Hij vindt zichzelf geen terrorist

De bekendste Brit die tot 2005 in de cel op Guantánamo zat, is gisteren opnieuw opgepakt // Dat verbaast eigenlijk niemand

Het is niet zomaar iemand die gisteren in Groot-Brittannië werd opgepakt. Dát hij werd aangehouden wekt geen verbazing. Moazzam Begg wordt namelijk scherp in de gaten gehouden door de Britse veiligheidsdiensten, en regelmatig opgepakt en ondervraagd – sinds hij in 2005 werd vrijgelaten uit de Amerikaanse terreurgevangenis op Guantánamo Bay.

„Treiteren”, noemt de 45-jarige Brit dat oppakken en ondervragen zelf. Hij belandde op Guantánamo nadat hij in 2002, toen hij met zijn familie in Pakistan woonde, aan de VS werd uitgeleverd. Hij is nooit aangeklaagd of veroordeeld wegens terrorisme.

Begg, die in Birmingham werd geboren als zoon van een uit Pakistan geëmigreerde bankmanager, is van de twaalf Britten die vastzaten op Guantánamo Bay de meest uitgesprokene. Hij voert campagne om de terreurgevangenis te sluiten, en blijft er luidruchtig op wijzen dat de Britse inlichtingendiensten afwisten van de marteling die op Guantánamo plaatsvond – ook nadat hij in 2010 een onbekende, maar hoge schadevergoeding kreeg van de Britse staat. Hij richtte de liefdadigheidsorganisatie Cage op, die zich inzet voor moslims die in de oorlog tegen terreur zijn aangehouden.

Openhartig op zijn blog

In dat kader reisde hij in 2012 naar Syrië. Daar was Begg openhartig over. Op zijn blog schreef hij hoe hij ‘horrorverhalen over marteling’ hoorde, en ‘de slachting door Assads moordmachine’ aanschouwde. Hij sprak er naar eigen zeggen met de Britse binnenlandse inlichtingendienst over: ‘MI5 maakte zich zorgen over Britten die in Syrië geradicaliseerd raakten, en bij terugkomst een gevaar voor de binnenlandse veiligheid kunnen vormen. Ik heb ze gezegd dat ze zich geen zorgen hoeven te maken, omdat het Britse buitenlandse beleid de rebellen gunstig is gezind.’

Toch besloot het ministerie van Binnenlandse Zaken eind vorig jaar dat „het niet in het algemeen belang” was hem te laten reizen. Zijn paspoort werd ingenomen. Die beslissing volgde kort na de onthulling dat Michael Adebolajo, een van de twee mannen die vorig jaar mei de militair Lee Rigby met een hakmes vermoordden, bij Beggs stichting langs was geweest.

Op trainingskamp

De aanhouding gisteren is op verdenking van het bijwonen van een trainingskamp voor terroristen, en het steunen van buitenlands terrorisme. Dat zou gaan om Syrië; de Britse politie heeft vorige maand zestien soortgelijke aanhoudingen verricht. Naar schatting 250 Britten zouden in Syrië meevechten tegen president Assad.

Begg steunt hen in elk geval in woord. Op zijn blog schreef hij dat veel van de opstandelingen buitenlandse strijders zijn en „aan de zijde van Syrische, aan Al-Qaeda gelieerde groepen vechten”. ‘Het is een ongemakkelijk voorstel, maar op enig moment moet het Verenigd Koninkrijk en het Westen hen erkennen. Waarom is dit land, in plaats van met de Syrië-gangers te praten en van hen te leren, erop gebrand hen als criminelen te behandelen?’