Er is niets mis met Photoshop

De inzendingen voor de World Press Photo 2013 werden kritisch onderzocht op ‘echtheid’. Maar een foto geeft de werkelijkheid nooit objectief weer, schrijft Thomas Smits.

Winnaar van 2011. Een vrouw houdt haar 18-jarige zoon in de armen, die een traangasaanval heeft doorstaan in een demonstratie in Sanaa, Jemen.
Winnaar van 2011. Een vrouw houdt haar 18-jarige zoon in de armen, die een traangasaanval heeft doorstaan in een demonstratie in Sanaa, Jemen. Samuel Aranda, The New York Times

Vorige week werden de World Press 2013-prijzen uitgereikt. Een prachtige foto van John Stanmeyer, met daarop vluchtelingen in Djibouti die wanhopig een mobiel telefoonsignaal proberen op te vangen, kreeg de eerste prijs.

De juryleden hadden dit jaar extra streng gelet op de authenticiteit van de inzendingen. Een expert onderzocht ze allemaal op het zogenaamde ‘cloning’ of ‘extreme toning’: processen waarbij foto’s worden aangepast door het verwijderen van kleine stukjes visuele informatie.

Van alle foto’s werd 8 procent uitgesloten omdat ze digitaal veranderd waren. De juryvoorzitter, Gary Knight, veroordeelde de aanpassingen in The New York Times fel: ‘As a photographer, I reacted with horror and considerable pain because some of the changes were materially trivial but they were ethically significant.’ Hij lijkt een nobele man. Een ‘echte’ fotograaf, zoals hijzelf , strijdt voor ‘echte’, onaangepaste beelden. Maar wie houdt ons nou eigenlijk voor de gek, Gary Knight of de fotografen die photoshoppen?

De kritiek op het aanpassen van beelden laat zien welke waarde we hechten aan authenticiteit. Foto’s worden verondersteld de werkelijkheid weer te geven ‘zoals die is’. We geloven dat de lens van de camera ons niet kan bedriegen. De fotograaf drukt de sluiter in en de werkelijkheid ligt vast op de gevoelige plaat.

Die veronderstelde ‘echtheid’ van foto’s lijkt in onze tijd door een keur aan digitale technieken bedreigd te worden. Het aanpassen van foto’s wordt daarmee tegenwoordig gelijkgesteld aan ‘photoshoppen’: het relatief jonge programma waarmee iedereen de werkelijkheid een paar pixels mooier kan maken.

Foto’s zijn nooit neutraal

Het aanpassen van foto’s lijkt hierdoor iets nieuws te zijn: een praktijk die pas opkwam toen Adobe in 1990 de eerste versie van Photoshop uitbracht. Foto’s worden echter al sinds de uitvinding van de techniek veranderd. In het pre-digitale tijdperk stond dit bekend als ‘airbrushing’: net als bij photoshoppen werd het aanpassen vernoemd naar het gereedschap waarmee dit gebeurde.

Maar nog crucialer is dat foto’s, aangepast of niet, nooit neutrale weergaven van de werkelijkheid kunnen zijn. Stanmeyer kreeg zijn prijs omdat hij gebruikelijke thema’s als oorlog, armoede en geweld verbond met universele thema’s als migratie, technologie en globalisering. Hij bereikte dit effect niet alleen door zijn onderwerpkeuze, maar juist ook door de manier waarop hij zijn verhaal visueel vertelt. We zien de vluchtelingen van onderen, ze houden hun fel oplichtende mobieltje omhoog naar een nog feller schijnende maan. Een prachtig beeld. Maar is dit precies wat er gebeurde op het strand van Djibouti? Of heeft Stanmeyer de vluchtelingen geïnstrueerd? ‘Hold this pose, zo komt de globalisering mooi naar voren!’

Naïef geloof in authenticiteit

Het antwoord op deze vraag is dat het er in wezen niet toe doet. Fotografen vertellen net als schrijvende journalisten een verhaal. De realiteit is dat dit soort verhalen niet louter bestaat uit feiten. De kracht van een journalistiek verhaal ligt in wat de maker de feiten laat vertellen. Zou de foto van Stanmeyer minder goed zijn geweest als de maan die avond in Djibouti net ietsje minder fel geschenen had? En als hij deze vervolgens had aangepast? Betekent dit dat hij het verhaal van de immigranten niet meer had mogen vertellen?

Ons geloof in de authenticiteit van foto’s is naïef. Dat is het altijd geweest. Een foto is zelf geen feit, maar een verhaal gebaseerd op feiten. Betekent dit dat nieuwsfotografen onbeperkt mogen photoshoppen? Vanzelfsprekend niet, net als schrijvende journalisten hebben ze de verantwoordelijkheid om hun verhaal op feiten te baseren. Het aanpassen van foto’s wordt pas een probleem wanneer de onderliggende feiten, de bouwstenen van het verhaal, in gevaar komen.

Door te geloven dat een foto een feit is, of zou moeten zijn, houden we ons op een gevaarlijke manier voor de gek. Met feiten kun je immers niet in discussie gaan, met de verhalen die feiten vertellen des te meer. Ik hoop dat de jury van World Press 2014 volgend jaar de moed heeft een foto te kiezen die duidelijk gephotoshopt is, maar toch een journalistiek waardevol verhaal vertelt. Een foto waar je het mee eens of oneens mag zijn.