Scoren met Oekraïne

Bijna surrealistisch, noemde Jesse Klaver het debat in de Tweede Kamer van afgelopen donderdag over Oekraïne. Hij zei het al terwijl het nog gaande was; Klaver nam er zelf aan deel, namens GroenLinks. Het duurde amper een uur, en de Kamerleden probeerden intussen vanuit hun bankjes op Twitter te volgen wat er op hetzelfde moment in Kiev gebeurde. Die morgen waren de gevechten op de Maidan nog in volle gang, er vielen nieuwe doden. Drie EU-ministers waren op weg naar Kiev, van Frankrijk, Duitsland en Polen, om te bemiddelen. President Janoekovitsj was nog niet gevlucht, het compromis met de oppositie over hervormingen nog niet geformuleerd, laat staan gesloten.

Ja, wat doe je dan als Tweede Kamer te Den Haag? Het is lastig vergaderen terwijl, zoals Klaver het zei, „de feiten zich opstapelen”. Maar dit was de laatste vergaderdag voor het krokusreces. En bovendien kwamen diezelfde middag in Brussel de Europese ministers van Buitenlandse Zaken bijeen voor een extra raad (zonder de drie in Kiev dan). De Europese Unie zou daar besluiten met sancties te dreigen tegen de verantwoordelijken voor het geweld. In Den Haag was alleen de SP tegen: die ziet sancties als „escalatie”.

Het is een misverstand dat alles wat er in Tweede Kamer gebeurt schreeuwt om de schijnwerpers. Politici weten dat je nu ergens anders moet zijn: in Kiev. Vorige week schoof Europees lijsttrekker van de VVD Hans van Baalen net op tijd naast de liberale EU-kopman Guy Verhofstadt, terwijl die de menigte op de Maidan de Europese liefde stond te verklaren. Eind vorig jaar stond Timmermans al eens tussen de betogers, net als PvdA-Kamerlid Jacques Monasch, die ooit in Kiev werkte voor de Amerikaanse Democraten. Koketterie? Vast, en het engagement klinkt ook mooi. Iedereen wil democraten steunen, Europese waarden, en mensen die hun leven riskeren voor politieke waardigheid.

Maar Oekraïne is geen onschuldig scorebord voor West-Europese politici die tevreden aan de goede kant van de geschiedenis staan. Vergelijk het maar eens met de Egyptische revolutie, of de Turkse onlusten van vorig jaar – hoeveel Haagse politici stonden er op het Tahrirplein? In de betrokken Europese reacties op het geweld in Oekraïne ligt de erkenning besloten dat dit land nu eenmaal in Europa ligt, of beter gezegd, op de breuklijn tussen Europa en Rusland. Die schuift nog altijd, langzaam, naar het oosten. Kijk bijvoorbeeld naar de aantrekkingskracht van de Europese Unie op Servië, dat nu solliciteert naar het lidmaatschap. Het gegeven dat Oekraïne zich nu meer op Europa lijkt te gaan richten, maakt dat de Europese reacties nooit onschuldig zijn. Solidariteit maakt schuld.

Oekraïne is „een groot land in het hart van het Europese continent”, zei Timmermans vorige week. Als je dat strikt opneemt, zou je vermoeden dat Oekraïne op weg is naar het lidmaatschap van de Europese Unie. Maar dat wil niemand; met name de VVD waarschuwt er juist tegen. Een associatieverdrag is het beste wat Europa deze ‘nabuur’ te bieden heeft, in Den Haag gaat niemand verder. Zelfs meer Europese financiële steun ligt moeilijk.

In werkelijkheid let Den Haag veel meer op wat Timmermans de „lotsverbondenheid” tussen Europa en Rusland noemt. Oekraïne is nu het schaakbord waarop grenzen en krachtverhoudingen op het continent worden bepaald. Ook binnen Europa verschuift het zwaartepunt hierdoor. Polen en Duitsland worden naar het het oosten getrokken, en Frankrijk weet dat het daarbij moet zijn. Nog maar een paar jaar geleden ging de discussie erover of Oekraïne, met Georgië, lid van de NAVO moest worden. Die Atlantische oriëntatie is nu ver weg. In Den Haag wordt de dag gevreesd dat Rusland en Europa als machtsblokken tegenover elkaar staan. D66 suggereerde, in lijn met Amerikaanse ideeën, al ‘onpartijdige’ VN-bemiddeling in Oekraïne. Maar dat maakt weinig enthousiasme los. Stilletjes heeft iedereen het door: Oekraïne, dat gaat nu eenmaal over ons.