Fervente voorvechter van de hedendaagse kunst

Jan Hoet, 1936-2014

Jan Hoet, kunstenminnaar, het ‘orakel van Vlaanderen’, is afgelopen nacht overleden.

In 2001
In 2001 Foto Vincent Mentzel

Hij leek onverwoestbaar. Meermalen tartte de dood de Vlaamse kunstkenner Jan Hoet, maar altijd wist hij op te krabbelen. Hij overwon nierkanker, stond weer op na een hersenbloeding. En toen hij in juni 2012 op het vliegveld van Hamburg in elkaar zakte en in coma raakte, ontwaakte hij na ruim drie weken toch weer. En ook deze keer, sinds hij in januari op weg naar een nierdialyse een hartaanval kreeg en was opgenomen in het ziekenhuis in Gent, bleef hij strijdlustig. „Wat komen moet, dat komt”, zei hij. Hoet, een van de grootste voorvechters van de hedendaagse kunst, overleed vannacht. Hij werd 77 jaar. „Met kunst moet men naar de mensen gaan”, was zijn lijfspreuk.

Hoet, die als kind van een kunstminnende psychiater opgroeide tussen kunstenaars, zag het als zijn opdracht moderne kunst toegankelijk te maken voor een breed publiek. Voor de tentoonstelling Chambres d’Amis in 1986 nodigde hij kunstenaars uit om hun werk in Gentse woonhuizen te presenteren. In Over the Edges (2000) stelde hij kunstwerken in de hele stad tentoon. Veel van die werken lokten publiek debat uit, zoals de plakken ham die Jan Fabre rond de zuilen van de Universiteitsaula had gewikkeld.

Toch zal Hoets naam vooral onlosmakelijk verbonden blijven aan het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent. Vanaf zijn aanstelling in 1975 als directeur van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent was hij pleitbezorger voor dat nieuwe museum geweest. Op de opening in 1999 stond hij bij wijze van performance in de boksring tegenover de Amerikaanse kunstenaar Dennis Bellone.

Onder Hoets leiding groeide het SMAK uit tot een tempel voor actuele kunst in Vlaanderen.

Ook internationaal genoot Hoet veel aanzien. In 1992 was hij curator van Documenta IX in het Duitse Kassel. Geïnspireerd door actuele thema’s als de Golfoorlog, aids en de naweeën van Tsjernobyl bracht hij er bijna 200 kunstenaars samen. In 2001 organiseerde hij de negende editie van Sonsbeek in Arnhem. Van 2003 tot 2008 was hij directeur van het MARTa museum in het Duitse Herford, waarvoor hij samen met architect Frank Gehry een nieuw, prestigieus gebouw ontwierp. In 2010 ontving hij de Prijs voor Algemene Culturele Verdienste van de Vlaamse Gemeenschap. Op de uitreiking zei cultuurminister Joke Schauvliege dat Hoet er als eerste in geslaagd was om bij een breed publiek de tongen los te maken over hedendaagse kunst. „Met zijn tentoonstellingen gooide hij deuren en vensters open.”

Zijn rappe tong en zijn vaak onnavolgbare redeneringen leverden hem de bijnaam ‘kunstorakel’ op. „Ik zie mijn visie op het leven, op kunst, graag als een pendel”, zei Hoet daarover, in de interviewbundel van Hans den Hartog Jager die afgelopen zomer verscheen. „Als ik nadenk over een onderwerp kies ik eerst voor een standpunt. Dan zwiep ik helemaal naar de overkant, naar de totale tegenstelling daarvan. Zo gaat het heen en weer, trager en trager, tot de pendel tot stilstand komt – dan heb ik mijn standpunt bepaald.”