De vraag is of ze een aanslag op politici wilde plegen

De eerste vrouwelijke terreurverdachte staat vandaag opnieuw voor de rechter. Haar zaak moest over.

Soumaya S. (30) was de eerste vrouwelijke terreurverdachte in Nederland. Zij werd in 2005 samen met Noureddine el F. (met wie zij islamitisch getrouwd was en inmiddels weer gescheiden) met een schietklaar machinepistool aangehouden in Amsterdam-West.

Zij stond in 2006 samen met vijf mannelijke verdachten, onder wie Samir A., voor de rechter in het zogenoemde Piranha-proces.

De Piranha’s waren in de ogen van het Openbaar Ministerie een groep geradicaliseerde jonge moslims, feitelijk een voortzetting van de Hofstadgroep. (Nouredinne el F. en Samir A. maakten ook deel uit van de Hofstadgroep.)

1 Waarvan werden de Piranha’s verdacht?

De Piranha’s werden aangeklaagd voor het voorbereiden van een aanslag op verschillende politici (er waren plattegronden gevonden) en zouden deel uitmaken van een terroristische organisatie. Soumaya werd veroordeeld tot drie jaar celstraf voor medeplegen van terroristische voorbereidingshandelingen en wapenbezit. De rechtbank achtte het niet bewezen dat de Piranha’s een terroristische organisatie vormden.

2 Dus de Piranha-groep was geen terroristische organisatie?

Het OM vond van wel en ging in hoger beroep tegen het vonnis. In 2008 oordeelde het gerechtshof (in de extra beveiligde rechtszaal in Amsterdam-Osdorp) dat vier Piranha’s wel lid waren geweest van een terroristische organisatie in de jaren 2004-2005. Er werden hogere straffen uitgedeeld dan in 2006. Soumaya kreeg vier jaar in plaats van drie – de eis was tien jaar cel. Samir A. kreeg negen jaar in plaats van acht. Noureddine el F. kreeg acht jaar cel. Ze werden ook schuldig bevonden aan het voorbereiden van aanslagen op politici en de inlichtingendienst AIVD. Soumaya heeft haar straf inmiddels uitgezeten.

3 Waarom nu weer een zaak tegen Soumaya?

De verdediging stelde cassatie in. En dan kan het lang duren. Op 15 november 2011 vernietigde de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof Den Haag en verwees de zaak door naar het Amsterdamse hof. Die gaat Soumaya’s zaak overdoen.

Volgens de Hoge Raad had het Haagse hof het bewijs dat de AIVD inbracht niet goed getoetst. Het gaat dan vooral om een door de AIVD getapt telefoongesprek waarop de veroordeling van Soumaya mede was gebaseerd. In dat gesprek vroeg Soumaya aan haar zus, die bij een Haagse apotheek werkte, om privéadressen van politici. Dat telefoongesprek paste in de beschuldiging van voorbereiding van terroristische praktijken.

De verdediging wilde ook ándere getapte gesprekken naast het ‘apothekersgesprek’ leggen, zodat er een bredere context duidelijk zou worden. De familie van Soumaya werkte destijds samen met de AIVD om te proberen Soumaya uit de groep geradicaliseerde jongeren te krijgen.

Om de rol van Soumaya op waarde te schatten, zijn alle telefoongesprekken nodig, vond (en vindt) de verdediging. Dat verzoek werd toen door het Haagse gerechtshof afgewezen.

De raadsman van Soumaya, Bart Nooitgedagt, wil vooraf weinig kwijt over de zitting. Wel zegt hij dat hij alle tapgesprekken nu wél heeft en dat dat een ontluisterend beeld oplevert. Alles komt in een ander perspectief te staan en hij zal daar, zegt hij, „vergaande consequenties aan verbinden”.