Ik wil iets menselijks maken

Zanger Beck is terug met zijn nieuwe album Morning Phase // Twintig jaar na zijn entree is zijn muziek nog altijd dromerig // „Ik heb mijn muzikanten gezegd dat ze zo traag mogelijk moesten spelen”

Illustratie Thinkstock

De blonde zanger met de onschuldige grote ogen, die ooit kon doorgaan voor de Kleine Prins van de popmuziek, is twintig jaar na zijn entree nog altijd een dromerige muzikant. Onschuldig is hij trouwens nooit geweest. Toen Beck in 1994 opzien baarde met zijn single ‘Loser’ (‘I’m a loser baby, why don’t you kill me’), gedroeg hij zich recalcitrant, weigerde antwoord te geven in interviews en speelde andere liedjes dan zijn publiek verwachtte. Beck, oftewel Beck Hansen Campbell (1970, Los Angeles) had toen al jaren ervaring met optredens op straat en in cafés, waar hij akoestische folk en blues speelde. Het hippe ‘Loser’, met de vervormde zang en hiphopbeats, was een buitenbeentje in zijn repertoire. Al snel bleek dat Beck alle genres beheerste; op het podium en op cd speelde hij wat hem te binnenschoot.

In de twintig jaar sinds ‘Loser’ heeft Beck verschillende stijlen gespeeld: van de sexy Prince-pastiches op Midnight Vultures (1999), compleet met gilletjes en soepele spagaat bij liveoptredens, tot de hybride rock op Guero (2006) en blues op One Foot In The Grave (1994).

Op zijn twaalfde cd Morning Phase horen we een bedachtzame Beck, in langgerekte, melodieuze nummers. Per telefoon vanuit Los Angeles, waar hij woont met zijn vrouw en twee kinderen, vertelt Beck over de achtergrond van Morning Phase.

Wat was het uitgangspunt voor je nieuwe cd ?

„Om langzaam en ingehouden te klinken”, zegt hij met licht slepende stem. „Ik heb mijn muzikanten gezegd dat ze zo traag mogelijk moesten spelen. Niet meteen. Eerst hadden we verschillende versies opgenomen in ander tempo. Maar ik ontdekte dat de langzame uitvoeringen de juiste sfeer hadden. Voor Morning Phase zocht ik naar een introvert gevoel, alsof je in een eigen, afgezonderde ruimte bent. Zoals je kunt hebben in je eentje in de natuur. In het bos, ofzo. Om dat effect te bereiken, zing ik heel langzaam, hoe moeilijk dat ook is.”

Waarom is langzaam zingen moeilijk?

„Je kunt het vergelijken met lopen op straat. Snel is makkelijk, vertraagd is moeilijk. Dan val je om. Om langzaam te zingen moet je veel adem hebben en geconcentreerd de noten vasthouden. De manier waarop Nick Drake zong, of Chet Baker, dat is hogeschoolzingen.”

Morning Phase is naar zijn zeggen het vervolg op de cd Sea Change uit 2002, die hij maakte na het verbreken van een langdurige relatie. Net als voor Sea Change werkte Beck voor Morning Phase met muzikanten en zonder computers of elektronica.

Heb je geen interesse meer in geprogrammeerde muziek?

„Jawel, ik heb de afgelopen jaren ook op die manier liedjes gemaakt, onder andere samen met Pharrell Williams. Die nummers komen op mijn volgende cd. Maar dit project was bedoeld voor ‘echte’ muzikanten. Je kunt zeggen dat we tegenwoordig in een ‘omgekeerde’ situatie zijn beland. Iedereen kan met elektronica een heel behoorlijk liedje produceren in zijn slaapkamer. Er wordt steeds minder in echte studio’s opgenomen. Dus werken in een goede studio met bekwame muzikanten is nu bijna uitzonderlijk. Daar kun je je mee onderscheiden.

„We leven in een tijd dat wonderen zo’n beetje vanzelfsprekend zijn. Alles kan: je hebt een telefoon in je hand en je kunt luisteren naar ieder liedje dat ooit is gemaakt. Of je filmt iets en laat het zien aan iemand aan de andere kant van de wereld. We zijn zo gewend aan bijzondere dingen dat je je als muzikant moet afvragen of je daarmee wilt concurreren. Ook binnen de muziek zelf. Popmuziek vandaag de dag is als een wapenwedloop: wie heeft de beste software, de interessantste apparatuur, de beste songschrijvers? Maar ik hoef niet te concurreren met een iPhone of een computerspel. Ik wil iets menselijks maken.”

Waaruit blijkt dat?

„Dat we ons aan een strak tijdschema hielden, bijvoorbeeld. Binnen de afgesproken tijd moest de opname af zijn. Ik dacht daarbij aan de eerste lp van The Beatles, die opnamen duurde een middag. Bringing It All Back Home, van Bob Dylan, duurde een paar dagdelen. In die liedjes hóór je de spanning: er staat iets op het spel, de tijd dringt. Ik sprak laatst met Dan en Pat van The Black Keys, een van de succesvolste groepen van dit moment. Al zouden zij nu onbeperkt tijd aan hun opnamen kunnen besteden, ook zij kiezen voor beperking. Een beetje druk is goed voor de vitaliteit.”

Je kunt verschillende stijlen spelen. Hoe kies je daaruit?

„Het heeft te maken met zelfvertrouwen. Soms ben ik eraan toe om iets te doen waarvan ik weet dat ik een risico neem. Dan is het te vreemd, of te weinig ‘Beck-achtig’, wat dat ook mag zijn, en dan weet ik dat ik negatieve reacties kan verwachten. Daar ben ik niet altijd tegen opgewassen. Sea Change in 2002 was zo’n cd waar ik kritiek op kreeg. Daarom moest ik moed verzamelen voordat ik Morning Phase, die in dezelfde stijl past, kon maken.”

Twee jaar geleden verscheen Becks Song Reader. Die bestond uit twintig nieuwe nummers, uitsluitend verkrijgbaar als bladmuziek. Wie de liedjes wilde horen, moest ze zelf spelen. Op YouTube verschenen eindeloos veel versies van muzikanten, van door hem geschreven composities als ‘Old Shanghai’ en ‘Sorry’. Song Reader leek te verwijzen naar de tijd dat er nog geen opnameapparatuur bestond en liedjes altijd door mensen zelf van bladmuziek gespeeld moesten worden – een scherp contrast met het onbeperkte muzikale verbruik dat tegenwoordig mogelijk is.

Was ‘Song Reader’ een commentaar op de hedendaagse muzikale consumptie?

„Nee, ik kreeg het idee al nadat ik Mellow Gold had gemaakt, in 1994. Ik kreeg toen een versie van de liedjes in bladmuziek van de muziekuitgever, maar daar herkende ik mijn nummers niet in terug. Want hoe moet je al die kreten, vervorming en halve akkoorden in noten vatten? Toen bedacht ik dat ik ooit eens muziek wilde maken voor papier. Dat is een andere manier van schrijven, het gaat niet meer om het geluid, maar om het muzikale idee.”

Hoe zien jouw dagen er uit?

„Mijn dag is gevuld met muziek. Ik heb een studio bij mijn huis en daar werk ik. Of in studio’s van anderen, zoals laatst in Nashville bij Jack White. Ik schrijf altijd nieuwe nummers, en ooit komen die ergens terecht. Sommige van de liedjes op Morning Phase zijn al jaren oud. Nu pasten ze in deze context. Werken wil trouwens niet per se zeggen: schrijven. Ik ben ook jaren bezig geweest met nadenken over het geluid van Morning Phase. Ik heb geëxperimenteerd en gezocht naar het juiste materieel. Sommige klanken kunnen nu eenmaal uitsluitend worden voortgebracht door specifieke apparaten. Ik heb net zo lang verzameld tot ik de juiste microfoons, mengpanelen en voorversterkers had om deze cd op te nemen. Sommige spullen zijn vijftig, zestig jaar oud. En die zijn dan precies geschikt. Want hoeveel ‘perfecte’ nieuwe spullen er ook gemaakt worden, nu, vaak kunnen ze niet op tegen de kwaliteit van toen.”