Opinie

Hier is het plan B voor onze ABN Amro

Zo, da’s weer 200 miljoen binnen. ‘Eigenaar’ Jeroen Dijsselbloem van ABN Amro krijgt straks na de aandeelhoudersvergadering 200 miljoen euro overgemaakt als dividend over het tweede halfjaar. Daarmee komt het totaal dat de staatsbank de afgelopen drie jaar als dividend heeft uitgekeerd aan de belastingbetaler op 850 miljoen euro.

In dit tempo duurt het tot eind deze eeuw voordat de reddingsactie van oktober 2008 is terugverdiend. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) becijferde vorig jaar dat ABN Amro, Fortis Nederland en aanverwante boedel (zogeheten RFS-aandelen) ruim 24 miljard euro hebben gekost.

Om vaart te maken met het terugverdienen wil het kabinet de aandelen van ABN Amro zo snel mogelijk verkopen als de bank stabiel en winstgevend is. Maar wie de resultaten over 2013 ziet en de verwachtingen van bestuursvoorzitter Gerrit Zalm serieus neemt, moet inmiddels een meervoudig déjà vu zien en een plan B voorbereiden.

Eerst de déjà vu gevoelens. ABN Amro kampt met twee struikelblokken. De eerste is de wanverhouding tussen opbrengsten en kosten. Herinnert u zich Rijkman Groenink nog? Hij was die man die er als bestuursvoorzitter maar niet in slaagde om de opbrengsten-kostenverhouding, en daarmee de winst, structureel te verbeteren. Geen wonder dat ‘ie ten onder ging toen speculatieve beleggers zijn positie aanvielen en een overname afdwongen. Nu blijkt: de praktijk is toch lastiger dan het papieren beeld. Het rendement (zonder eenmalige meevallers) van ABN Amro op het eigen vermogen was vorig jaar 5,5 procent. Geen vetpot. Op de recentelijk aan de beurs genoteerde certificaten van de Rabobank krijgt de belegger al 6,5 procent vaste rente.

Tweede déjà vu: ABN Amro is door zijn concentratie op Nederland bijzonder kwetsbaar. Het kabinet-Balkenende IV nationaliseerde de bank om ons spaargeld en het betalingsverkeer te redden. Veilig achter de dijken. Maar nu is het precies andersom. Alle plagen die over Nederland komen (huizenprijsdalingen, recordfaillissementen, reële loondalingen) komen ook over ABN Amro. De bedaagde spaarbank SNS dacht dat zij met de overname van vastgoedfinancier Bouwfonds Property in 2006 haar bedrijf een bredere basis gaf, maar zij haalde juist méér risico’s binnen. Zo is het nu met ABN Amro. Wat in 2008 zo veilig leek, is nu een bank met een opeenstapeling van risico’s, stijgende stroppen en dalend marktaandeel.

Niks aan te doen. De economie is zoals zij is, althans zolang het kabinet dit beleid voert. De markt voor banken is gezien de belabberde vooruitzichten een zogeheten kopersmarkt. Een koper die durft toe te slaan en wat geduld heeft, doet straks goede zaken als de economische groei zich vertaalt in lagere stroppen, meer zakenvolume en winstgroei. Als Dijsselbloem ABN Amro nu in stappen zou verkopen, staan de financiële opkopers in de rij, maar wel tegen uitverkoopprijzen. Niet doen dus.

Daarom: tijd voor plan B. Nederland maakt van zijn zwakte (we moeten een bank verkopen) zijn kracht: onze ABN Amro gaat ándere genationaliseerde banken kopen. Van ándere ministers van Financiën bijvoorbeeld, die net als Dijsselbloem van ‘hun’ banken afmoeten, maar meer haast hebben. Omdat zij snel geld nodig hebben. Of omdat zij ideologische prikkels voorrang geven boven praktisch nadenken. Of omdat zij er gewoon vanaf willen.

ABN Amro gaat internationaal op overnamepad. Dat heeft zeker risico’s, maar hé: dit is ondernemen. Geen rendement zonder risico. De minister zegt tegen de pensioengiganten: als je in de Nederlandse economie wilt investeren, doe het dan met mij, in uitbreiding van ABN Amro.

Bouw een nieuwe bank, met een nieuw buitenlands netwerk van kantoren, die het exporterende en investerende Nederlandse bedrijfsleven steunen en de weg wijzen.