Bang voor de bond in Alabama

Moet het personeel van de Mercedes-fabriek in Vance, Alabama, zich bij de vakbond aansluiten ? Werknemers zijn angstig. De tegenlobby is sterk en voert campagne op tv.

Wie in Vance woont, heeft twee zekerheden: een bijbel in de pick-uptruck en een baan in de Mercedes-fabriek. De 52-jarige Don White („ik heb twee bijbels”) werkt er al jaren. Zijn 35-jarige zoon werkt er ook, en laatst hoorde hij zijn kleinzoontje zeggen dat hij er later ook gaat werken. De enorme fabriek, vier vierkante kilometer groot, is het kloppende hart van het dorpje Vance in Alabama. Er werken drieduizend mensen, onder wie heftruckchauffeur White. „Vance is afhankelijk van de fabriek. Als Mercedes ooit zou vertrekken, is dat een ramp voor het dorp. Daarom zijn de meeste mensen passief, en bang.”

Don White is niet bang. Hij is boomlang, gezet, heeft glimmende ogen en een kaal hoofd. Hij zet zijn koffiebeker weg en zwaait met zijn vuisten. Hij is als vrijwilliger actief voor de Amerikaanse vakbond in de auto-industrie, United Automobile Workers (UAW). Hij probeert de drieduizend werknemers ervan te overtuigen dat ze zich collectief bij de vakbond moeten aansluiten. De leiding van de fabriek werkt hem tegen, zegt hij. „Ik word geïntimideerd. Ze willen dat ik weer stilletjes aan het werk ga, maar ik laat me niet het zwijgen opleggen.”

Sterke tegenlobby

Binnen enkele maanden stemmen de werknemers over de vraag of ze zich bij de bond zullen aansluiten. De uitkomst is verre van zeker, weet White. Het is een zwaarbeladen thema in het conservatieve Alabama, waar bonden gezien worden als progressieve bolwerken. Bovendien is de tegenlobby sterk. Conservatieve antivakbondsorganisaties uit Washington zijn campagnes begonnen. En de fabriek, die zich officieel op de vlakte houdt, wil volgens White helemaal geen bemoeienis van de bonden. „Als ik in de hal sta te flyeren, staan er meteen vijf bomen van kerels naast me. Zogenaamd om te te beveiligen, maar in werkelijkheid om de mensen angstig te maken. Soms lopen al mijn collega’s in een boog om me heen.”

De macht van vakbond UAW is al jaren tanende in de Amerikaanse auto-industrie. In Detroit, waar de ‘big three’ Chrysler, Ford en General Motors staan, zijn de meeste werknemers lid. Buiten Detroit heeft de bond weinig te zeggen. In het zuiden hebben zich de laatste decennia Duitse autofabrieken gevestigd. De Mercedes-fabriek in Vance is achttien jaar oud. Sinds een paar jaar heeft Volkswagen een fabriek in Chattanooga, ten noorden van Alabama. BMW opende een fabriek in South Carolina. De bedrijven profiteren van de sterk groeiende populariteit van Duitse auto’s in Amerika, maar de meeste auto’s worden geëxporteerd naar China en Japan. De fabrieken draaien op volle kracht en breiden uit. In Vance werden het afgelopen jaar 180.000 auto’s gemaakt, een record, en werd er circa een miljard dollar verdiend.

‘Vrije markt slopen’

In Chattanooga probeerde de bond de werknemers lid te maken. Die gingen twee weken geleden niet akkoord. Een krappe meerderheid wees het plan af na een intensieve campagne van Grover Norquist, een Republikeinse partij-ideoloog die zich sterk verzet tegen een grote overheid. Norquist richtte de organisatie Center for Worker Freedom op, en liet spotjes op de lokale tv-zenders uitzenden. Matt Patterson, directeur van deze organisatie, zei: „Bonden hebben een politieke agenda. Ze willen werknemers controleren en de vrije markt slopen.” De crisis in de auto-industrie van de afgelopen jaren is daar volgens Patterson het bewijs van. In Tennessee liet hij borden langs de weg plaatsen: „Autovakbonden hebben Detroit verslonden. Volgende maaltijd: Chattanooga.”

Na de mislukking in Chattanooga heeft het strijdtoneel zich zuidwaarts verplaatst, naar Vance. UAW heeft jonge activisten gestuurd en een geïmproviseerd kantoortje geopend, dicht bij de fabriek. Ook het Center for Worker Freedom is er neergestreken, en de eerste spotjes zijn al op de radio te horen. Zelfs de Republikeinse gouverneur van Alabama heeft zich ermee bemoeid. Hij zei dat de bond weg moet blijven, omdat de fabriek anders te hoge salarissen moet gaan betalen en naar Mexico zal vertrekken.

Don White: „Het is de bond niet om meer geld te doen. We verdienen 28 dollar per uur, ver boven het minimumloon. Maar andere zaken zijn slecht geregeld. De zorgpremies zijn 300 dollar per maand, veel te hoog. De meeste werknemers zijn parttime in dienst, waardoor ze niet rondkomen. Het werk is zwaar, en onveilig. En bovendien: we mogen nergens over meepraten. Dat willen we veranderen.”

Dreigtelefoontje

In een koffietentje bij de fabriek zegt Mercedes-werknemer Jeremy Kimbrell dat de leiding niet wil luisteren naar het personeel. „Het zijn kleine dingen. De auto’s hangen in de lucht als je ze monteert. Daar krijg je binnen een paar jaar een hernia van. In Duitsland leggen ze auto’s op zijn kant, zodat je je rug niet breekt. Je kunt zoiets niet in je eentje bij een directeur aankaarten.” Over de bond kun je maar beter niet beginnen, zegt hij. Een collega die er op het werk over praatte, kreeg ’s avonds een anoniem dreigtelefoontje. „Dat is de sfeer op de fabriek. Er is intimidatie, zodat wij ons niet organiseren.”

De Mercedes-fabriek ontkent dat het een rol speelt in de toenemende spanning in Vance. „Wij zijn neutraal, en al onze medewerkers zijn vrij hun mening te uiten”, zegt een woordvoerder. De fabriek ontkent personeel te intimideren, maar zegt wel dat „de unieke teamcultuur” en „directe toegang tot de top” al zorgen voor goede salarissen en werkomstandigheden.

Om de samenhang te benadrukken, dragen alle medewerkers een groen poloshirt met hun voornaam erop. Don White zegt smalend: „Ze zeggen altijd dat we één grote familie zijn. Maar het is wel een familie waar niks uitgesproken wordt.”