Ik wil in de spiegel kunnen kijken

Elk jaar weer zoeken vele klokkenluiders hulp. De meesten verliezen hun baan. Wat zijn het voor mensen? „Klokkenluider word je niet, het zit in je.”

Tekst Lineke Nieber enAndreas Kouwenhoven

Foto’s David Galjaard

Fred Spijkers raakte zijn baan bij Defensie kwijt. Foto’s David Galjaard

In 1984 sterft Rob Ovaa. De munitie-expert van de landmacht komt om als tijdens een oefening een kapotte mortiermijn ontploft. Maatschappelijk werker Fred Spijkers krijgt van Defensie de opdracht de vrouw van Ovaa het slechte nieuws te brengen. En erbij te vertellen dat het Rob Ovaa’s eigen schuld was.

Wie wil functioneren, beweegt mee. Je voert je werk uit zoals dat van je gevraagd wordt. Zegt de baas: we gaan links, dan ga jij mee. Oók als dat tegen de regels ingaat.

Maar heel soms staat er iemand op. Iemand die weigert de orders uit te voeren. Wat beweegt die ene mens? Wat maakt hem anders dan de rest?

Op de begane grond van het huis van Fred Spijkers (67) kun je je op drie plaatsen bewegen: in de smalle keuken, in de zithoek, en rondom de pc in de hoek. De rest van het huis ligt vol papier, tot wel anderhalve meter hoog. Het zijn de dossiers van de zaak Ovaa. De zaak die zijn leven is geworden. „Kijk om je heen”, zegt hij. „Ik zit er middenin.”

Spijkers wist dat de dood van Rob Ovaa niet zijn eigen schuld was, maar van een defecte mijn. Daarom weigert hij de weduwe voor te liegen. Het kost hem zijn baan: Spijkers wordt ontslagen.

Een jarenlange juridische strijd volgt. Tot Defensie in 2002 buigt. Spijkers krijgt 1,6 miljoen euro schadevergoeding en de belofte dat zijn persoonlijke dossier wordt opgeschoond. Maar tot op de dag van vandaag heeft Spijkers er geen toegang toe. Hij zegt bij verschillende inlichtingendiensten te boek te staan als een ‘politiek psychiatrisch patiënt’.

Waarom weigerde Fred Spijkers destijds mee te bewegen? Omdat dat zijn karakter is. Hij kán niet anders, zegt hij. „99,9 procent van de mensen zal niets gezegd hebben, die kiezen voor een huisje-boompje-beestje-bestaan.” Hij niet. „Klokkenluider word je niet”, zegt Fred Spijkers, „het zit in je.”

Ieder jaar wenden vijftig nieuwe klokkenluiders zich tot de Expertgroep Klokkenluiders, een organisatie die melders van misstanden ondersteunt.

Mannen van middelbare leeftijd

Vier klokkenluiders zijn bereid tot een uitgebreid gesprek. Het zijn mannen van middelbare leeftijd, en bijna allemaal expert binnen een team of bedrijf. Niet zo gek, zegt hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens: een expert twijfelt niet zo snel aan zijn gelijk – in tegenstelling tot een jonge, net aangetreden werknemer. Bovens deed onderzoek naar klokkenluiders. „Oudere werknemers hebben hun hypotheek afbetaald en zitten tegen hun pensioen aan. Zij kunnen de gok wagen.”

Daarnaast, zo blijkt uit de gesprekken, zijn de klokkenluiders toegewijd – zeker als het om werk gaat. Een klokkenluider had bij zijn ontslag nog 1.100 overuren en 400 vakantie-uren tegoed.

Journalist Marcel van Silfhout van de Nederlands-Vlaamse Vereniging van Onderzoeksjournalisten heeft in zijn carrière met minstens dertig klokkenluiders te maken gehad. Hem viel op dat dit vaak „zeer eigenwijze, koppige” mensen zijn. „Recht in de leer” ook, en introvert. „Klokkenluiders zijn meestal geen makkelijke mensen”, zegt Van Silfhout. „Ze zijn veeleisend, en hebben een groot rechtvaardigheidsgevoel.”

Gevolg van principieel besluit

Ook bij de vier geïnterviewde klokkenluiders is het zetten van de stap om de misstand te melden in de eerste plaats het gevolg van een principieel besluit. Zij steken niet zozeer hun nek uit omdat iemand leed wordt aangedaan – nee, de eerst genoemde reden is steeds dat dit ‘de enige optie’ was.

„Ik kon niet anders”, zegt iemand. „Ik ben niet iemand van de bocht.” En: „Ja is ja bij mij, nee is nee.” Ze zijn daarbij, zeggen de vier, niet gevoelig voor groepsdruk.

Klokkenluider Floor Drost weigert zelfs een nette broek aan te trekken, wanneer dat van hem verwacht wordt. Drost: „Waarom zou je jezelf beter voordoen dan je bent?” Bij Drost – die in 2004 de schaduwboekhouding van bouwbedrijven onthulde – komt zijn rechtlijnige karakter voort uit zijn jeugd. Hij groeide op in een oud-gereformeerd gezin in Rhenen. Een belangrijke les van zijn vader was dat je jezelf nooit in een chantabele positie moet manoeuveren. ‘Beter kort pijn dan lang zeer’, zei zijn vader vaak.

Floor Drost kwam erachter dat zijn schoonvader, directeur van een groot bouwbedrijf, hem stiekem een frauduleuze boekhouding in bewaring had gegeven. Drost confronteerde zijn schoonvader ermee. „Als iemand een fout maakt, moet je hem eerst de gelegenheid geven zijn fout te herstellen”, zegt Drost. Dat deed zijn schoonvader, waar hij voorheen goed mee overweg kon, niet. Dus gaf Drost de stukken aan justitie.

Het was het enige juiste om te doen, vindt hij nog steeds, ondanks de gevolgen van zijn beslissing. De betrokken bouwbedrijven kregen slechts boetes. Drost raakte zijn handelsbedrijf kwijt en heeft zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk nooit meer gezien. „Maar ik heb een schoon geweten”, zegt hij. Drost is nu verhuizer.

Bijbelse principes

Zijn orthodox-christelijke opvoeding heeft meegespeeld bij het aankaarten van de misstand. Hij weet dat hij ná dit leven verantwoording moet afleggen voor de keuzes die hij heeft gemaakt. Dáár gaat het hem om: dat voor de poorten van de hemel zal blijken dat hij in deze kwestie eerlijk heeft gehandeld.

Een andere klokkenluider, Harrie Timmerman, is niet gelovig, maar hanteert wel bijbelse principes: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’ – volgens dat principe is Timmerman opgevoed, en zo staat hij nog steeds in het leven. ‘Harrie, jij bent veel te eerlijk’, zeiden collega’s altijd tegen hem. Zo wil Timmerman zijn. Goudeerlijk.

Timmerman luidt de klok in 2004. Hij werkt dan nog voor het cold-case-team van de politie Groningen. Teamleiders bij de politie zijn het niet altijd eens met hem en zijn werkwijze. Dat levert conflicten op. „Dan dacht men een moordenaar gepakt te hebben, maar zette ik vraagtekens. Dan zei ik: ‘Als jullie doorzetten, ga ik weg’. Als je mij advies vraagt, en je doet er niks mee, moet je mij niet vragen.”

Schiedammer parkmoord

Timmerman hoort in 2004 wat er fout ging in de Schiedammer parkmoord, waarbij Cees B. is veroordeeld voor de moord op een tienjarig meisje. Timmerman weet dat Cees B. op grond van DNA-sporen nooit de dader kan zijn. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) blijkt dit opzettelijk niet in zijn rapport te hebben gemeld. Timmerman kaart dit intern aan, maar krijgt geen gehoor. Daarom gaat hij praten met journalisten. „Ik had het gevoel: dit kan mijn geweten niet verantwoorden. Ik wilde in de spiegel kunnen kijken en niet hoeven denken: wat staat daar een grote klootzak.”

Het was hem niet zozeer om Cees B. te doen, die onterecht vastzat. „Mijn doel was ervoor te zorgen dat het NFI correct werkt. Een goed werkend rechtssysteem was mijn voornaamste drijfveer.”

Zodra de korpsleiding er lucht van krijgt dat Timmerman met journalisten praat, wordt zijn contract voortijdig beëindigd. Voor Timmerman wordt de stress te veel. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis en komt op de hartbewaking te liggen. „Mijn arts zei: als je dit nog eens gebeurt, dan kan het je je leven kosten.”

Zijn hoge bloeddruk is de laatste druppel. In een uitzending van Netwerk doet hij zijn verhaal. Uiteindelijk geeft het NFI zijn fout toe en wordt Cees B. vrijgelaten.

Hartproblemen

Een klokkenluider, zegt Timmerman, heeft de overtuiging nodig dat hij gelijk heeft. Die overtuiging had Timmerman. Hij heeft zijn beslissing om de klok te luiden niet eens met zijn vrouw overlegd. „Zo zeker was het voor mij. Ik kón niet anders. Het is geen moed, het moet van mezelf.”

Ook de honderd klokkenluiders die zich de afgelopen twee jaar bij de Expertgroep Klokkenluiders hebben gemeld, is het slecht vergaan. Velen kregen te maken met hartproblemen of depressie. Bijna allemaal zijn ze hun baan kwijtgeraakt. „De mensen die ons waarschuwen voor gevaar, worden ontslagen en vervolgd”, zegt Henk Stil, adviseur van de Expertgroep.

Volgens hem hangt de wijze waarop een bedrijf wordt geleid samen met of er een klokkenluider opstaat. Steeds meer Nederlandse managers, zegt hij, zijn niet in staat met kritiek om te gaan. Ze zien kritiek van een werknemer als ongewenste ruis. „Dan krijg je dat ze hun zin gaan doordrukken. Dat is de basis voor het ontstaan van misstanden. De klokkenluider die opstaat, wordt het bedrijf uitgewerkt en heeft er de rest van zijn leven last van.”

Ook voor Erik Jan Meijboom had het klokkenluiden grote gevolgen. Hij werd „depressief en angstig” toen hij na het maken van een integriteitsmelding werd geschorst. Meijboom onthulde dat kinderen in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht meer kans hadden om na een hartoperatie te sterven.

Meijboom, nu lid van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid, heeft soms nog last van de zaak van zeventien jaar geleden. „Laatst viel er een brief door de bus. Het eerste wat ik dan denk, is: hij zal toch niet van het ziekenhuis zijn?”

Er komt betere bescherming voor klokkenluiders. De senaat buigt zich over het opzetten van een ‘Huis voor Klokkenluiders’. Hier kan iedere werknemer straks melding doen van een vermeende misstand. De meldingen worden vervolgens door het Huis onafhankelijk onderzocht, en de melder krijgt ontslagbescherming.

Voor Fred Spijkers komt het te laat. Hij is „sterk getraumatiseerd”, volgens artsen. De eerste weken na het klokkenluiden viel hij negen kilo af. „De druk is zo hoog geweest, dat is voldoende om de eerste de beste berkenboom op te zoeken. Twijfel is er dagelijks: hoe eindigt dit?”

Correctie (3 maart 2014): In dit artikel wordt de indruk gewekt dat dankzij onthullingen van klokkenluider Timmerman de man die onschuldig vastzat voor de Schiedammer parkmoord, is vrijgelaten. Dit klopt niet. De man was toen al vrijgelaten. Timmerman luidde een jaar later de klok over de werkwijze van het NFI in deze zaak.

    • Andreas Kouwenhoven
    • David Galjaard
    • Lineke Nieber
    • Lineke Nieber En