Een (onmogelijke) vader om lief te hebben

In de debuutroman van Roman Helinski zijn vadervertellingen niet alleen sterke verhalen over vaders, maar ook en vooral sterke verhalen zoals die door vaders worden verteld.

Roman Helinski
Roman Helinski foto Sacha de Boer

Het begin klopt niet. Victor, de hoofdpersoon uit Bloemkool in Tsjernobyl, heeft een vader die vaak op pad is voor medische congressen. Zo is hij in Bulgarije wanneer, op de zesde verjaardag van zijn zoon, de ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl zich voltrekt. Het leidt tot grote paniek bij Victor en zijn moeder thuis in Limburg. ‘Mijn moeder draaide wel twintig keer het nummer van mijn vaders hotel en zelfs van de ambassade in Bulgarije. Tot ’s avonds laat zat ze in de woonkamer en wachtte; ze wachtte op een bericht dat niet kwam. De derde dag belde hij zelf.’

Zo kan het niet gegaan zijn: de omvang van ‘Tsjernobyl’ drong in 1986 pas na drie dagen door tot het westen. Van een angstig afwachten van de gevolgen van een plotselinge explosie was geen sprake: laat staan dat een congres in Bulgarije erom verplaatst zou worden of dat de vader de klap gehoord zou kunnen hebben, zoals deze na thuiskomst beweert. Zo ben je al na een paar bladzijden in het debuut van Roman Helinski (1983) geneigd te denken dat de auteur zich wat slordig heeft gedocumenteerd.

Later realiseer je je dat die ogenschijnlijke slordigheid een welbewuste overdrijving was. De ‘vadervertelling’ van Helinski is in de eerste plaats een familiegeschiedenis, met de vader van de hoofdpersoon als draaipunt. Deze Roman vertelt zijn zoon hoe diens opa, Dzia Dzio vanuit Polen naar het Westen kwam dankzij een uitzonderlijk voetbaltalent. Hij scoorde in de Franse Bekerfinale van 1939 – die zijn team desalniettemin met 2-1 verloor. Dzia Dzio droomde van het WK 1942, maar eindigde domweg ongelukkig in een Waals mijnwerkersdorp.

Victor krijgt van zijn vader te horen dat hij het reusachtige voetbaltalent van zijn opa heeft geërfd; er wordt zelfs een privévoetbalveld in de tuin gemaakt. Dat laatste is om de zoon te troosten, want Victors vader is een man die heel wat goed moet maken. Zo eindigt het kind op een familie-sinterklaasfeest zonder cadeau omdat vader per abuis meende dat hij bij het lootjes trekken zijn moeder had getrokken. Ook mist de man belangrijke afspraken en struikelt hij vaak straalbezopen uit het dorpscafé. Zijn verlangen om in de tuin te werken hangt samen met de geheime drankvoorraad in de schuur.

Helinski vertelt de pijnlijke verhalen met vaart en laat zijn hoofdpersoon veel compassie met zijn intens egocentrische vader tonen. Tussen het ouderlijk falen door passeren mooie tochten door de natuur en de dag waarop een hele bus Polen op bezoek komt om een zomerfeest te vieren. Onder de Poolse familieleden zijn de zelfmoordcijfers hoog en ook vader Roman werpt weleens een blik op de hanenbalken in de schuur. ‘Mijn vrijheid is weg […] Ik ben een avonturier zonder avontuur, een schoenmaker in een stad zonder schoenen. Ik heb de drang de wereld te zien, maar dat kan nu niet.’ Hoewel de vader zich ook wijdt aan plaatselijke avonturen als de dorpspolitiek en de lokale omroep, neemt hij tenslotte de benen.

Helinski’s ‘vadervertelling’ is niet volmaakt: de sterke verhalen zijn soms redundant, af en toe wordt dezelfde metafoor (een auto besturen alsof het een vliegtuig is) wel heel snel hergebruikt en de gedachten die Victor over zichzelf heeft, bijvoorbeeld wanneer het gaat om de vraag of hij niet kwaad is op zijn ontrouwe vader, zijn soms wat babbelig. (Overigens wreekt de zoon zich wel degelijk, zij het subtiel) Tegenover die zwakheden staat de kracht van het boek: het schitterende portret van de onmogelijke vader, die geheel in lijn met zijn naam een romanfiguur uit duizenden is.

Waarbij onduidelijk is in hoeverre we deze ‘vadervertelling’ als roman moeten lezen. Uit Helinski’s relaas komt de walm van de autobiografie als de krachtige damp van een goede, zelfgestookte wodka, maar wat het boek precies is, laat hij in het midden. Uiteindelijk is precies het vertellen het onderliggende thema van Bloemkool uit Tsjernobyl.

Vadervertellingen zijn hier niet alleen sterke verhalen over vaders, maar ook en vooral de sterke verhalen zoals die door vaders worden verteld. In een epiloog schrijft Victor hoe hij later aan zijn eigen zoon het verhaal van zijn vader zal vertellen, inclusief hoe hij het zal vervormen, wáár hij welbewust zal overdrijven. Dan realiseer je je hoe dit sterke debuut gelezen moet worden: als een sterk verhaal, afkomstig uit het land van de milde opschepperij: ergens tussen de pure fictie en de onverdunde autobiografie in. En een sterk verhaal is het.