Provocaties op Tempelberg gevaar voor vredesproces

Joodse bezoeken zorgen voor een licht ontvlambare situatie op de heilige Tempelberg. Een debat in het parlement van Israël over status van de berg leidde deze week tot rellen.

Stenen, traangas en schokgranaten. Op de Tempelberg in Jeruzalem gaat het vaak mis op vrijdag. Deze week was het echter al raak op dinsdag, toen het Israëlische parlement voor het eerst debatteerde over de status van de Tempelberg waar in de regel moslims bidden. Initiatiefnemer was premier Netanyahu’s partijgenoot Moshe Feiglin (Likud), die de joodse gebedspraktijken op de Tempelberg wil verruimen. Het werd een onstuimige discussie, waarin moslims werden beticht van poepen op de heilige plaats.

Radicale joodse groeperingen proberen al decennialang toegang tot de Tempelberg te forceren. Voorheen vormden zij echter een marginaal verschijnsel. Nu genieten zij meer politieke steun dan ooit. Daarbij loopt het aantal joodse bezoekers op de Tempelberg de afgelopen maanden op, gelijk de onrust onder de Arabieren.

De reacties op het debat tekenen de explosieve situatie. Bij de rellen tussen Palestijnse moslims en de Israëlische politie vielen tientallen gewonden. Een officiële Palestijnse vertegenwoordiger beschuldigde Israël van een „regelrechte religieuze confrontatie”. De Arabische Liga belegde een buitengewone vergadering. In Jordanië tekenden 47 van de 150 parlementariërs een petitie waarin zij de regering opriepen tot het beëindigen van het vredesakkoord met Israël. Een motie die pleitte voor uitzetting van de Israëlische ambassadeur kreeg een meerderheid.

Toen Israël de Tempelberg in 1967 veroverde, is immers afgesproken dat joden daar niet op zouden bidden en dat het islamitische orgaan Waqf het terrein op de berg zou beheren. De Waqf rapporteert aan de Jordaanse regering en de Jordaanse invloed is ook verankerd in het vredesverdrag van 1994.

De Jordaanse motie over uitzetting van de ambassadeur was niet bindend en dat vredesakkoord zal dit parlementaire debat ook wel overleven, zegt Daniel Seidemann, een prominente joodse vredesactivist en Jeruzalem-expert. Toch meent hij dat deze „politieke provocatie” extreem gevaarlijk is. „Denk aan het bezoek van oud-premier Sharon, dat in 2000 het startschot werd van de Tweede Intifada. Dat gaf slechts een vonkje, maar de sfeer was toen even licht ontvlambaar als nu.”

Uiterst gevoelige plek

Seidemann vreest niet alleen een uitbarsting van Palestijns geweld, maar waarschuwt ook dat fundamentalistische islamitische bewegingen in de regio hun aandacht op het Westen zullen richten. „De Tempelberg is onderdeel van een groter plaatje. Er hangen afbeeldingen van de Tempelberg in Pakistan. Reken maar dat de Amerikaanse veiligheidsdiensten zich nu grote zorgen maken.”

Intussen levert de huidige ronde van vredesbesprekingen onder Amerikaanse leiding, zeven maanden na de start en twee maanden voor de gestelde deadline, nog geen zichtbare resultaten op. Als het overleg straks klapt, zal dat zijn weerslag hebben op de uiterst gespannen situatie rond de Tempelberg. Andersom kan een incident op de berg het vredesproces in een klap opblazen. Zo gevoelig ligt de plek bij beide partijen. Claims van twee kanten zijn volgens Seidemann een reden dat eerdere vredesbesprekingen mislukten, en het overleg momenteel hapert.

Voor moslims is de Tempelberg (Haram al-Sharif) na Mekka en Medina de heiligste plaats. De laatste vijf eeuwen was het zo dat moslims op de Tempelberg baden en joden ernaast, tegen de Westelijke Muur, ook de Klaagmuur genoemd. Oude joodse wetten verbieden joden toegang tot de Tempelberg, waar eens de Eerste en tot ongeveer twee millennia geleden de Tweede Tempel stond. De plek is te heilig om zomaar te betreden. Joden willen hier ook een Derde Tempel zien. Voor de Tempelberg hangt daarom een bordje: verboden toegang. Ondertekend door het opperrabbinaat.

Op gewone dagen is de Tempelberg een oase van rust, hoog boven de benauwde oude stad. Rond de Al-Aqsamoskee en de goudglimmende Rotskoepel ligt een uitgestrekt plein, met weids uitzicht op de Olijfberg en de bezette Palestijnse gebieden. Palestijnse jongetjes voetballen op het plein, hun zusjes slenteren kletsend rond. Mensenpoep is nergens te bekennen.

Voor de toegangspoort van de Tempelberg moet een achteloze joodse toerist uit Rusland haar pas aangeschafte souvenir, een Israëlische vlag, weggooien. De Israëlische politieagenten hebben ook opdracht om joden die bidden te verwijderen. Het Hooggerechtshof oordeelde in 2012 dat joden het recht hebben om op de Tempelberg te bidden, maar ook dat dit mag worden verboden omwille van de veiligheid. En de Israëlische veiligheidsdiensten zijn het roerend eens: verandering van de staande praktijk is vragen om problemen. Joden die in stilte bidden mogen doorgaans wel hun gang gaan.

Joden weer de baas

Maar dat is niet genoeg voor Feiglin en andere rechtse politici. Joden moeten weer de baas worden op de Tempelberg, vinden zij. Er moet een Israëlische vlag op prijken. Was zo’n gedachte twintig jaar geleden radicaal, nu is ze gangbaar geworden, constateert Seidemann. Steeds meer rabbijnen roepen op tot bidden op de Tempelberg. Tal van organisaties willen de Derde Tempel bouwen. Zelfs een minister, Uri Ariel (Huisvesting), laat zich regelmatig – hardop biddend – op de Tempelberg zien.

Veel van de politici, rabbijnen en activisten die meer toegang tot de Tempelberg willen, wonen in een nederzetting en hebben niet alleen religieuze maar ook ultranationalistische motieven. Zo zijn Feiglin en Ariel niet alleen voor Israëlische hegemonie over de Tempelberg, maar ook voor annexatie van de bezette gebieden en tegen een Palestijnse staat. De Tempelberg is een mooi mikpunt, daar die voor veel Palestijnen niet alleen heilig is, maar ook een symbool is geworden van hun streven naar zelfbeschikking. Volgens linkse politici was het doel van de recente discussie in het parlement vooral het vredesoverleg met de Palestijnen torpederen en de relaties met de Arabische wereld saboteren.

Een filmpje waarin Ariel zegt dat hij de Derde Tempel wil bouwen is volgens Seidemann al lang een hit in Kairo en Teheran. Zulke acties zijn heel hachelijk, meent Seidemann. „De regering hoort beperkingen op te leggen in het belang van de staatsveiligheid. Premier Netanyahu zou Ariel daarom moeten tegenhouden en hardop moeten zeggen dat Israël niet aan oude afspraken wil tornen. Maar Netanyahu is op dit punt in de minderheid in zijn regering. Hij is bang populariteit te verliezen.”

Deze week greep premier Netanyahu wel achter de schermen in bij Likud: hij verhinderde een stemming na afloop van het Tempelbergdebat. De premier weet heel goed hoe explosief de plek is en hij heeft daarom absoluut niet de intentie om de status quo te veranderen, stelt Seidemann. „Maar intussen verandert de status quo in razend tempo. De Tempelberg ziet elke dag meer provocaties.”