Tachtigduizend man eruit en nog steeds grootste krijgsmacht

De regering-Obama wil de grootste krijgsmacht ter wereld inkrimpen, want die is log en duur en de bevolking is moe van het post-9/11-tijdperk met dure oorlogen. Ook vraagt het cybertijdperk een andere aanpak. Blijven de VS een wereldmacht?

Majoor-generaal Herbert McMaster is somber. Altijd hoort hij van politici in Washington dat het kán: een wereldmacht zijn én een kleiner leger hebben. Ook vandaag weer, toen minister van Defensie Chuck Hagel een drastische bezuiniging aankondigde op de Amerikaanse krijgsmacht. De majoor-generaal noemt dat Zero Dark Thirty-denken: „Ze denken dat we, als in die film, met een klein aantal technisch hoogstaande manschappen hetzelfde kunnen bereiken als met een groot leger. Ja, je kunt Osama Bin Laden ermee onschadelijk maken. Maar het is geen realistische strategie om een wereldmacht te blijven.”

De scepsis van majoor-generaal McMaster klinkt vaker deze ochtend, als de denktank Brookings Institution, gelieerd aan de Amerikaanse regering, een debat organiseert over de aangekondigde bezuinigingen op het Amerikaanse leger. Het is politiek wensdenken, zeggen de hoge legerofficieren, dat Amerika geen grote krijgsmacht meer nodig heeft. McMaster noemt het „een pipe dream”, een droombeeld. „Het is puur narcisme te denken dat wij alleen kunnen beslissen welke oorlogen we voeren. We hebben ook vijanden, die kunnen ons aanvallen. Het is gevaarlijk om de buitenwereld te onderschatten.”

Volgens minister Hagel is de Amerikaanse krijgsmacht, veruit de grootste ter wereld, te log en te duur geworden. De oorlog in Irak is beëindigd. In Afghanistan moet dit jaar een einde komen aan de grootschalige inzet van Amerikaanse troepen.

Vanaf volgend jaar moet het Amerikaanse leger krimpen, vindt Hagel. Van de 522.000 soldaten moeten er tussen de 440.000 en 450.000 overblijven. De krijgsmacht zou weer even groot worden als vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Er zullen militaire bases in het buitenland sluiten, welke dat beslist de regering later. Vooral de luchtmacht zal de bezuinigingen voelen. De enkele honderden verouderde A-10 gevechtsvliegtuigen zullen verdwijnen, evenals enkele van de zogeheten U-2 spionagevliegtuigen, waarvan het leger er enkele tientallen heeft.

Drie redenen om te snijden

Drie redenen heeft Hagel voor de aangekondigde bezuiniging. Allereerst kan hij niet anders. President Obama heeft het Congres beloofd drastisch te snijden in de overheidsuitgaven. Volgende week moet Obama het Congres een voorstel doen voor een begroting voor 2015. Het ministerie van Defensie slokt dit jaar 526 miljard dollar op, en is op afstand het duurste ministerie in Washington. Defensie kost, inclusief veteranen, circa 5 procent van het Amerikaanse bruto binnenlands product. Obama wil 450 miljard dollar bezuinigen in de komende tien jaar. Hij kondigde al eens een mogelijke krimp van de krijgsmacht aan van 10 tot 15 procent.

Daarbij komt dat de Amerikaanse bevolking het post-11-septembertijdperk beu is, waarin het machtigste leger ter wereld twee kostbare oorlogen voerde, zonder duidelijk resultaat. De politicoloog William Galston, voormalig adviseur voor president Bill Clinton, zegt bij Brookings: „We leven in een tijd die vergelijkbaar is met de periode na de Vietnamoorlog. We waren moe van het conflict, en wilden zeker een decennium lang geen nieuwe oorlogen aangaan. De oorlogen in Irak en Afghanistan hebben het Amerikaanse publiek op eenzelfde manier murw gemaakt.” Vandaar de aarzeling van Obama om zijn harde woorden tegen de Syrische president Bashar al-Assad kracht bij te zetten. De publieke opinie wilde niet dat Amerika betrokken zou raken bij de Syrische burgeroorlog, waardoor het voor Obama moeilijk werd zijn ‘rode lijn’ te handhaven toen Assad chemische wapens gebruikte. Galston: „Manschappen sturen, boots on the ground, dat wil bijna niemand meer. Dus is er eenvoudig op te bezuinigen.”

Verder is de aard van de militaire conflicten de laatste jaren sterk veranderd. De Amerikaanse krijgsmacht voert steeds minder conventionele oorlogen, maar gebruikt nieuwe tactieken die nauwelijks manschappen kosten. Zo zet Obama zijn oorlog tegen het terrorisme, een erfenis van George W. Bush, grotendeels voort met onbemande vliegtuigen boven Pakistan, Jemen en Afghanistan.

IT-specialisten

De groeiende aandacht voor cyber-oorlog vraagt volgens Chuck Hagel ook een andere filosofie van het leger. Soldaten zijn minder hard nodig, maar IT-specialisten des te meer, bijvoorbeeld bij de National Security Agency (NSA). „Nieuwe technologieën en nieuwe machtscentra maken de wereld steeds kwetsbaarder en soms ook gevaarlijker voor de Verenigde Staten”, zei Hagel gisteren. Hij beloofde niet te bezuinigen op technologische vernieuwing, maar vooral op verouderde krijgsmachtonderdelen.

Dat betekent niet dat de Amerikaanse rol in de wereld kleiner zal worden. Amerika besteedt nu meer geld aan defensie dan de andere zes landen in de topzeven samen. Ook als er wordt bezuinigd blijft dat zo. En Obama is niet van plan zich uit de wereld terug te trekken. Afschrikking, van terroristen of vijandige mogendheden, wordt volgens Hagel belangrijker. Als een land weet dat het niet tegen de VS op kan, zal het niet aanvallen. En daarvoor is volgens de minister geen krijgsmacht met de huidige omvang nodig.

Volgens de neoconservatieve denktank American Enterprise Institute (AEI), die de interventiepolitiek van George W. Bush steunde, is met de besparing de tijd van de VS als wereldmacht voorbij. „De oorlog in Irak is lang niet beëindigd. Vroeg of laat moeten wij weer ingrijpen, nu radicale islamitische strijdgroepen het gezag bedreigen. Onze betrokkenheid in Afghanistan is na 2014 ook niet opeens weg. Met technologie kun je een slag winnen, maar de aard van oorlog blijft gelijk. Je hebt soldaten nodig om een oorlog te winnen.”