Het is lariekoek en tóch gepubliceerd

Meer dan honderd nonsens-artikelen kwamen in wetenschappelijke uitgaven terecht // Het programma SCIgen ’schrijft’ ze op commando

Hier een voorbeeld van een wetenschappelijk nonsens-artikel. Je kunt het een Jabberwocky-artikel noemen: dat is de titel van een beroemd nonsensgedicht van Lewis Carroll. Produceer zelf een nonsensartikel via http://pdos.csail.mit.edu/scigen (of makkelijker: google op SCIgen).
Hier een voorbeeld van een wetenschappelijk nonsens-artikel. Je kunt het een Jabberwocky-artikel noemen: dat is de titel van een beroemd nonsensgedicht van Lewis Carroll. Produceer zelf een nonsensartikel via http://pdos.csail.mit.edu/scigen (of makkelijker: google op SCIgen).

Stel, je bent een gretige, ambitieuze computerwetenschapper (of juist een hele luie) en je wil zonder al te veel moeite je lijst met publicaties snel langer maken. Daar bestaat software voor. Het programma SCIgen produceert kant-en-klare wetenschappelijke artikelen, inclusief plaatjes, grafieken en een referentielijst. Speciaal voor de computersector. De tekst is dan weliswaar nonsens, maar er zijn tijdschriften die het gewoon publiceren.

Dat laatste blijkt uit onderzoek van de Franse wiskundige Cyril Labbé, verbonden aan de universiteit van Warwick. Hij ontdekte dat de Duitse uitgever Springer van 2008 tot 2013 zeker 16 van die nonsens-artikelen heeft gepubliceerd. De Amerikaanse technologievereniging en uitgever IEEE scoort nog hoger met meer dan 100 van zulke ‘jabberwocky-artikelen’ (naar het beroemde nonsensgedicht van Lewis Carroll). De nonsensartikelen zijn vooral verschenen in conference proceedings, bundels artikelen die naar aanleiding van een congres worden uitgegeven.

Springer en IEEE zijn inmiddels druk doende deze artikelen uit hun database te verwijderen, zo meldden ze eerder deze week op de website van het tijdschrift Nature.

Het illustreert hoe zeer het publiceren van wetenschappelijke artikelen is veranderd de laatste decennia. Het heeft te maken met de opkomst van computer en internet, en de groeiende druk op wetenschappers om een klinkende lijst met publicaties te kunnen presenteren.

Zo zijn er in China gespecialiseerde bureaus die makelen in kant-en-klare onderzoekspapers, overzichtsartikelen en auteurschappen. Wetenschappelijk artikeltje kopen? Of je naam als co-auteur op een artikel laten zetten? Als je maar betaalt.

En zo zijn er de laatste jaren honderden digitale spooktijdschriften verschenen: tijdschriften die tegen betaling van tientallen tot honderden dollars een artikel publiceren in een online blad, dat kwaliteit belooft maar in werkelijkheid een lege huls is. De malafide bladen hebben doorgaans geen redactie en doen weinig anders dan ingestuurde artikelen op een website zetten. Het publiceren van nonsens-artikelen is de zoveelste loot aan deze groeiende boom.

Het programma SCIgen is in 2005 ontwikkeld door computerwetenschappers van MIT. Op de website van het programma schrijven ze wat hun doel ermee is: to maximize amusement, rather than coherence. Ze willen vooral het amusement maximaliseren, niet zozeer de samenhang. Maar ze hadden wel degelijk ook een kritischer bedoeling. Ze wilden aantonen dat er conferenties zijn die betekenisloze artikelen accepteren.

Opvallend is dat de nu ontmaskerde conference proceedings het systeem van peer review zeggen te hanteren. Dat betekent dat de ingediende artikelen naar specialisten worden opgestuurd die ze beoordelen. Als dat klopt, is het de vraag hoe de reviewers de nonsens-artikelen hebben kunnen laten passeren.