Europa slaat vals alarm

Een alarmsysteem dat kan leiden tot misschien wel 2.500 verkeersdoden per jaar minder in Europa. Wie kan daar nu tegen zijn? Inderdaad, haast niemand. Het Europa van de goede bedoelingen heeft weer eens van zich doen spreken. Met grote meerderheid is het Europees Parlement gisteren akkoord gegaan met het voorschrift vanaf 2015 alle nieuwe types personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen uit te rusten met het zogeheten 112 eCall-systeem.

Het is een geavanceerd technologisch systeem dat zorgt dat hulpdiensten automatisch onmiddellijk gealarmeerd worden als een voertuig betrokken raakt bij een aanrijding. De bedenkers hebben berekend dat de aanrijdtijden hierdoor met gemiddeld vier minuten kunnen worden bekort. Cruciale minuten als het gaat over zaken van leven en dood.

Zodra dit de kwestie is, wordt het ter discussie stellen van de proportionaliteit ingewikkeld. Toch zou dit wel moeten. Deregulering is nu al decennialang het mantra. Maar de zoveelste stap op weg naar de illusie van de risicovrije samenleving mag weer wat extra wetgeving kosten.

En waarvoor precies? Want zoals zo vaak: tussen idee en uitvoering staan vele partijen en daarenboven ook nog eens kwetsbare technologie. De foutmarge van het systeem stond tot voor kort op 65 procent. En dan dreigt het systeem zich zelfs tegen de doelstelling te keren: vanwege de grote hoeveelheid valse alarmmeldingen kan de afhandeling van echte noodmeldingen in het gedrang komen.

Het is allemaal op te lossen stelde het Nederlandse kabinet eerder geruststellend. De kansen van het systeem dienden hoger ingeschat te worden dan de risico’s. Privacygevoeligheid? Belangrijk aandachtspunt waar eveneens een oplossing voor zou zijn te vinden. In het overleg in Brussel met de andere Europese ministers werd dus eind vorig jaar ja gezegd. En nu heeft het Europees Parlement gisteren hetzelfde gedaan.

Zodoende zullen vanaf 1 oktober 2015 – als deze datum technisch haalbaar is – op gezag van Europa in alle auto’s speciale eCall apparaten van gemiddeld 100 euro per stuk worden ingebouwd. Het Nederlandse kabinet bedient zich tegenwoordig van de leuze ‘Europees wat moet, nationaal wat kan’. Dit om te benadrukken dat de Europese regeldrift moet worden teruggedrongen.

De gang van zaken rond de introductie van het eCall-systeem laat zien wat de betekenis van dit beleid in de praktijk voorstelt: weinig. De open grenzen en de Europese interne markt hebben immers hun eigen, dwingende logica. Een Europa dat zich beperkt tot kerntaken blijft zodoende vooral een vrijblijvend streven.