‘Nachtwacht van de zestiende eeuw’ komt naar Amsterdam

Beatrix nog in haar rol als koningin tijdens de opening in 2011 van de tentoonstelling Lucas van Leyden en de Renaissance in de Lakenhal in Leiden.
Beatrix nog in haar rol als koningin tijdens de opening in 2011 van de tentoonstelling Lucas van Leyden en de Renaissance in de Lakenhal in Leiden. Foto ANP / Robin Utrecht

Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden zal voor het eerst te zien zijn buiten Leiden. Tijdens de restauratie en uitbreiding van het Leidse Museum De Lakenhal zal het wereldberoemde, driedelige altaarstuk te zien zijn in de eregalerij van het Rijksmuseum in Amsterdam. De verbouwing van de Lakenhal vindt plaats van 2015 tot 2017.

Het werk, dat wel ‘de Nachtwacht van de zestiende eeuw’ wordt genoemd, stamt uit 1527. Van Leyden schilderde het voor de Pieterskerk, in opdracht van de erven van de Leidse notabel Claes Dircks van Swieten.

Het Laatste Oordeel is het absolute topstuk van museum De Lakenhal, waar het te zien is sinds 1874. Alleen in de Tweede Wereldoorlog verliet het werk de stad. Net als de Nachtwacht van Rembrandt werden de drie panelen ondergebracht in de lege mergelgangen onder de Pietersberg in Limburg.

Geen museum kreeg het altaarstuk ooit te leen. De panelen zijn kwetsbaar, maar dat is niet de belangrijkste reden dat ze nooit reizen, zegt Lakenhal-directeur Meta Knol. “Musea vragen het werk nooit te leen, ik denk omdat ze weten dat zo’n topstuk het museum nooit mag verlaten.”

Bruikleenverkeer pijler van samenwerking

Dat het Leiden nu wel verlaat, is onderdeel van een formele samenwerkingsovereenkomst die de directeur van de Lakenhal vanmorgen ondertekende met Wim Pijbes, de directeur van het Rijksmuseum. Als dank voor de bruikleen zal het Rijksmuseum onder meer materiaaltechnisch onderzoek verrichten naar Het Laatste Oordeel. Knol: “Bij het Rijksmuseum zijn fantastische faciliteiten waarover wij als klein gemeentelijk museum niet beschikken.”

De belangrijke “pijler” onder de samenwerking zal een coulant wederzijds bruikleenverkeer zijn: beide musea zullen elkaar vaker werken uitlenen. In ruil voor Van Leydens meesterwerk, hoopt Knol “natuurlijk op langdurige bruiklenen voor onze nieuwe opstelling na voltooiing van de uitbreiding en restauratie van het museum”.

Lees vanmiddag meer in NRC Handelsblad.

    • Pieter van Os