goed verenigbaar met het uitbreiden van de kredietverlening”. Als banken hun buffers moeten verhogen, zouden ze minder geld overhouden om kredieten te verstrekken. Dat zou het prille herstel van de economie fnuiken.

Financieel directeur Bert Bruggink waarschuwde zelfs dat de kredietvoorziening kon afnemen. Hij rekende voor dat als de buffers van 3 naar 4 procent moeten (ten opzichte van de totale balans), er 33 procent meer vermogen bij moet. Dat gaat om miljarden. De belangrijkste manier om dat te doen zou zijn door het terugschroeven van de kredietvoorziening. Dan wordt de hoeveelheid kapitaal op de balans verhoudingsgewijs groter.

De maatregel waarom alles draait is de door minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) gewenste verhoging van de leverage ratio. Die ratio is de meest eenvoudige indicator van de solvabiliteit van banken. Op Europees niveau is afgesproken dat de ratio minimaal 3 procent moet zijn. Maar Dijsselbloem wil verder gaan. Hogere buffers maken banken veiliger, vindt hij.

Dat zint de banken niet. Bruggink zei gisteren dat het goed is als banken stevige buffers hebben, maar voor Nederlandse banken moeten geen andere regels gelden dan voor andere. Dat zou het „speelveld ongelijk” maken.

De plannen van het kabinet zijn vergevorderd. Mogelijk volgende week vergadert de Tweede Kamer voor het laatst over het voorstel. Het lijkt nu al zeker dat die voor is. Minderhoud zei vermoedelijk daarom zijn „hoop te hebben gevestigd op de Eerste Kamer”. De lobby verplaatst zich naar de laatste arena.

De afgelopen jaren hadden de drie grootbanken nogal eens moeite om eensgezind te lobbyen tegen onwelgevallige regelgeving. Maar nu trekken ze samen op. Hamers van ING schreef enkele maanden geleden een brief aan Kamerleden en de minister, waarin hij stelde dat de „gezondheid van bankbalansen niet moet worden afgemeten aan de leverage ratio”.

Van Dijkhuizen zei vorige week dat „iedereen die zegt dat de leverage ratio naar 10 procent of hoger moet, niet snapt hoe een bank werkt”. Er zijn namelijk ook nog belangenverenigingen, zoals het Sustainable Finance Lab waarin wetenschappers plaatsnemen, die vinden dat de 4 procent van Dijsselbloem niet ver genoeg gaat.

Een van die hoogleraren, Harald Benink uit Tilburg, stelt dat de kredietverlening juist helemaal niet in gevaar hoeft te komen. De belangrijkste reden daarvoor is volgens hem dat de banken nu gemiddeld al aan de 4 procenteis voldoen. ABN zit op 3,5 procent, ING op 3,9, Rabo op 4. „Ze zijn er al”, aldus Benink. „Dus waarom moet de kredietverlening afnemen?”

Benink stelt dat de banken zelfs vrij gemakkelijk nog verder kunnen gaan dan Dijsselbloem wil. Ze zouden een paar jaar winst kunnen inhouden, of (nieuwe) aandelen uitgeven. Maar dat willen de banken niet omdat dat lastig te verkopen is aan aandeelhouders. „Die willen dividend en zien liever geen verwateringseffecten.” DNB zou banken hiertoe kunnen dwingen, zegt Benink. „In de VS is dat ook gebeurd.”