Schijnveiligheid? Stop gewoon voor de zebra

Een kennis overkwam het volgende. Een doorgaande weg bij hem in de buurt is voorzien van snelheidsverlagende versmallingen. Aanvankelijk stonden er verkeersborden bij die aangeven welke rijrichting eerst mag. De hindernissen werden gerenoveerd en de borden verdwenen. Het bleek beleid: volgens de gemeente moesten weggebruikers voor-taan zelf maar bepalen wie voorrang had. Op een avond naderde mijn kennis de wegversmalling, behalve een tegenligger op flinke afstand was er geen ander verkeer, dus hij reed de versmalling binnen. Maar de tegenligger meerderde vaart en kwam, toen mijn kennis de versmalling voor driekwart achter zich had, recht voor hem tot stilstand. De bestuurder sprong eruit, trapte zijn spiegel eraf, trok zijn portier open en sloeg hem een blauw oog. Mijn kennis ging naar de politie. Die niets deed. Er was geen strafbaar feit. Er stonden daar immers geen borden meer?

Een zevenjarig meisje wordt doodgereden door een motorfiets die met honderd door de bebouwde kom raast en uit de bocht vliegt. De wijk komt in actie: de politie moet de maximumsnelheid beter handhaven. Reactie van de gemeente: eerst moeten er snelheidsverlagende hindernissen worden aangebracht, pas als die onvoldoende effect hebben, mag de politie extra verbaliseren. Ons recht wordt te duur. Dit aspect miste ik een beetje in het stuk over de zebra, gisteren in NRC Handelsblad. Steeds meer gemeenten ‘betwijfelen het nut’ van de gestreepte oversteekplaats, signaleert Bas Blokker. Het argument heet ‘schijnveiligheid’, een begrip waar moderne verkeerskundigen dol op zijn. Als je rond een spoorwegovergang de struiken weghaalt krijgt het verkeer beter zicht, bestuurders worden daardoor minder alert en zo gebeuren er alsnog ongelukken. Zet die struiken terug en de mensen gaan beter opletten. Een wethouder van de gemeente Lingewaard – Kees Telder, onthoud die naam – overweegt de zebra’s na een herbestrating niet terug te plaatsen. Argument: schijnveiligheid. ‘Zebra’s geven met name kleine kinderen het gevoel: hier kan ik veilig naar de overkant.’ Ja, lllll…luilebol! Zebra’s zijn namelijk bedoeld om kinderen veilig te laten oversteken! Het feit dat ook op een zebra nog wel eens iemand wordt aangereden, is dat een argument om ze op te heffen? Ligt dat aan de perceptie van ‘schijnveiligheid’, of aan het rijgedrag van de daders? O nee, pardon, zonder zebra ís er straks geen dader meer. Alleen nog een slachtoffer! Geen onderhoud, geen surveillance, geen opsporing, geen processen verbaal, geen vervolging, geen rechtsgang, geen vonnis, geen incasso, geen detentie én geen reclassering! Moet jij eens uitrekenen wat dat scheelt! Zelfs geen recidive! Althans, als dit lumineuze beleid landelijk wordt uitgerold, iets waar wethouder Kees ongetwijfeld erg voor is. ‘Inderdaad. Wij moeten dus naar een situatie dat er nooit meer iemand op een zebra wordt aangereden. Daarom halen wij de zebra’s weg.’ Als ik in de buurt van Lingewaard woonde sprong ik nu in de auto, zocht het adres van die wethouder en zaagde de borstwering van zijn balkon. De kindersluiting op de ammoniak in zijn keukenkastje: eraf. De randaarde van zijn Philishave: weg ermee. Allemaal voorzieningen die de familie Telder het idee zouden kunnen geven dat het veilig is. Le-vens-gevaarlijk!

Het bedrog zit in dat woord. Geen enkele veiligheid is waterdicht, maar veiligheid die soms faalt is nog geen schijnveiligheid. Als struiken bij een spoorovergang veiliger zijn dan geen struiken, waarom werden ze dan ooit weggehaald? Als géén zebra veiliger is dan wel een zebra, waar komt de zebra dan vandaan? Bedacht door onverantwoordelijke idioten? Het antwoord op die vragen bestaat uit het vermoeide hoofdschudden van een ‘verkeerskundige’ met een pseudowetenschappelijk modewoord en een wethouder met een bezuinigingtaak.