Rehn verwacht meer groei in Nederland, dat toch nog achterblijft

Europese Commissie voorziet op alle fronten economisch herstel

Goed nieuws uit Brussel: eurocommissaris Olli Rehn verraste Nederland gisteren met een naar boven bijgestelde groeiverwachting. Dit jaar groeit de Nederlandse economie niet met 0,2 procent, zoals hij dit najaar nog voorspelde, maar met 1 procent. Ook voor volgend jaar is de verwachting naar bovenbijgesteld, zij het licht.

De Europese Commissie is hiermee aanmerkelijk positiever dan het Centraal Planbureau, dat in december nog uitging van 0,5 procent groei in 2014. Vier vragen over de jongste cijfers.

1 Waarop baseert Rehn de hogere verwachting voor Nederland?

De Nederlandse economie blijkt al sinds vorig voorjaar te groeien, en niet pas sinds het derde kwartaal van dat jaar. Ook is in de tweede helft van het jaar het consumentenvertrouwen flink verbeterd. Hoewel dit cijfer slechts een gevoel uitdrukt en geen harde economische indicator is, vond de commissie de verbetering bestendig genoeg om de groeiverwachting naar boven bij te stellen.

Ook in de eurozone als geheel wordt de groei hoger ingeschat, en dat heeft weer positieve invloed op de Nederlandse export. Naar verwachting zal die dit jaar met 2,9 procent toenemen. Een andere relatief gunstige indicatie is dat het besteedbaar inkomen van veel mensen voor het eerst in jaren weer iets zal stijgen. De daling in de bestedingen die we de laatste jaren voortdurend zagen, zal dit jaar afnemen tot 0,5 procent.

2 De werkloosheid wordt behoorlijk lager ingeschat. Hoe kan dat?

In het najaar ging Rehn nog uit van 8 procent werkloosheid in Nederland dit jaar. Nu verwacht hij 7,4 procent, overigens nog altijd een stijging ten opzichte van de 6,7 procent vorig jaar. Die toename komt vooral door banenverlies in de zorg en bij de overheid. De verbeterde verwachting is niet het gevolg van de goede groeicijfers, waarschuwt de commissie. Die komt vooral doordat ontmoedigde banenzoekers zich terugtrekken van de arbeidsmarkt en dus uit de statistieken vallen. De commissie voorziet nu een hele lichte verbetering in 2015: dan zal de werkloosheid uitkomen op 7,2 procent.

3 Hoe doet Nederland het ten opzichte van de eurozone?

Benedengemiddeld. Onze economie groeit de komende twee jaar minder snel dan die van de eurozone als geheel. Slechts zes van de zestien overige landen krijgen voor dit jaar een lagere groeiverwachting dan Nederland. Volgend jaar haalt Griekenland ons spectaculair in met 2,9 tegenover 1,3 procent. Het Nederlandse begrotingstekort blijft dit jaar met 3,2 procent hoger dan de Europese norm en boven de 2,6 procent van de eurozone. Volgend jaar halen we de drempel net, met 2,9 procent.

Ook de werkgelegenheid ontwikkelt zich hier minder gunstig dan die van de eurozone als geheel. Bij ons verslechtert die dus nog dit jaar, maar de eurozone noteert een lichte groei. Dat neemt overigens niet weg dat de Nederlandse werkloosheid nog altijd tot de laagste van de eurozone behoort. Alleen in Duitsland, Oostenrijk, Luxemburg en Malta is die lager.

4 Hoe gaat het eigenlijk met de probleemlanden?

Relatief goed. Van de landen die steunpakketten nodig hadden is Cyprus het enige dat dit jaar nog krimpt en volgend jaar verwacht de commissie ook daar economische groei. Het Griekse begrotingstekort valt dit jaar zelfs al ruim binnen de 3 procent. Spanje, Ierland en Cyprus houden echter ook volgend jaar veel te hoge tekorten. De werkloosheid in Griekenland, Spanje, Portugal en Cyprus blijft de komende twee jaar torenhoog. In alle landen is een daling voorzien, maar die is klein. In Griekenland bijvoorbeeld neemt de werkloosheid af van ruim 27 procent vorig jaar tot 24 procent volgend jaar.

5 Is de eurocrisis nu voorbij of niet?

In alle landen verwacht de commissie verbetering, op bijna alle fronten, maar in de meeste gevallen bescheiden. De werkloosheid in de eurozone zal bijvoorbeeld ook volgend jaar met 11,7 procent nog zorgwekkend hoog zijn. Ook moet de eurozone hard aan de slag om de staatsschuld te verlagen van de huidige 95 procent van het bbp tot onder de norm van 60 procent.