Zelfs drinkwater in Teheran dreigt op rantsoen te gaan

Een ongekende watercrisis: alle grote meren zijn bijna helemaal drooggevallen. „Ons meer is weg, en het is de schuld van iedereen.”

Een tuinman zit in Reza op een dode boom bij het Urmiameer, waar een schip in het zout is vastgelopen. In het gebied rond het meer is de landbouwgrond de afgelopen vijftien jaar verdrievoudigd.
Een tuinman zit in Reza op een dode boom bij het Urmiameer, waar een schip in het zout is vastgelopen. In het gebied rond het meer is de landbouwgrond de afgelopen vijftien jaar verdrievoudigd. Foto’s AP

Het is een eind rijden naar het midden van het Urmiameer in West- Iran, het grootste van het land. Een lang spoor van stof vormt zich achter de terreinwagen die hobbelend over de bodem rijdt in het Grote Niets. Na een kwartier stopt de auto bij een drooggevallen vissersboot, een sneu relikwie van een decennium geleden, toen cruiseschepen de blauwe wateren van het meer doorkruisten en roze flamingo’s er overwinterden.

„Als we heel lang doorrijden vinden we wellicht water in de verte”, zegt de chauffeur hoopvol. Maar zijn baas, de lokale milieubeambte Hamid Ranaghadr, schudt mistroostig zijn hoofd. „Als we nog verder doorrijden wordt het donker. We kunnen beter teruggaan.”

Iran is getroffen door een ongekende watercrisis, die zo ernstig is dat er plannen worden gemaakt om drinkwater in de provincie Teheran – waar 22 miljoen mensen wonen – te rantsoeneren. Alle grote meren in het land zijn bijna volledig drooggevallen, net als de grote rivieren. President Hassan Rouhani belooft nu „het water terug te brengen”, maar dat lijkt schier onmogelijk.

Experts wijden de grote droogte aan klimaatverandering, verspilling en de tientallen nieuwe dammen in Iran. Het Urmiameer, dat tien jaar geleden nog ruwweg 140 kilometer lang was en 90 kilometer breed, loopt ook nog eens van onderen leeg. Duizenden illegale waterputten in de omgeving hebben al het grondwater weggezogen, waardoor het water van het meer in de lege ondergrondse reservoirs is gelekt.

Na een lange tocht om het lege meer stopt de beambte bij één van zijn kantoren aan de voormalige oever van het meer. Er ligt sneeuw – voor het eerst in jaren – en met moeite loopt hij naar een zeven meter hoge pier in een nu droge haven. „Ik kan me nog goed herinneren dat in 1997 het water hier over de kade klotste. Nu is er niets meer”, zegt Ranaghadr.

Het Urmiameer was als het grootste zoutmeer ter wereld lang een magneet voor toeristen. Het ligt centraal in Irans belangrijkste agrarische regio. Meer dan 3 miljoen mensen wonen rond de oevers. Het verdwenen water heeft tot grote sociale veranderingen geleid. Vissers zijn hun werk kwijt, hotels staan leeg en milieuexperts waarschuwen voor zoutstormen. Het losse zout op de bodem van het meer kan door de wind worden meegevoerd en akkers in de regio vergiftigen.

„Ons meer is weg, en het is de schuld van iedereen”, zegt Abbas Mohammadi, een Iraanse student die in de nabijgelegen stad Urmia in een internetcafé zit. „Mijn kinderen zullen er nooit in spelen, dat is wel duidelijk.”

In de bergen rond het meer is goed te zien waar het water is gebleven. In de belangrijkste van de elf rivieren die in het Urmiameer uitmonden zijn dammen gebouwd. Deze prestigeprojecten, die honderden meters breed zijn, vormen volgens Iraanse leiders het zoveelste bewijs van de voorspoed en ontwikkeling in Iran.

Onder de toenmalige president Mahmoud Ahmadinejad kreeg de bouwbedrijven van de Revolutionaire Garde tientallen grote infrastructurele projecten toegeschoven, met als gevolg dat er in het hele land dammen zijn gebouwd die het water van rivieren herleiden en meren droog doen staan. De Zayandeh-rivier in Isfahan staat droog, net als de 700 kilometer lange Karoun-rivier bij de stad Ahvaz. In het zuiden staat het Hamoun-meer droog, en het waterpeil in de Kaspische Zee in het noorden loopt ook snel terug zegt Majid Shafiepour, een medewerker van het departement voor milieu in Teheran.

Behalve de dammen zijn er andere redenen voor het watertekort. Het water wordt verspild, zegt Shaiepour, die uitlegt dat vrijwel alle akkers in Iran worden besproeid zonder na te denken over gevolgen. „Wij zijn een semi-woestijnland, maar we behandelen het water alsof we bij jullie in Nederland wonen”, zegt hij. Meer dan 90 procent van alle water wordt in de landbouw verbruikt. „Ze laten het land overspoelen en vervolgens verdampt 80 procent van het water”, zegt Shafiepour.

In het gebied rond het Urmia-meer is de landbouwgrond de afgelopen 15 jaar verdrievoudigd. Met overheidssubsidies worden nu waterintensieve gewassen zoals suikerbieten en druiven verbouwd. Omdat veel van de landen zijn verkaveld, zijn er de afgelopen jaren ook ongeveer 30.000 – vaak illegale – waterputten geslagen.

Naast de ecologische gevolgen, leidt het lege meer ook tot sociale onrust. Het opdrogen van het meer heeft al tot gewelddadige protesten geleid in 2011. Ordetroepen uit de hoofdstad moesten worden ingevlogen om woedende mensen in de stad Urmia van de straten af te krijgen. „We mogen publiekelijk niet over het meer praten”, zegt Morteza Mirzaei, die in Urmia woont. „We hebben allemaal van het water gebruik gemaakt”, zegt zijn vriend Mushin Rad. „Maar de regering is de rentmeester van het land, dus die heeft meer verantwoordelijkheid.”

Maar er is niet makkelijk een schuldige aan te wijzen. Er is simpelweg te veel vraag naar water, zegt de milieu-beamte. „Het is heel simpel”, zegt Ranaghadr. „twintig jaar geleden woonde hier de helft minder mensen en was er een stuk minder landbouw. We zijn gewoon met te veel en er is te weinig water voor iedereen.”