Opinie

Vrijwillig naast Benno L.

Beschaving: je kon er nauwelijks meer op wijzen zonder voor elitetrut te worden uitgemaakt. Hoog opgeleid, zeker. Woont veilig in een dure buurt en praat ‘hoogdravend’. En wat doen zulke lui voor de beschaving van de hardwerkende Nederlander? Huh? Ze-ro!

Oh ja? Neem Joost Swen, gepensioneerd anesthesioloog. Reist tegenwoordig trouwens vrijwillig naar ziekenhuizen in Burundi en Congo, waar hij helpt bij operaties aan hazenlippen of klompvoetjes. Joost Swen zag vorige week de woede, toen bekend werd dat burgemeester Lenferink van Leiden pedoseksueel Benno L. in zijn stad had aanvaard. „En ik dacht: er zullen toch ook wel mensen zijn die zo’n beschaafde burgemeester stéúnen?”

Of Wilbert van Erp, chemisch technoloog en voormalig personeelsmanager bij Shell. Ook gestopt met werken. Zet zich al ruimschoots in voor daklozen in Leiden. Meldde zich zonder aarzelen als begeleider van Benno L.: „Natuurlijk! Of de rechtsstaat dondert in elkaar, of we gaan allemaal ons steentje bijdragen.”

Predikant Ad Alblas, de aanstichter, straalde. Zelf noemde hij het graag compassie. ‘Mededogen’ was te ouderwets en ‘medelijden’ te emotioneel en neerbuigend. Maar compassie, dat is beschaving in twee richtingen. Dat gaat over samenleven. Over kinderen beschermen én niemand in een rechtsstaat buitensluiten.

We zaten gistermiddag rond de tafel in ‘zijn’ kerk, de Hooglandse Kerk in Leiden. Ze vonden 35 mensen die Benno L. vrijwillig willen begeleiden. Dankzij hun toezegging kon de burgemeester vrijdag na een grimmige week volhouden: Benno L. blijft.

Dat ging zo: toen bekend werd hoe Lenferink zijn nek uitstak, stuurde Alblas, ook voorzitter van de Raad van Kerken in Leiden, hem meteen een e-mail met steunbetuiging. Donderdag kreeg Alblas een telefoontje van de woordvoerder van Lenferink: „Voorzichtig, enigszins in verlegenheid, vroeg die of de burgemeester zeker kon zijn van onze steun. Want die was intussen wel noodzakelijk.” Ze hadden, in andere woorden, 24 uur om te zorgen dat Lenferink vrijdag kon zeggen dat Benno L. zou blijven. Toen kwamen ze bij de Raad van Kerken in actie en gingen ze vrijwilligers zoeken. Wilbert van Erp, zelf katholiek, belde zijn vrienden. Sommigen durfden niet. „Niet bang voor Benno L. Wel voor de mensen op straat.” De meesten zeiden ja.

En opeens zijn ze hot: Pauw en Witteman vroegen hen aan hun tv-tafel. Maar dat vonden de vrijwilligers te veel eer. Eerst doen, zeiden ze. Niemand weet nog precies wat ons boven het hoofd hangt. Ad Alblas zou een paar uur later op het stadhuis een eerste briefing krijgen.

Een uurtje per week doorbrengen met Benno L., voor een bezoek aan de dokter of wat boodschappen, dat leek hun wel het minste. Iemand, met drie kinderen nota bene, bood aan Benno voortaan van en naar een club vrijwilligers te rijden. Joost Swen wilde ook best een strandwandeling met hem maken: „Maar waar gaan we het dan over hebben? En zou ik hem ook mee naar huis nemen om hem voor te stellen aan mijn vrouw? Dat weer liever niet.”

Daar tobden ze nog wel over. Maar ze wilden graag leren wat de beste manier was. Iemand moest het doen.