‘Iedereen wil weleens totaal verdwijnen’

‘After The Tone’ bestaat uit de berichten op de voicemail van een vermiste man. „Niet-weten is het allerergste.”

Hoe maak je van een hoorspel een speelfilm? Regisseur Digna Sinke (Weemoed & Wildernis) zag zich voor die vraag gesteld toen zij – eerst alleen als producent, later ook als regisseur – betrokken raakte bij een scenario dat geheel uit voicemailberichten bestond. Bezorgde, boze en berustende berichten van vrienden, familieleden en collega’s van ene Onno, die op een dag spoorloos verdwenen is. Wie is hij, en waar is hij naartoe?

After the Tone gaat over het leven na de piep. „De film stelt de vraag of je iemand wel echt kunt kennen”, legt ze uit. „We hebben van alles geprobeerd, van YouTube-filmpjes tot geënsceneerde scènes. Uiteindelijk bleken sfeerbeelden en exterieurs het beste te werken, het minste de aandacht van de tekst af te leiden. En toen heb ik uiteindelijk zelf maar de camera ter hand genomen.”

Van het prijzengeld dat ze voor Weemoed & Wildernis won kocht ze een camera en ging aan de slag. „Voor mij hebben beide films veel met elkaar te maken. Het gaat allebei om landschappen die gedurende de seizoenen veranderen, of het nu natuurlijke, gecultiveerde of stedelijke landschappen zijn. De aanpak, met vaste camerastandpunten en gescheiden beeld- en geluidslagen, is hetzelfde.” Hoewel ze niet eerder zelf een film draaide, voelde het als een logische stap: „Ik ben met filmen begonnen om het beeld. Om het kader. Ik kan ook niet met een cameraman werken als ik niet zelf door de lens mag kijken. Wat dat betreft ben ik heel eigenwijs.”

De licht anarchistische, zelfstandige manier van werken ervoer ze als een bevrijding: „Je gaat op stap en kijkt maar waarmee je terugkomt. Dat had ik bij Tiengemeten ook al ervaren. We hadden een aanleiding nodig om te filmen, boer Vos maait het laatste graan, of zoiets, maar daarna hadden we een totale vrijbrief om nog een hele middag te filmen. Wat betreft beeld heb ik dit fictieverhaal aangepakt als een documentaire. Ik ben wel eindeloos op zoek geweest naar de locaties die de opbellers moesten vertegenwoordigen. Waarschijnlijk heb ik wel 2.000 locatiefoto’s gemaakt, eindeloze zoektochten waren dat van het Weustinkplantsoen in Hengelo met die berken waar zijn ouders wonen tot het kantoor aan de Cruquiusweg in Amsterdam, met een laadplaats voor boten erachter. En verder Wenen, Bratislava, Bali, overal waar ik kwam heb ik gefilmd. Daarna werd het een soort memoryspel om alles in de montage aan elkaar te leggen.”

Scenarist Henk Burger baseerde het verhaal losjes op een vergelijkbare geschiedenis uit zijn kennissenkring. Het feit dat mensen een jaar lang Onno’s voicemail blijven inspreken is ook iets wat de politie in geval van vermissingen aanraadt, vertelt hij ter toelichting: „Ze adviseren altijd de rekening van het mobiele abonnement te blijven doorbetalen. Soms luisteren mensen toch na maanden hun voicemail af en nemen contact met de achterblijvers op.”

Voor Sinke staat het proces dat de mensen in de film doormaken gelijk aan een rouwproces. „Het niet-weten is het ergste. De fantasie van wat er zou gebeuren als je op een dag zomaar zou verdwijnen, zit in iedereen. Dat zit ook in het filmpje Zomerzee van Kees Hin dat ik in het kader van Gedichten uit zee produceerde, over een man die maar eindeloos wil blijven zwemmen. Niet dat hij dood wil, maar hij wil opgaan in de oneindigheid. Dat ken ik ook wel, dat ik bijvoorbeeld door Mumbai loop en denk: ‘Niemand weet dat ik hier nu ben.’”