Red Bull tegen The Bulldog

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: merk- en auteursrecht.

Wie met een concurrerend artikel afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen van een merk, de reputatie van een merk aantast of zonder toestemming parasiteert op een merk, kan zich schuldig maken aan inbreuk op het merkenrecht. De vraag is dan vaak: hoe ver moet de bescherming van dit recht reiken?

Red Bull is in de Benelux houder van het woord- en beeldmerk ‘Red Bull Krating-Daeng’, ingeschreven voor alcoholvrije dranken. Leidseplein Beheer van Hendrikus de Vries is in de Benelux houder van het woord- en beeldmerk ‘The Bulldog’, handelsnaam voor horecagelegenheden.

De Vries gebruikte The Bulldog al voordat Red Bull zijn merk in 1983 deponeerde. Maar Red Bull meende dat De Vries afbreuk deed aan zijn merk, doordat in The Bulldog het woordelement ‘Bull’ is opgenomen. Red Bull eiste dat The Bulldog zou stoppen met het in de handel brengen van energiedranken met het teken ‘Bull Dog’. Dat zou „verwarringwekkend” zijn.

De rechtbank Amsterdam wees de eis van Red Bull in 2007 af. Het gerechtshof Amsterdam wees hem in 2010 (grotendeels) toe. Daartegen stelde De Vries beroep in cassatie in voor de Hoge Raad, die het geschil voorlegde aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Het Europees hof besliste begin deze maand dat Red Bull het gebruik van ‘The Bulldog’ moet „tolereren” als vaststaat dat dit merk werd gebruikt voordat ‘Red Bull’ werd gedeponeerd en het gebruik van ‘The Bulldog’ „te goeder trouw” is. Om na te gaan of dat het geval is moet de Hoge Raad voor zijn finale oordeel onder andere rekening houden met „de inburgering en de reputatie van het teken” bij het publiek en de kans op verwarring, aldus het EU-hof.