Veehouder onderschat dodelijke mestgassen

De gevaren van mestgassen worden onderschat. Veehouders en loonwerkers beseffen vaak niet dat bij het verwerken van mest dodelijke gassen kunnen vrijkomen en nemen onvoldoende veiligheidsmaatregelen. Dit is deels te wijten aan agrarische opleidingen, die er onvoldoende aandacht aan schenken.

Dat stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een vandaag verschenen rapport over een ongeval op een melkveehouderij in het Friese Makkinga, op 19 juni vorig jaar, waarbij drie mensen tijdens het schoonmaken van een mestsilo bedwelmd raakten en om het leven kwamen. Eén man raakte zwaargewond.

Ongevallen met mestgassen komen regelmatig voor; tussen 1980 en 2013 deden zich ten minste 35 ernstige ongevallen voor. Daarbij vielen 57 slachtoffers, van wie er 28 overleden. De ongevallen leiden veelal tot extra slachtoffers „doordat mensen die min of meer toevallig in de buurt zijn, een reddingspoging doen en daarbij zelf gewond raken of om het leven komen”. De helpers zijn vaak onbeschermd.

De ongevallen doen zich meestal voor bij het schoonmaken van een silo, een tankwagen of bij het mixen van drijfmest in een kelder onder de stal. Oorzaak van de ongevallen is veelal dat er onvoldoende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen, zoals geschikte adembescherming, regelmatig mixen van de mest en voldoende ventilatie. „Een groot deel van de ongevallen had voorkomen kunnen worden door adequate veiligheidsmaatregelen te treffen”, aldus de raad. „Eén ademteug kan al tot bedwelming leiden.”

De kans op ongevallen met mestgassen is gegroeid door schaalvergroting en milieuwetgeving, constateert de raad. Er wordt meer mest geproduceerd; de opslag van mest moet zijn afgesloten; en er worden andere stoffen met de mest gemengd.

De afgelopen jaren deden zich enkele keren per jaar ernstige ongevallen voor met mestgassen. „Het topje van de ijsberg”, aldus de raad, omdat niet bij alle ongevallen hulpdiensten zijn betrokken.