Tom Odell heeft talent, maar rocker is hij nog niet

Anders dan zijn grote voorbeeld Elton John is Tom Odell nog een beetje een hark achter de piano.
Anders dan zijn grote voorbeeld Elton John is Tom Odell nog een beetje een hark achter de piano. Foto Andreas Terlaak

Iets meer dan een jaar geleden maakte Tom Odell indruk als frisse jongen achter de piano in het televisieprogramma Later van Jools Holland.

De belofte van zijn zelfgeschreven hit Another love werd meteen groots opgepakt. Binnen enkele maanden speelde Odell op Pinkpop, Lowlands en legio andere festivals, met alle gevolgen die dat voor zijn muziek had.

De charmante pianomuziek van de inmiddels 23-jarige Engelsman werd opgeblazen tot festivalsterkte, met een rockband die de liedjes van zijn Brit Award winnende debuutalbum Long Way Down meer body moest geven.

Tom Odell heeft talent, maar een rocker is hij niet. Achter de piano is hij een stijve hark die, anders dan zijn grote voorbeeld Elton John, nog niet de uitstraling heeft om vanuit die statische positie een bruisend middelpunt van een rockshow te worden.

Zijn pianospel is bonkig en wordt uitgesproken houterig ondersteund door een misplaatste scheurgitarist en een drummer die zich bij Led Zeppelin waant.

Van de subtiliteit in Odells liedjes blijft op die manier weinig over, zeker in de keiharde geluidsmix die op het uitverkochte Vredenburg werd losgelaten.

De introtape van een fraai stukje meerstemmig a capella door de Beach Boys was ongelukkig gekozen, want het contrast met de bak herrie die erop volgde was groot. Odell begon zijn nummers vaak veelbelovend met een paar maten solo achter de piano, maar telkens was daar weer de botte rockband die zijn beste liedjes Hold me en Grow old with me om zeep hielp. Another love speelden ze weldadig beheerst. Het werd met voorsprong het hoogtepunt van de avond.

Afgezien van wat probeersels voor een nieuwe plaat heeft Tom Odell nog maar één album en reikte zijn repertoire niet verder dan een klein uur. In de toegift wilde hij Elton John en Little Richard achterna met de gospelrock van Gone at last en de blues in See if I care. Het waren oefeningen in stijlen die Odell duidelijk nog niet beheerst en die doodsloegen in potsierlijke imitatiedrang.

Hij is op zijn best als hij het klein houdt, alleen achter de piano.