Eindelijk durft Dordt weer naar de toekomst te kijken

Vier keer promoveerde de Dordtse club naar de eredivisie. Mogelijk volgt dit jaar de vijfde keer. Maar de beperkte uitstraling zit in de weg.

In het supportershome kennen ze hem allemaal: Dirk Dubbeld. Fan van FC Dordrecht, door dik en dun. „ Ik kom al 65 jaar aan de Krommedijk. Hier ligt mijn leven”. Dubbeld (76) noemt zichzelf een „echte Dordtse jongen” die geen zin had in leren maar het toch tot machinist op een baggerschip schopte. Ook in Singapore en andere verre oorden volgde hij zijn club op de voet. Elke week de Wereldomroep aan zijn oor gekluisterd. Zijn idool? Jan Klijnjan, Dordtse voetballer die tot elfvoudig international uitgroeide. De club heette toen nog DFC, in de vorige eeuw hofleverancier van het Nederlands elftal. „Dit was echt een voetbalstad. Man, je stond hier met tienduizend supporters langs de lijn”.

Het legioen is uitgedund. ‘Dordt’ trekt iets meer dan drieduizend bezoekers. Of Schapekoppen zoals de geuzennaam van de Dordtenaren luidt. De ouderen kennen de wapenfeiten uit het verleden. 17 november 1981 wordt in het supportershome nog altijd gekoesterd als „de dag van de mooiste overwinning ooit” toen DS ‘79, een van de vorige namen van FC Dordrecht, het grote Ajax van Cruijff in de beker uitschakelde.

Voor het eerst sinds jaren durft Dordrecht weer vooruit te kijken. De club staat dit seizoen vanaf de eerste wedstrijddag onafgebroken op de eerste plaats in de Jupiler League en kan zomaar promoveren naar de eredivisie. Het verleden ligt even verderop aan de Krommedijk. Onder het gras van amateurclub DFC begraven en met tienduizenden foto’s en talloze edities van het DFC clubnieuws – met werk van dichter en eindredacteur Cees Buddingh’ – opgeslagen in erfgoedcentrum DiEP. FC Dordrecht, de club die zich in 1972 van de amateurs van DFC afscheidde en sindsdien verschillende keren zijn ziel verkocht, vibreert nu van succes. Hoewel de uitnederlaag afgelopen weekeinde tegen Eindhoven de euforie temperde.

Handig inkopen

Het geheim? „De Dordtse mentaliteit. Hard werken en met je poten in de klei blijven staan”, zegt Ad Heijsman (62). Hij is al weer twaalf jaar voorzitter – daarvoor een „echte DFC-er” – en wordt binnenkort algemeen directeur met een raad van commissarissen boven zich. Ook FC Dordrecht moet vooruit. Heijsman werkt op zijn kantoor „met vier fte’s” en weet precies „wat er in de kast ligt.” Een van de laagste begrotingen van de Jupiler League (2,3 miljoen euro) en toch het hele seizoen koploper. Het is de verdienste van technisch manager Marco Boogers, die handig inkoopt en talenten aan de club weet te binden. Dordrecht heeft een „licht samenwerkingsverband”, zoals Heijsman dat noemt, met ADO Den Haag. De club huurt Haagse talenten voor een jaar zoals verdediger Tom Beugelsdijk, zonder daarvoor een hoge transfersom te hoeven betalen. Met een budget van 525.000 voor een selectie van 25 spelers „kunnen we geen Messi halen”, grapt Heijsman.

Voor de eredivisie komt het huidige team tekort, beaamt de Utrechtse trainer Harry van den Ham, die ooit bij voorganger DS’79 speelde. „Als we tien keer tegen RKC spelen, verliezen we er acht”. Er is dus een „kwaliteitsimpuls” nodig en voorzitter Heijsman denkt op basis van meer publiek en sponsoring het budget volgend seizoen op te kunnen trekken naar vier miljoen. Maar dat maakt van FC Dordrecht nog geen stabiele eredivisieclub, weet ook Heijsman. FC Dordrecht heeft nu eenmaal beperkte uitstraling in de regio „Wij hebben te weinig cultuur, te weinig historie. Die liggen bij onze moeder DFC. De club is wel vijf keer van naam veranderd. Dat geeft onrust bij het publiek. Op ons mooie eiland is er zeker draagvlak voor profvoetbal. Maar de aandacht is versnipperd. In Dordrecht staan zesduizend Feyenoord-supporters geregistreerd. Een avondje NAC is hier tien minuten vandaan”.

Maar hoe Dordrecht dan wèl blijvend uit de marge van het profvoetbal te manoeuvreren? Met een nieuw stadion, zegt Heijsman. Het huidige stadionnetje is met zijn capaciteit van 4.000 toeschouwers te klein voor alle ambities en vertoont gebreken. Voor het damestoilet aan de lange zijde is een sleutel uit de bestuurskamer nodig. Heijsman opent in zijn sobere werkkamer een laptop. „Kijk maar eens goed. Misschien krijgen we hier een wereldprimeur.” Op zijn schermpje volgt een vlotte videopresentatie van bouwer Ballast Nedam voor de nieuwe generatie ‘modulaire’ stadions die „mee kunnen bewegen” met de behoeften van de tijd. Stadions die opgebouwd en verplaatst kunnen worden als blokkendozen. Het is dit ‘Plug&Play Core-concept’ waarmee Ballast Nedam in aanmerking wil komen voor stadionbouw in Qatar met het oog op het WK van 2022. De Arabieren hebben het WK binnengehaald met de belofte dat de stadions na het toernooi zullen worden hergebruikt in Derde Wereldlanden. De sjeiks zouden aan de Krommedijk kunnen zien hoe zo’n stadion eruit ziet.

Daklozentoernooi

Heijsman is optimistisch, hoewel de financiering – het nieuwe stadion met een capaciteit van 6.000 plaatsen kost 12 à 13 miljoen euro – nog niet rond is. Sportwethouder Rinette Reynvaan van Beter voor Dordt is positief over alle plannen, „maar het is wel helemaal een zaak van de club”. B en W willen eenmalig 1,7 miljoen bijdragen aan de infrastructuur. En de jaarlijkse sponsorbijdrage verdubbelen tot 60.000 euro per jaar. „Op voorwaarde dat de FC zich maatschappelijk inzet”, zegt Reynvaan. Voor de spelers betekent dat voorlezen in de klas, meewerken aan daklozentoernooien.

Supporter Dirk Dubbeld, met groen-witte clubsjaal, pakt nog een biertje in het supportershome. Hij is sceptisch . „Eredivisie? Als je ploegen als Ajax ziet, wie zijn wij dan wel?”