Woningleegstand

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek staat bijna 5 procent van de ruim zeven miljoen Nederlandse woningen leeg. Huizen die wachten op de sloop. Op een koper. Op een eigenaar die er een paar weken per jaar voor vakantie naartoe gaat. Of huizen die illegaal worden bewoond. Gebruikt als atelier. Woningen die tijdelijk leegstaan, omdat hun eigenaar bij zijn of haar partner is ingetrokken en de standvastigheid van de liefde nog even aankijkt.

Waar staan die huizen dan leeg? Bij ons in de straat is daar niets van te merken.

Dat klopt. Je vindt ze vooral aan de randen van het land: plekken waar we graag een vakantiehuisje hebben – de kustlijn, de Waddeneilanden – en plekken waar we niet graag meer wonen en dus wegtrekken – Limburg, Groningen. Het zijn, naar verhouding, vaker huurwoningen dan koopwoningen. En vaker appartementen dan eengezinswoningen.

Is dat erg?

Een beetje leegstand is gezond, zegt onderzoeker Martijn Eskinasi van het Planbureau voor de Leefomgeving. „Denk aan zo’n 2 procent. Dat geeft ruimte om de woningmarkt te laten draaien.” Volgens de CBS-cijfers is de woningleegstand in Nederland al jaren redelijk stabiel: tussen 2008 en 2012 kwamen er een kleine 11.000 leegstaande woningen bij, op een totaal van nu bijna 350.000 lege huizen.

Dat klinkt serieus, hoe zit het in het buitenland?

Vergeleken met bijvoorbeeld Spanje zijn onze cijfers keurig. Uit gegevens die The Guardian verzamelde en deze week publiceerde, blijkt dat er in Europa elf miljoen huizen leegstaan. Bijna eenderde daarvan staat in Spanje, waar banken huizen in beslag namen wanneer de eigenaren de hypotheek niet konden betalen. En waar voor het uitbreken van de crisis enthousiast vakantiehuisjes in de zon werden gebouwd die vervolgens nooit in gebruik zijn genomen.

Maar ook in Italië en Frankrijk staan meer dan twee miljoen huizen leeg. In Duitsland: bijna twee miljoen. Groot-Brittannië: 700.000 lege woningen. Ierland (aanzienlijk dunbevolkter dan Nederland): 400.000. Huiseigenaren – dus ook bijvoorbeeld die Spaanse banken – hopen dat de zwaar gekelderde huizenprijzen weer gaan oplopen. Tot die tijd houden ze de leegstand liever nog even in stand.

Wat kunnen we eigenlijk met al die leegstaande huizen? Zijn er creatieve oplossingen?

The Guardian sloeg aan het rekenen: elf miljoen lege huizen, ruim vier miljoen daklozen. Ziedaar de oplossing voor twee problemen. Zoals María José Aldanas van een Spaanse daklozenorganisatie het in de krant zegt: „We hebben een punt bereikt waarop we te veel mensen zonder huis hebben en te veel huizen zonder mensen.”

Maar helaas: zo simpel is het niet, zegt Freek Spinnewijn. Spinnewijn is directeur van de Europese daklozenorganisatie FEANTSA. Deze som, zegt hij desgevraagd, valt niet te maken. „Het is niet: we stoppen de daklozen in die huizen en het probleem is opgelost.”

Al was het maar omdat daklozen niet per se leven op de plekken waar huizen leegstaan. Of omdat ze juist dakloos zijn geworden omdat ze hun huis niet meer konden betalen.

Wél vindt Spinnewijn dat overheden creatief moeten zijn. Bijvoorbeeld door banken te dwingen om hun leegstaande vastgoed te gebruiken voor sociale doeleinden. „Desnoods tijdelijk.”