Van Afrika’s bevrijder tot sluwe roofridder

‘Het reusachtige ego’ van Oeganda’s president.

President Yoweri Museveni, vorige maand bij de top van de Afrikaanse Unie in de Ethiopische hoofdstad Addis Ababa.
President Yoweri Museveni, vorige maand bij de top van de Afrikaanse Unie in de Ethiopische hoofdstad Addis Ababa. Foto Reuters

Yoweri Museveni, president van het Oost-Afrikaanse Oeganda, staat in het Westen in het nieuws door de rechten van homo’s en lesbiennes in zijn land te beknotten. Maar op het continent zelf staat Museveni vooral bekend als de ‘Bismarck van Afrika’. De man die zijn land (35 miljoen inwoners) de rol van regionale grootmacht wil laten spelen.

Afgelopen december zette Museveni Oeganda opnieuw op het spoor van buitenlandse interventie. Hij stuurde in het geheim 5.000 Oegandese soldaten naar buurland Zuid-Soedan toen daar een gewapend conflict was uitgebroken tussen president Salva Kiir en voormalig vicepresident Riëk Machar. Dankzij de Oegandese steun kon het regime van de autoritaire Kiir zich het vege lijf redden.

Ethiopië, en ook de VS, belangrijke bondgenoot van het drie jaar geleden onafhankelijk geworden Zuid-Soedan, toonden zich niet ingenomen. Maar ook in eigen land kwam er kritiek. Het weekblad Independent schreef over ‘Museveni de Grote’. De uitdrukking ‘de Bismarck van Afrika’ is van de Franse Afrikakenner Gérald Prunier. Museveni gebruikt de hunkering naar veiligheid om een ideologie van militarisme in zijn land en de regio te vestigen, zegt de hoogleraar.

Oudgediende Museveni is een karikatuur van zichzelf geworden. Nadat zijn guerrillaleger in januari 1986 de macht had gegrepen in Kampala, zei Museveni dat Afrikaanse leiders te lang aanblijven. Met die traditie zou hij breken, was de impliciete boodschap. Anno 2014 behoort hij zelf, mede dankzij een geslepen systeem van patronage en militaire interventies, tot de exclusieve club van Afrikaanse staatshoofden die al ruim een kwart eeuw aan de macht zijn. Opponenten in eigen land noemen hem een dictator, omdat hij tegenstanders gevangen zet en journalisten intimideert door hun kranten te sluiten.

Museveni begon als vredestichter. In de achtervolging van moordende en plunderende regeringssoldaten leken zijn strijders die in 1986 de macht veroverden op engelen. Beleefd vroegen ze inwoners van Kampala om een flesje frisdrank. „Dit hebben we nooit meegemaakt”, vertelden verbaasde Oegandezen. „Wij kennen soldaten als moordenaars en plunderaars”.

Disciplinering van het leger

Nooit eerder had een Afrikaanse bevrijdingsbeweging een onafhankelijke staat bevrijd van tirannie. Na jaren van chronische instabiliteit door talrijke militaire staatsgrepen smachtte Afrika dertig jaar geleden naar orde. Disciplinering van het leger werd een belangrijkste politieke factor. Daarom sloten veel idealistische studenten zich aan bij zijn leger. „Gebrek aan veiligheid is het grootste probleem van Afrika. We hebben een beschaafd regeringsleger nodig, om zich te kunnen ontwikkelen”, zeiden ze.

Zijn eerste buitenlandse militaire avontuur was in Rwanda, in 1990. De Rwandese vluchteling Paul Kagame had meegevochten in zijn guerrilla en de Oegandese president had hem aangesteld als het hoofd van zijn militaire inlichtingendienst. Als tegenprestatie gaf Museveni Kagame rugdekking bij de aanval vanaf Oegandees grondgebied van Rwandese Tutsi-rebellen in Rwanda. Op die interventie volgde in 1994 een genocide door de Rwandese machthebbers. Uiteindelijk leidde die volkerenmoord tot het aan de macht komen van Kagame in Rwanda.

Twee jaar later trokken Museveni en Kagame samen op in Oost-Congo. In 1997 brachten hun legers de Congolese kleptocraat Mobutu ten val, de weg openend voor het aantreden van Laurent-Désiré Kabila. Tot dan werd Museveni’s bemoeienis buiten de eigen grenzen gezien als een bijdrage aan de ‘bevrijding’ in Afrika. Daarna werd Museveni een cynische leider, een roofridder uit op eigen belang.

In 1998 keerde Laurent Kabila zich tegen Kagame en Museveni, die hem aan de macht hadden geholpen. Oeganda en Rwanda besloten tot een tweede invasie in Congo. Volgens de VN sloegen hun legers aan het plunderen. Museveni werkte in de Congolese grondstoffenrijke provincies Ituri en Kivu met beruchte krijgsheren als Thomas Lubanga en Jean Pierre Bemba, die later in handen kwamen van het Internationale Strafhof. Oegandese soldaten lieten Congolezen onder barre omstandigheden werken in mijnen. Goud, diamanten en coltan gingen naar Kigali en Kampala. Oeganda exporteerde drie keer zoveel goud als het zelf produceerde. Een coterie van zakenlui en familieleden rond Museveni profiteerde van de geplunderde grondstoffen.

Dieptepunt was in 2000 toen Museveni en Kagame ruzieden over hun ondernemingen in Congo, en hun legers elkaar bevochten in het Congolese Kisangani. Er werd voor miljoenen euro’s schade aangericht, honderden Congolese burgers kwamen om.

In 2002 waren de soldaten met hun in Congo verkregen vrouwen nauwelijks teruggekeerd in Oeganda, of Museveni begon aan zijn volgende avontuur. Eerst zond hij soldaten naar Zuid-Soedan, schijnbaar om strijders van de terreurgroep LRA, Het Leger van de Heer van krijgsheer Joseph Kony, te achtervolgen, en vervolgens weer naar Congo en toen naar de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Officiële intentie was Kony, van Noord-Oegandese afkomst, gevangen te nemen. Maar de jacht op de LRA gaf Museveni ook invloed in Congo en CAR. Daar werd het Oegandese leger gezien als een bezettingsmacht. Schoorvoetend trok hij zich terug uit Congo, maar een soortgelijk bevel van de zwakke CAR-regering negeerde hij.

Tegen de islam

Museveni ziet het goeddeels christelijke Oeganda als een frontlijnstaat tegen de islam. De VS leverden hem in de jaren 90 wapens, die hij doorsluisde naar de Zuid-Soedanese verzetsbeweging SPLA. Met Amerikaanse steun intervenieerde hij in 2007 militair in Somalië om de strijd aan te binden tegen de terreurgroep Al-Shabaab.

Bij de huidige interventie in Zuid-Soedan staat veel meer op het spel dan het lot van president Salva Kiir. Museveni werpt zich op als de grootste militaire macht in de regio en verdedigt Oeganda’s economische belangen. Sinds zijn onafhankelijkheid in 2011 is Zuid-Soedan de belangrijkste exportbestemming. Door bemiddeling van zijn coterie gingen lucratieve contracten in het olieproducerende land naar Oegandese ondernemers.

De Afrikaanse Unie streeft al jaren naar een eigen snelle interventiemacht, opdat de Afrikaanse landen zonder hulp van Frankrijk of Amerika hun conflicten kunnen oplossen. De spil van zo’n troepenmacht moet in het zuiden Zuid-Afrika zijn en in het westen Nigeria. In het oosten werpt Oeganda zich nu op, met een strijdmacht van ten minste 55.000 man.

Dat alles maakt Museveni er niet bescheidener op. In redes vergelijkt hij zijn tegenstanders met apen, ratten en slangen. Hij werpt zich op als een Afrikaanse nationalist en valt het Internationaal Strafhof aan als een imperialistisch, blank instituut. Gisteren zei hij niet te buigen voor „sociaal imperialisme” van het Westen.

Museveni wil de geschiedenis ingaan als een Mandela of Kwame Nkrumah (de eerste president van Ghana). „Zijn ego is reusachtig”, vertelde een familievriend van hem. Achter de schermen zou hij nu zijn zoon Muhoozi Kaneirugaba erop voorbereiden om na hem de troon te bestijgen.