Opinie

Gevraagd: banknotulen

Je kunt ze ontluisterend noemen, de letterlijk uitgeschreven verslagen van de vergaderingen van de Amerikaanse centrale bank die vorige week zijn vrijgegeven. Ze gaan onder meer over de tijd rond de val van Lehman Brothers in het najaar van 2008. Uit de gesprekken van de centrale bankiers blijkt dat ze aanvankelijk geen idee hadden van de schaal van de crisis die op de wereld afdenderde. Nog in de zomer van 2008 was de grootste zorg de mogelijke kans op inflatie door de sterk gestegen prijzen van grondstoffen. En zelfs twee dagen na de val van Lehman werd de impact van die gebeurtenis in het financiële stelsel en de economie nog onderschat.

Dat kun je dom vinden, naïef. Of rechtlijnig en intellectueel inflexibel. Maar je kunt je afvragen of niet iedereen met enige kennis van zaken in die omstandigheden hetzelfde zou hebben gereageerd? Een crisis op deze schaal was er sinds de jaren dertig niet meer geweest. En gezien zijn complexiteit was deze misschien nog wel erger. Bovendien: toen eenmaal duidelijk werd hoe erg het was, was de reactie van de Fed razendsnel en gedecideerd.

Wat er in de vergaderingen van de Fed gebeurde is belangrijk om te weten. Maar vooral: dát we het weten. De Amerikaanse centrale bank is een zeer onafhankelijk instituut dat lastig te controleren valt en het moet hebben van het vertrouwen van het publiek. Het publiceren van de notulen maakt controle achteraf mogelijk. Letterlijke verslagen zijn nog een flinke stap verder.

Dat hebben we in Europa niet. Bij de oprichting van de Europese Centrale Bank werd besloten geen notulen te publiceren – laat staan letterlijke verslagen na verloop van tijd. Het argument was dat bij publicatie te zien zou zijn dat sommige centrale bankiers tegen de belangen van hun eigen land in zouden stemmen, voor het nut van het algemeen. Als dat bekend zou worden, dan zouden zij zich op hun thuisfront moeten verdedigen. Publicatie van notulen zou, kortom, hen bij voorbaat verhinderen het algemene Europese belang te dienen.

Dat was in de tijd dat centrale bankiers zich nog één gilde waanden, kosmopolitisch en technocratisch, trouw aan het algemene, grensoverschrijdende belang. We weten inmiddels al lang dat de eurocrisis het bestuur van de ECB dreigt te splijten. Er wordt al lang volgens het nationale belang gestemd.

Daarmee valt het argument tegen het publiceren van notulen weg en ontstaat een argument vóór. Wie het nationale belang zou laten prevaleren, of er groepen zijn die steevast samen stemmen, of er beknelde minderheden en en heersende meerderheden zijn – we zouden het graag weten.

Wellicht blijkt dan dat de ECB, anders dan voorzien, inderdaad een gepolitiseerd lichaam is geworden. Maar zij is nog steeds onderhavig aan een regime dat hoort bij een instituut dat juist apolitiek moest zijn: een lange zittingsduur voor de vaste bestuurders (acht jaar), ongekozen nationale centrale bankiers die losstaan van de politiek, een statuut als een vesting. En geen enkele check voor het grote publiek. Daar zal weinig verandering in komen: het alternatief, waarbij de politiek zich actief mengt in het monetaire beleid, is een recept voor chaos.

Maar nu het belangrijkste argument tegen het publiceren van de notulen is weggevallen en is veranderd, is een argument vóór. Het publiceren van de notulen zou ertoe kunnen bijdragen dat de ECB-bestuurders, in de wetenschap dat de buitenwereld meekijkt, zich weer meer geneigd voelen tot het algemene belang. En los daarvan: wie zou er nu géén uitgeschreven vergaderingen willen lezen van de ECB in het diepst van de eurocrisis?