Stop met die ramprelatie!

Lezen // Over relaties Marte Kaan Saboteur Ambo, 140 blz. € 16,95 4

arte Kaan (1977) belandde een aantal jaren geleden in ‘een klassieke ramprelatie’, zoals ze het zelf noemde. De zoveelste. En ze had er genoeg van. Ze nam een ferm besluit. Ze ging er niet langer over klagen en zeuren tegen haar vrienden, maar ze ging er werk van maken. Ze voerde therapeutische gesprekken, bestudeerde eigen en andermans verbroken relaties, las er romans en wetenschappelijke literatuur over en schreef een boek. In Lang leve de liefde (2010) liet ze zien wat er zoal mis kan gaan nadat twee mensen voor elkaar hebben gekozen. De een is te kritisch, de ander trekt te veel aandacht. Op luchtige, geamuseerde toon en met tal van grappige anekdotes maakte Kaan duidelijk dat er in de naam van liefde en vriendschap heel wat geleden wordt.

In Saboteur, haar eerste verhalenbundel, de titel zegt het al een beetje, zien we deze relationele interesse terug, maar deze keer in een vrije vorm, zonder verwijzingen naar geleerde bronnen. Het gaat in deze verhalen niet alleen om liefdesrelaties, maar ook om andere verhoudingen waarin mensen het elkaar moeilijk kunnen maken: baas en ondergeschikte, therapeut en cliënt, vader en dochter, moeder en zoon, rijke mevrouw en werkster.

Het ene verhaalfiguur is nog banger, ongelukkiger, onzekerder, wantrouwiger en zelfkritischer dan het andere. ‘Hoe langer ze bestaat, hoe meer er te betreuren valt’, verzucht de vrouw in het verhaal ‘Zwaan’. Ze voelt zich het lelijke eendje dat nooit is uitgegroeid tot zwaan – in tegenstelling tot een vriendin die alles goed doet in het leven. Ze weet dat ze blij hoort te zijn met haar twee gezonde kinderen, maar ze is het niet.

Afgunst. Dat is het venijnigste gif dat Kaan in haar verhalen injecteert. Een volwassen vrouw is jaloers op haar slimme, succesvolle vader die ook op oudere leeftijd aantrekkelijk blijft voor vrouwen. Een pr-medewerker is jaloers op haar bazin, omdat zij haar leven tot in de puntjes onder controle lijkt te hebben. ‘Haar woning was van een even ziedend makende perfectie als haar kantoor.’

Ik zal niet zeggen dat ik deze azijnpissers, deze saboteurs, allemaal even overtuigend vind – of dat ik hun schrille gedachtegangen stuk voor stuk kan volgen. Maar het is wel precies dit zompige wereldbeeld en dit broeierige chagrijn dat de onheilspellende charme uitmaakt van de bundel. Kaan trakteert haar lezers op een amputatie, een symbolische vadermoord, een gijzeling, een poging tot massale vergiftiging en een paar gevalletjes moord- en doodslag. De bloederige details mogen we er zelf bij verzinnen, net als de afloop.

Dit kan er gebeuren, zo pepert ze ons keer op keer in, als de mensen maar zo’n beetje blijven hangen in welke ramprelatie dan ook. Dit komt ervan als ze er geen werk van maken. Ze hadden het van zich af moeten praten. Of, misschien beter nog, van de nood een deugd moeten maken, net als Kaan. Dan levert het in ieder geval weer een mooi, spannend verhaal op.