Ik wil ook naar Nederland papa! Ik wil nu komen! ...maar wel van elkaar gescheiden

Illegaal in Nederland zijn wordt strafbaar // Maar legaal naar Nederland komen is ook niet makkelijk, merkt Arne Doornebal als hij zijn vrouw wil laten overkomen

Mijn twee Nederlandse kinderen wonen samen met mijn Afrikaanse echtgenote in Oeganda. Binnenkort zitten de kinderen alleen nog met de oppas in Oeganda, omdat hun moeder naar buurland Kenia moet reizen voor een taalexamen Nederlands.

„Papa, waar ben je?” Streng kijkt mijn vierjarige dochter Maureen me aan. Op een schokkerig Skype-beeld zie ik haar staan. In hartje Afrika, gehuld in een zomerjurkje. „Ben je in Nederland papa?” Haar ogen stralen opeens.

„Ik wil ook naar Nederland. Sneeuwballen gooien!” Ze eist een reis naar Nederland, waar ze al vier keer eerder was. „Ik wil nu komen!” Dan vertel ik dat ze best mag komen, samen met haar eenjarige broertje Joe. Maar dan zal ze haar moeder in Afrika achter moeten laten. Verontwaardigd vraagt ze: „Waarom?”

Hoe leg ik aan een vierjarig kind uit wat ook voor mij onbegrijpelijk is?

Het verhaal begint zeven jaar geleden, als ik naar Oeganda verhuis om als freelance Afrikacorrespondent te gaan werken. Wanneer ik eind 2007 verslag doe van de verkiezingen in buurland Kenia ontmoet ik Juliet, een Oegandese. Ze is op vakantie geweest en raakt verzeild in het tribale geweld dat volgt op de curieus verlopende stembusgang. Ook voor mij komen de gewelddadigheden als een verrassing. Samen slagen we erin Kenia veilig te verlaten en terug te keren naar Oeganda.

Er bloeit iets moois, wat resulteert in een traditionele bruiloft. Mijn familie komt over, hijst zich in Oegandese klederdracht en ziet hoe ik een bruidsschat van één koe en nog wat goederen betaal. De plechtigheid wordt de volgende dag nog eens over gedaan, maar dan voor de kerk en de staat. Na verifiëring van de akte is ons huwelijk nu ook in Nederland erkend.

We wisten steeds: we gaan terug

Eind 2009 komt Maureen ter wereld, drie jaar later gevolgd door Joe. We wonen met veel plezier in Oeganda, de ‘parel van Afrika’ en een relatief rustig land te midden van instabiele buren. Toch ben ik er tijdelijk, een passant, die op een gegeven moment weer terug zal keren naar Nederland. Dat weten we allebei. Pas toen we vorig jaar serieus gingen nadenken over terugkeer naar Nederland, bleek wat voor mission impossible dat is.

Op papier klinkt het redelijk: een Nederlander die een partner wil over laten komen moet het gezin kunnen onderhouden, terwijl de buitenlandse partner Nederlands moet leren. Toch wordt dit laatste selectief toegepast.

Amerikanen en Canadezen mogen de taal leren wanneer ze al in Nederland zijn. Evenals Japanners, Zuid-Koreanen en Australiërs. Voor Afrikanen en de meeste andere mensen van buiten de Europese Unie geldt dit niet. De lijst lijkt vrij lukraak samengesteld, en wordt door veel Afrikanen als discriminerend ervaren.

In een gemiddeld Afrikaans land worden geen taalcursussen Nederlands aangeboden. Maar dankzij een behulpzame Nederlandse expat ondergaan Oegandese liefdesmigranten gedwee hun lot. En dus oefent het klasje op de uitspraak van voorbeeldzinnen als deze: ‘Als iedereen een beetje doorwerkt, is het karwei in een mum geklaard.’

Met de kinderen heb ik consequent Nederlands gesproken. Joe komt nog niet verder dan ‘mama’ en ‘Bumba’, maar met Maureen voer ik hele gesprekken. We lezen Kikker en eend en luisteren naar kinderliedjes uit grootmoeders tijd.

Expatriate kinderen hoeven niet veel van de Nederlandse cultuur te missen. Er bestaat in Oeganda officiële Nederlandse bijles – sinds kort niet meer gesubsidieerd door het Rijk – en rond 5 december komt Sinterklaas in een bootje over het Victoriameer aan. Mét Zwarte Pieten.

Maureen en Joe doen niet alleen Nederlands, ze zijn het ook. Dat was niet ingewikkeld: het was duidelijk wie de ouders waren, we waren netjes getrouwd en omdat ik Nederlander ben zijn zij het ook. Voor Juliet veranderde er niets. Het feit dat we al bijna vijf jaar getrouwd zijn doet verder niets af aan haar status als niet-westerse allochtoon.

Heb je ze in Afrika achter gelaten?

„Waar is je gezin?” Het is de eerste vraag die mensen me stellen, als ze me weer tegenkomen in Nederland. Verbaasd: „Heb je ze in Afrika achtergelaten?” De strengheid van de immigratiewetgeving is bij veel mensen onbekend. Die wetgeving heeft de potentie om gezinnen uit elkaar te scheuren, en dat gebeurt met grote regelmaat.

Met zijn allen tegelijk naar Nederland komen was nagenoeg onmogelijk, tenzij ik vanuit Afrika een baan in Nederland geregeld had. Liefst ook nog een huis. Volgens de wet moet ik 120 procent van het minimumloon verdienen. Eerder verdiend salaris als journalist in Oeganda telt niet mee; het gaat om de toekomst. Juliet en de kinderen kunnen pas komen zodra ik aan de inkomenseis voldoe, en ik een contract heb dat nog 12 maanden geldig is op de dag dat ik de verblijfsdocumenten aanvraag.

Dus skypen we. Ik heb beloofd dat iedere dag te doen, maar in de praktijk lukt het maar een keer of vier per week. „Papa moet namelijk een baan zoeken”, leg ik dan uit. Ik vertel dat het leuk is in Nederland, maar wel kouder dan ze gewend is. Dat sneeuwballen gooien maar heel af en toe kan. En dat ze hier kansen heeft, goed onderwijs en veiligheid. „Ik wil niet in Oeganda zijn”, zegt ze dan. „Ik wil naar Nederland.”

Logisch dat jullie streng zijn, zegt ze

Wie jaren in Afrika woont, gaat Nederland extra waarderen. Onderwijs in Oeganda is slecht, privéscholen onbetaalbaar. Juliet heeft er best begrip voor. „Logisch dat een goed geregeld land als Nederland niet zomaar iedereen toe laat”, zegt ze dan.

Al bijna een jaar volgt ze daarom Nederlandse les, en inmiddels is ze klaar voor het examen. Wie dat examen niet haalt, kan een inreisvisum vergeten. Zo’n examen kost 350 euro en gaat als volgt. De kandidaat gaat zitten in een kamertje van de Nederlandse ambassade. Dan wordt hij/zij telefonisch verbonden met een spraakcomputer in Nederland, en worden er in het Nederlands vragen gesteld. De kandidaat geeft antwoord; alles komt op de band. Wie slaagt kan de visumprocedure starten, die minimaal anderhalve maand duurt.

Als we een afspraak willen maken blijkt dat examens sinds 1 januari niet meer op de ambassade in Oeganda gemaakt kunnen worden. Juliet moet afreizen naar de hoofdstad van Kenia, waar ik haar ooit leerde kennen. Bovenop de examenkosten komt dus een vliegreis van 210 euro, en verblijfskosten.

Hoe ga ik dit nu weer uitleggen aan Maureen? In plaats van dat ze snel met mij herenigd wordt, moet ik vertellen dat nu ook haar moeder weg gaat. „Het is maar een dag, schat. Mama neemt het vliegtuig en is daardoor zo weer terug. De oppas zal lief voor je zijn. En als mama de test haalt, ben je misschien over een paar maanden in Nederland.”

Ook ik vind het onbegrijpelijk, onmenselijk. Hoe kan je de moeder van Nederlandse kinderen vanuit Oeganda naar een buurland laten vliegen terwijl hun vader duizenden kilometers verderop in Nederland is? En dat voor een telefonisch examen.

Het is alsof ik word gestraft

De lijst met landen waar buitenlandse partners geen examen meer kunnen doen – terwijl er wél een ambassade in dat land is – groeit. Er zijn meer en meer mensen die met deze extra barrière te maken krijgen. Soms is de telefoonverbinding met Nederland zo slecht dat het examen om die reden niet gehaald wordt. Pech gehad, geldt in dat geval.

Het voelt alsof ik word gestraft voor mijn huwelijk met een buitenlandse. De meeste landen zijn daar helder in: een onderdaan mag trouwen wie hij wil, en die partner mag gewoon mee komen. Niet voor niets wijken Nederlanders in mijn situatie vaak uit naar Duitsland of België, waar ook van de buitenlander een inburgeringscursus wordt verwacht. Terecht, natuurlijk. Maar in die landen wordt het gezin eerst herenigd, en kan daarna aan de integratie begonnen worden.

Sinds 7 januari, toen ik Afrika verliet, verzeker ik Maureen telkens dat het goed komt. „Als mama haar taaltoets haalt. Als de verbinding goed is. Als papa een baan voor een jaar gevonden heeft. Dan mogen jullie komen. En als het tegen die tijd nog niet gelukt is, kom ik in de schoolvakantie op bezoek in Oeganda. Dat is al in april.”

Arne Doornebal is freelance journalist. Hij maakte tussen 2007 en 2013 500 journalistieke producties in Afrika.