Vallende sterren brengen geluk

Schrijver Anton Dautzenberg leest boeken van uitgeverij Fata Morgana. Vandaag: Op drift van Eppo van Nispen tot Sevenaer.

De CPNB-directeur richt zijn pijlen op online-verkoopkanalen.Coverontwerp Robert Buizer
De CPNB-directeur richt zijn pijlen op online-verkoopkanalen.Coverontwerp Robert Buizer

‘De hemel van de literatuur is bewolkt.” Met deze woorden opent Eppo van Nispen tot Sevenaer zijn pamflet Op drift. De directeur van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek is bezorgd. Logisch, hij zwaait immers zijn aspergillum over een sterk veranderende (lees: krimpende) markt – met Polare als stoutste jongetje van de klas.

Van Nispen tot Sevenaers eerste zin is ook als een aanklacht bedoeld. Kijkt een schrijver naar het zenit, dan verkent hij de wolken, de vochtigheid, het onweer. Recensenten echter richten zich volgens de directeur te veel op een héldere hemel – hoeveel sterren stralen er? „Het aantal dat ze tellen trekt vervolgens zoveel aandacht, dat de inhoud van het boek naar de achtergrond verdwijnt. Met als gevolg dat tuitelige boekhandelaren niet meer de moeite nemen om de besprekingen grondig door te pluizen, en hun bestellingen beperken tot titels die vier of vijf sterren scoren.”

Het stoort Van Nispen tot Sevenaer vooral dat de keten steeds minder moeite doet om waarde toe te voegen aan een boek. „De boekhandelaar toucheert 45 tot 55 procent van de verkoopprijs – dat is ruim vier keer zoveel als de schrijver –, en daar mag hij, ik druk me eufemistisch uit, best iets voor doen. Ik kom boekverkopers tegen die nauwelijks nog lezen. Ik mag niet vloeken (Van Nispen tot Sevenaer is belijdend katholiek, AD), maar dat kost mij ongelooflijk veel moeite.”

De CPNB-directeur richt zijn handgeslepen pijlen ook op online-verkoopkanalen als Bol.com, die dezelfde marge bedingen, maar geen vakkennis toevoegen én geen risico dragen – „Dat kan dus eigenlijk niet.” En op uitgevers die noodgedwongen hun oren laten hangen naar opportunistische middenstanders, en daarbij de meest obligate hbo-technieken hanteren. Hij citeert daarbij uit een recent boek van een auteur met wie hij een haat-liefdeverhouding heeft.

„Het marktdenken heeft ook de literaire wereld in zijn greep. Boek x is geschikt voor marktsegment y, en dat vraagt een specifieke marketingbenadering. Onzin. Een goed boek overstijgt de marktsegmenten. De etikettering verengt juist de kansen van een boek. Ze denken dat ze waarde creëren, maar in feite drukken ze met hun mallen de slagingskansen. Ze interpreteren een bestseller als een georkestreerd marketingsucces, terwijl ze een flop aan het toeval toeschrijven. Schrijvers gaan zich naar dat geëtaleerde marktfetisjisme gedragen: formulewerk boven intuïtief schrijven.”

Kortom, de economisering van de literatuur moet een halt worden toegeroepen – en snel een beetje! Die centrale boodschap knált van het papier. Van Nispen tot Sevenaer ziet daarbij een rol voor de (subsidiërende) overheid, zeker nu de digitalisering doorzet. Hij trekt een parallel met de Olympische Spelen. „Wat iedereen vanzelfsprekend vindt, is dat sporters zwaar worden gesubsidieerd. Alleen de tweemansbob kost al meer dan het miljoen dat het Letterenfonds onder een zestigtal schrijvers mag verdelen... Subsidies in de kunst krijgen bovendien altijd veel kritiek. Nederlanders willen zich liever identificeren met Edwin van Calker en Dimi de Jong dan met Jamal Ouariachi en Maartje Wortel.”

Het is dapper dat de CPNB-baas zo vlak voor de Boekenweek een bezielde boodschap de wereld in stuurt. Hij wil terug naar de basis: diversiteit boven dividend. De eerste stap volgens hem: weg met de sterren, weg met de gemakzucht. Misschien heeft hij wel gelijk, vallende sterren brengen immers geluk…

Over vallende sterren gesproken, Van Nispen tot Sevenaer zelf kan óók een voorbeeld stellen: op het Boekenbal weer gewoon schrijvers en boekverkopers samen laten swingen, in plaats van opgespoten BN’ers.