Veel betast door Kennedy drijft prijs op

Twaalfduizendzeshonderd dollar. Voor dat bedrag werd negen jaar geleden op een veiling een kapotte ketting van imitatieparels verkocht.

Waarom zo duur? De ketting was van Marilyn Monroe geweest. Naarmate mensen denken dat spullen vaker zijn aangeraakt door door hen bewonderde beroemdheden, zijn ze bereid er meer geld voor te betalen.

Veilinghuizen weten dat natuurlijk, schrijven Amerikaanse psychologen deze week in PNAS, dus schatten ze de opbrengst van spullen van geliefde celebrities hoger in (het ging in het onderzoek naast Monroe ook om spullen van John F. Kennedy en Jacqueline Onassis). Maar zelfs die veilinghuizen onderschatten het effect, vonden de onderzoekers.

Volgens de psychologen hebben mensen al dan niet bewust het idee dat ze via voorwerpen die van beroemdheden zijn geweest, aangeraakt of besmet kunnen worden met iets van de ziel, de immaterële essentie van zo’n persoon. Dat kan ook negatief zijn: veel mensen trekken liever geen trui aan die van Adolf Hitler is geweest, zelfs niet als de trui gewassen is. In het algemeen zeiden mensen desgevraagd dat ze meer zouden willen betalen voor een trui van een door hen gehate beroemdheid als die trui gesteriliseerd was, dan voor exact dezelfde trui ongewassen.