Hoe Felix de wereld verovert

Het grote Belgische filmtalent Felix van Groeningen is genomineerd voor een Oscar met ‘The Broken Circle Breakdown’. „Ik denk dat we nog nooit zo dicht bij een Oscar hebben gezeten.”

Zoveel jolijt als de naakte fietstocht die de acteurs van De Helaasheid der Dingen maakten over de boulevard van Cannes, zullen de country-optredens van Veerle Baetens en Johan Heldenbergh niet veroorzaken. Maar de Vlaamse regisseur Felix van Groeningen (1977) weet hoe je het publiek bespeelt. Om de kans te vergroten dat hij zijn Oscarnominatie voor beste niet-Engelstalige film voor The Broken Circle Breakdown verzilvert, wordt bij vertoningen door de acteurs live gezongen. „Felix zorgt ervoor dat mensen het gevoel krijgen: dit moet ik gezien hebben”, vertelt regisseur Michaël Roskam, die twee jaar geleden genomineerd was voor dezelfde prijs met Rundskop. De film – over Elise en Didier, een koppel countrymuzikanten die uit elkaar groeien terwijl hun dochtertje aan kanker lijdt – moet de strijd aangaan met de Italiaanse favoriet La grande bellezza. „Maar met een hype kom je er niet. De film moet het uiteindelijk doen”, vervolgt Roskam. En dat kan The Broken Circle Breakdown volgens hem. „Ik denk dat we nog nooit zo dicht bij een Oscar hebben gezeten.”

Roskam is met zijn mening niet alleen in België, en daar zijn diverse redenen voor. Achteraf is het makkelijk te beweren, maar producent Dirk Impens vertelt dat hij al vroeg wist dat Van Groeningen een ongekend talent had: „Ik leerde Felix kennen toen ik als docent werkte op de kunstacademie van Gent. Ik werd weggeblazen door een van zijn opdrachten: een korte film waarin een groepje jongeren niet meer doet dan een beetje lullen. Het waren geen professionele acteurs, maar het was zo goed geacteerd.”

Impens produceerde Van Groeningens eerste langspeelfilm Steve + Sky (2004), en al zijn daaropvolgende films: Dagen Zonder Lief (2007), De Helaasheid der Dingen (2009) naar het boek van Dimitri Verhulst, en The Broken Circle Breakdown in 2012. De gave van de regisseur om Vlaamse acteurs op een internationaal niveau te laten spelen wordt ook vermeld door Heldenbergh, die in drie van Van Groeningens films speelde: „Je merkt dat Felix zelf heeft geacteerd, al waren dat maar een paar kleine toneelrollen. Hij is veeleisend, voor zichzelf, maar ook voor zijn acteurs en kan gefrustreerd raken als je je niet honderd procent inleeft.” Hoewel in Vlaanderen veel acteurs zowel voor tv als theater werken, vertelt Heldenbergh dat Van Groeningen soms verrassend cast, onder meer omdat hij regelmatig naar het theater gaat. Steve + Sky blonk niet uit qua scenario. Maar de bloedmooie, onhandig bewegende Delfine Bafort in combinatie met de kleine, springerige Titus De Voogdt gaven het weinig opmerkelijke liefdesverhaaltje iets surrealistisch en innemends.

In de debuutfilm van de Belg zitten elementen die zouden terugkomen in zijn daaropvolgende films. Zoals de schoonheid die hij ziet in betonnen rotondes, flatgebouwen en de schuurtjes van golfplaat in Vlaamse achtertuinen. En een fascinatie voor wat in België marginalen wordt genoemd. Heldenbergh: „Je voelt dat hij oprechte liefde koestert voor mensen in de marge: de kleine criminelen in zijn debuut, de alcoholisten in De Helaasheid, Vlamingen die eigenlijk cowboys willen zijn in Broken Circle.

Dat het internationale festivalpubliek smelt voor deze couleur locale is volgens Roskam omdat het in de film op een originele manier wordt gecombineerd met een specifiek Amerikaanse muzikale subcultuur. Hij verduidelijkt dat het even goed typische zaken uit de Deense of Mexicaanse cultuur hadden kunnen zijn. Roskam: „Het gaat erom dat je dat lokale, authentieke op een integere manier inzet, zodat het iets exotisch en tegelijk universeels krijgt. Dat werkt beter dan een Vlaamse versie maken van Hollywoodfilms.”

Van Groeningens liefde voor subculturen lijkt te zijn ontstaan in zijn jeugd. Zijn ouders woonden bij zijn geboorte in een hippiecommune in de bekende kunstenaarsgemeenschap Sint-Martens-Latem. Die verlieten ze om een lederzaak in Gent te beginnen en om „de vrije liefde te combineren met een kapitalistisch bestaan”, zoals Van Groeningen het in een interview omschreef. Dat mislukte: Van Groeningens ouders gingen uit elkaar en belandden in de bijstand. Hij verbleef als jongeman een tijdje bij zijn moeder in Frankrijk, maar keerde terug naar Gent waar hij werkte in het bekende muziekcafé De Charlatan, dat zijn vader ondertussen had opgericht. Impens: „Elke film die Van Groeningen maakt gaat indirect over hemzelf.” Ex-model Bafort die de hoofdrol speelt in Steve + Sky was zijn toenmalige vriendin, Dagen zonder Lief gaat over de vaststelling door dertigers dat een zorgeloze periode eindigt, De Helaasheid over ontsnappen aan het milieu waarin je bent opgegroeid.

Heldenbergh, die het toneelstuk heeft geschreven waarop de film Broken Circle is gebaseerd, vertelt: „Toen Felix naar het stuk kwam zat hij na twintig minuten te huilen en deed dat na twee uur nog steeds. De aankleding van het gezinsleven van Didier en Elise, wonend in een caravan, doet denken aan de periode dat hij als kind in een commune verbleef.”

Tragikomische humor zorgt er meestal voor dat de troosteloosheid die Van Groeningen toont niet ondraaglijk wordt. Zeer geestig zijn de aangeschoten mannen in de Helaasheid die in de woonkamer van hun buren – de eigen tv is in beslag genomen – uit de bol gaan bij een optreden van Roy Orbison. Die humor ontbreekt in de Oscarinzending. Nochtans is de film de grootste tranentrekker uit het oeuvre van de Belg. „De humor van De Helaasheid is de muziek in Broken Circle, de countryoptredens in de film zorgen voor lichtheid en vrolijkheid die het verhaal verteerbaar maken”, vertelt Impens. Een andere manier waarop Van Groeningen sinds zijn debuut tragiek draagbaar maakt, is montage. Een verdienste van zijn vaste monteur Nico Leunen, die een voorkeur heeft voor non-lineaire vertelstructuren: In Broken Circle wordt heen en weer geschoten tussen het ziekenhuis, de prille relatie van Didier en Elise, hun latere ruzies en natuurlijk de muziekoptredens.

Leunen en Heldenbergh vertellen dat Van Groeningen na zijn tweede film bewust een breder publiek wilde bereiken. Leunen: „Hij is niet meer op zoek naar cinema als dé grote kunst. Hij wil het publiek iets anders bieden dan entertainment, maar maakt het niet per se moeilijker dan nodig is.” Je ziet dat niet specifiek in de montage, vervolgt Leunen, maar tijdens het hele maakproces. Broken Circle is visueel meer gepolijst dan Van Groeningens vorige films en bevat bijvoorbeeld minder handheld-camera, hoewel hij is gemaakt door dezelfde cameraman als bij de andere drie films. Roskam: „Het geheim van goede commercial arthouse, om het zo maar even te noemen, is dat het verhaal heel eenvoudig blijft, ondanks een complexe vertelstructuur. Je moet verschillende lagen aanbrengen, zodat mensen zelf kunnen graven zo diep ze willen. Creëer een simpel verhaal over een jongen die een meisje ontmoet, waar iedereen zich in herkent, en vertel tegelijk iets over de onmacht om te communiceren.”

Volgens Leunen heeft het internationale succes van Van Groeningens laatste twee films ook te maken met een evolutie in de festivalprogrammering. „Vijftien jaar geleden programmeerden festivals cinefieler. Nu willen ze – om te overleven – ook bredere films in hun aanbod. Dat valt goed samen met de trend in Felix’ werk.”

En natuurlijk het feit dat de Belg met live-acties van zijn acteurs erin slaagt zijn films ‘buiten de zaal’ tot leven te wekken. Roskam: „Dat soort promotie kan het verschil maken bij een nek-aan-nekrace tussen twee gelijkwaardige films.” Ongeacht of Van Groeningen de Oscar binnenhaalt, zijn volgende project zal opnieuw voldoende couleur locale bevatten. Het is een film over het café van zijn vader, met als voorlopige titel: Belgica.