Opinie

Hoffmans ‘vriend’

De werkelijkheid kan reuze kafkaiaans worden als je nietsvermoedend in een mediastorm terechtkomt. Zie de ervaring van David Bar Katz, een toneelschrijver en goede vriend van de acteur Philip Seymour Hoffman die onlangs zelfmoord pleegde. The New York Times bracht er deze week een huiveringwekkend verhaal over. Al drie dagen nadat Hoffman dood was aangetroffen, begonnen op internet berichten te circuleren dat Hoffman en Katz minnaars waren geweest en dat ze de nacht voor zijn dood samen crack hadden gebruikt. Katz zou gezegd hebben dat hij Hoffman ook vaak heroïne had zien gebruiken. De berichten bleken terug te voeren tot een ‘onthulling’ in het schandaalblad The National Enquirer.

Katz tuimelde van zijn stoel toen zijn zoon hem van de berichten op internet vertelde. Ja, hij was vijftien jaar met Hoffman bevriend geweest. Ze kenden elkaar uit de filmwereld, maar waren nauwer bevriend geraakt toen ze elkaar op het schoolplein van hun zoons in Greenwich Village troffen. Ze gingen vaak samen ontbijten als ze hun kinderen hadden afgezet.

Van een homoseksuele relatie was geen sprake en Hoffman had juist nooit drugs in zijn aanwezigheid gebruikt. Wel had Hoffman vaak met hem over zijn verslaving en zijn ontwenningskuren gepraat. Op de dag van de zelfmoord had Hoffman hem nog een sms’je gestuurd: of hij zin had bij hem naar een basketbalwedstrijd van de Knicks te kijken. Het was voor Katz een teken dat Hoffman niet van plan was die nacht drugs te gebruiken.

Hoffman had hem eens gezegd: „Verslaafd ben je als je juist dat doet wat je absoluut niet zou willen doen.” Katz: „Hij was rigoureus clean en had een vreselijke terugval.”

Katz antwoordde pas later die nacht – maar kreeg toen geen reactie meer. Hij ging naar het appartement van zijn vriend en vond hem dood.

Het kon Katz niet schelen dat hij publiekelijk een homo werd genoemd („Wij zijn theaterjongens, wat maakt het uit?”), maar de suggestie dat hij vertrouwelijke zaken over zijn vriend had verteld, maakte hem razend. Hij had, nota bene, nooit met The Enquirer gesproken.Hij nam een advocaat om een proces wegens laster tegen The Enquirer aan te spannen. Binnen twee dagen trok het blad het artikel in en maakte excuses. Maar de schade was toen al groot: hij kreeg „een miljoen telefoontjes” en fotografen zaten hem op straat achterna.

Hoe kwam The Enquirer aan deze doodzieke canard? Hij komt voor rekening van een ervaren redacteur en enkele reseachers. Zij waren op ene David Katz gestuit, aan wie zij de vraag hadden gesteld: „Bent u de toneelschrijver David Katz?” Zijn antwoord was bevestigend. Hij had radeloos geklonken en ze konden niet geloven dat iemand zo bot was zich zomaar voor de toneelschrijver uit te geven.

Zo werd schandaaljournalistiek schandalige journalistiek.

De advocaat van Katz haalde het onderste uit de kan: een hoge schadevergoeding waarvan Katz een fonds wil oprichten waarmee jaarlijks een prijs van 45.000 dollar kan worden toegekend aan een toneelschrijver. Bovendien werd The Enquirer gedwongen de naam prijs te geven van de fake-Katz. Die zal vervolgd worden. „Mijn doel is hem aan de bedelstaf te brengen”, zei de advocaat van Katz. Ook moet The Enquirer een paginagrote correctie in The New York Times betalen.

Een schandaalblad als subsidiënt voor modern toneel – Hoffman zou er tevreden mee zijn geweest, denkt Katz.