Mooi met een wreed randje

De Belgische kunstenaar Michaël Borremans haalt in zijn schilderijen de hele Europese kunstgeschiedenis aan, van barok tot surrealisme. Zijn werk is nu te zien op een grote overzichtstentoonstelling in het Brusselse museum Bozar.

Michaël Borremans, Sleeper, 2007-2008. Olieverf op doek, 40×50 cm. Privécollectie
Michaël Borremans, Sleeper, 2007-2008. Olieverf op doek, 40×50 cm. Privécollectie Foto Peter Cox

Ah, de kunstgeschiedenis. Wat hebben schilders toch een rijkdom aan beelden om uit te putten, denk je bij de schilderijen van de Belgische kunstenaar Michaël Borremans (1963). Hij doet niet anders dan oude tradities naar zijn hand zetten, blijkt in zijn oeuvreoverzicht in het Bozar in Brussel. Vrouwen in japonnen, gezichten à la Vermeer, vogels als Fabritius’ puttertje, gepenseeld tegen ondiepe toneeldecors waarmee hij – net als Watteau eeuwen eerder – verklapt dat het maar schijn is waar we naar kijken.

In die schone schijn staan zijn klassieke figuren er wat verloren bij, maar een enkele keer heeft Borremans een gulle bui en laat hij ze ronddolen in traditionele landschapsschilderkunst. The House of Opportunity (im Rhönlandschaft) is een pastorale onder grijze wolken waar een Haagse Schoolschilder zich niet voor zou schamen. De figuurtjes dragen boerenmutsjes die passen in Borremans’ fictieve pre-moderne tijd, toen het leven nog eenvoudig was en de mens nederig en godvruchtig. Tussen die groene heuvels verrijst een schuur die wel de boerderijvorm heeft die je daar verwacht, maar het is een monstruositeit. De schuur heeft honderden ramen, als een fabriek die mensen opslokt. ‘Doe het niet’, wil je die poppetjes toeroepen die omhoog kijken naar dit huis van mogelijkheden. Maar ze zijn verloren. Zoals al Borremans’ figuren.

Dit fijne landschapje hangt in een verduisterd zaaltje achterin deze mid-career tentoonstelling, die uit twee delen bestaat. In de eerste zalen hangen zijn schilderijen, vroom, sereen, mooi, met een wreed randje. Zijn portret van een slapend kind lijkt een dodenmasker en de vogeltjes à la Fabritius zijn opgeprikt aan spelden. Hij schildert naar foto’s en je ziet de verstilling en precisie doorechoën, in een levenloos resultaat. Daarna beland je bij de grimmige tekeningen en filmpjes achterin, in ruimtes die niet voor niets verduisterd zijn. As sweet as it gets heet de tentoonstelling naar die dubbelheid: een zijdeachtige schoonheid waaruit het leven wegsijpelt. Het enige leven dat resteert, is die heerlijke virtuoze toets waarmee Borremans zijn elegante personages neerzet.

Internationale museumtournee

Borremans lijkt rijp voor zo’n groot overzicht, dat zich in elf zalen ontvouwt als een steriel maar indrukwekkend universum. Twintig jaar geleden toonde hij zijn eerste schilderijen, een kleine tien jaar geleden kreeg hij een museumsolo in het SMAK in Gent, nu start een internationale museumtournee. De volgende stops zijn Tel Aviv en Dallas. Galeriegiganten wereldwijd hebben hem al omarmd, het grote publiek moet nog volgen. Dat zal de reden zijn dat het Bozar Borremans zo nadrukkelijk presenteert als een schilder met een ‘Europees narratief’, precies hoe het drie jaar geleden Luc Tuymans’ museumtournee typeerde. Heerlijk vonden de Amerikanen dat, die Europese kunstgeschiedenis vermengd met zowel Disney als Bush en internationale politiek.

Maar Borremans doet niet aan actualiteiten. Hij haalt de hele Europese kunstgeschiedenis aan, van barok tot surrealisme en weer terug, in een kunst die gedegen is, klassiek, verheven, zelfs wat hautain. Niet verwonderlijk dat hij zegt te schilderen in een net pak – alsof een overall je ooit in de juiste aristocratische sfeer brengt.

Al zijn zijn schilderijen magnifiek, in die kleine tekeningetjes over macht lijkt Borremans het meeste te durven. Dan neemt het surrealisme het over, de waanzin, als hij ideeën direct op papier zet zonder er veel aan te construeren. 24 Chopped Heads pronouncing the word ‘Kaas’ simultaneously – een titel waar niets aan toe te voegen is. Overal ondergaan de mensen hun lot, hoofden afgehakt, lijven wegzinkend in klonten boter. Daar zien we de repressie die overal dreigt. Neem de kleine filminstallatie The German, een maquette van een bioscoopzaal met een zeldzaam zelfportret van Borremans, de man met de melancholische blik die liever zwijgt dan praat. Piepkleine poppetjes kijken erin op naar deze Big Brother met zijn droevige ogen.

Surrealistische draai

Ja, dat is het. Totalitair. Borremans verbeeldt een mak volk dat zijn plek moet kennen. ‘Think or suck’ zegt een titelbordje naast een onzedige tekening waar vooral veel gezogen wordt, en niet op lolly’s. Hij schept taferelen waarin hij de kunstgeschiedenis benut om grandeur neer te zetten, waarna hij er een surrealistische draai aan geeft die ook een stevige traditie heeft in zijn land. Bij Magritte is een pijp geen pijp, bij Broodthaers een mosselpan een vat voor iets anders, bij Borremans is de mens een robot.

Wilsonbekwaam kijken zijn personages op naar musea of naar een gebouw in de beeltenis van een Mae West – iconen. Omringd door macht en commercie verwarren ze hun eigen verlangens met de geprojecteerde promotie. Niet alleen de fabriek uit The House of Opportunity zuigt mensen op, ook musea maken je klein, nederig, passief.

En zowaar, zijn eigen tentoonstelling doet dat ook. Serene doeken verrijzen boven Horta’s majesteitelijke museumarchitectuur, hun sepiapalet kleurend bij de trappen met hun visgraatparket – machtig, afstandelijk. Je wordt er nederig als de museumbezoekers die in Borremans’ Small Museum for Brave Art opkijken naar de hooggeplaatste pronkstukken. Als je die gedachte doorvoert, zou je beter helemaal niet naar het museum kunnen gaan, zoals je er verpletterd wordt door een hautaine schoonheid. Daar zit wat in. Maar dan mis je ook deze mooie show.