Hamburgers à la Hemingway

Een beetje zwaardvissen en marlijnen uit de oceaan trekken. Rondhangen met Spaanse stierenvechters. Met fellow travelers sterke verhalen opdoen op zo’n afstand van het Geallieerde front dat de Duitse stellingen nog smeulen, maar de kogels niet meer fluiten. En natuurlijk op neushoornjacht in de Afrikaanse bush, toen dat nog mocht van het Wereld Natuur Fonds. Beetje spelevaren, beetje zwemmen. En daar dan stukjes over tikken. Met altijd iets te drinken erbij en immer iets te, nu ja, u begrijpt waar ik heen wil.

Ernest Hemingway moet de gelukkigste freelancer van de vorige eeuw zijn geweest.

En toch. Behalve van mannendingen met een hoog octaangehalte wist de gevierde avonturier ook iets over koken, toch iets feminiens. Althans, dat blijkt uit een berg eind vorig jaar aan de John F. Kennedy Bibliotheek vrijgegeven persoonlijke paperassen die verder het biografische belang van metrokaartjes of kruimige zakdoeken nauwelijks ontstijgen. Daarin bevond zich ook een precies opgesteld recept voor hamburgers.

Overigens, ik ben bij het bezorgen van dit recept volledig schatplichtig aan Cheryl Lu-Lien Tan, kookschrijfster van The Paris Review, die de instructies vorig jaar boven water kreeg.

Hoewel ik bijna alle gerechten op dit dinsdagse kookeiland zelf maak, heb ik dat nu niet gedaan. Die kruidenmengsels van Spice Islands zijn namelijk deels uit de handel – Tan moet ook goochelen met sojasaus, suiker en ve-tsin. Maar deze rubriek is er ook om inspiratie op te doen en daarvoor is Hemingways erfenis heel geschikt.

Hak de knoflook, bosui en kappertjes fijn en kneed deze met alle kruiden, de wijn, de relish en het geklopte ei door het gehakt. Laat een half uurtje rusten.

Maak vier dikke hamburgers van het mengsel. Bak ze een paar minuten aan beide zijden in niet te hete olie, laat even sudderen. Hemingway wilde zijn hamburgers bruin aan de buitenkant en roze en sappig aan de binnenkant – en dat is je eigen dirty mind, vriend.