‘De hele affaire is op het kluchtige af’

„Cees van der Hoeven begrijpt nóg niet dat hij iets fout deed. Daar gaat dit stuk over.”

Van actuele boardroomdrama’s komedie maken, dat willen George van Houts en Tom de Ket met hun theaterreeks De Verleiders. De eerste, De Casanova’s van de vastgoedfraude, trok veel publiek. Nu is er De val van een Super-man, over de fraude bij Ahold. De Ket regisseert de nieuwe voorstelling als een klucht. „Wij vinden dat de geschiedenis die stijl rechtvaardigt. De hele affaire is op het kluchtige af.”

U laat een aantal kopstukken uit de geschiedenis van Albert Heijn samenkomen op het Britse landgoed Pudleston Court van de oude Heijn, waar de geest van Gerrit Jan nog rondwaart. Waarom?

„Het was een te mooi theatraal gegeven om te laten liggen. Een stuk situeren in zo’n oud Engels kasteel, vraagt ook om een bepaalde, bijna Britse toneelstijl. De geest van Gerrit Jan Heijn voeren we op omdat het past bij zo’n spookkasteel, maar natuurlijk ook omdat het zo’n belangrijke, dramatische gebeurtenis is in de geschiedenis van de familie Heijn.”

Ook Cees van der Hoeven duikt daar op, nadat de fraude bekend is geworden.

„Flauwekul natuurlijk, hij is daar nooit geweest.”

In werkelijkheid toog hij direct naar ski-oord Lech, waar hij door de Telegraaf werd vastgelegd met een biertje in een viersterren hotel.

„Dat zat eerst wel in het stuk, maar het werd te veel, we moesten kiezen. Er zit nu nog wel een grapje in over Lech, maar die verwijzing wordt door de meeste toeschouwers überhaupt niet begrepen.”

U heeft er ook voor gekozen Michiel Meurs, toen financieel bestuurder bij Ahold en veroordeeld voor de fraude, niet als personage op te voeren.

„Klopt, net zo min als Jan Andreae en Henny de Ruiter. Als toneelpersonages zit er toch kraak noch smaak aan die mannen? Dan zijn de oude Albert Heijn en zijn excentrieke Oibibio-neef Ronald Jan veel interessanter. Als je puur naar de betrokkenen bij de fraudezaak kijkt, dan zit er maar één kleurrijke figuur tussen: Cees van der Hoeven. Die waande zich onaantastbaar, een zonnekoning. En hij begrijpt nog steeds niet dat hij iets verkeerds heeft gedaan. Over zulk gedrag gaat onze voorstelling.”

Anders dan bij ‘De Vastgoedfraude’, gaat het in dit stuk maar zijdelings over de fraude. Waarom?

„Wij hebben het geprobeerd, maar dan haakt het publiek massaal af. Daarom nemen we nu de fraude als aanleiding en zoomen dan uit: naar het klimaat waarin de fraude kon gebeuren. Dan gaat het over iets dat iedereen herkent: hoe de gezellige buurtsuper Albert Heijn een cynisch concern is geworden. We willen de ontwikkeling laten zien van het integere, idealistische ondernemen waar Albert Heijn ooit voor stond, het Rijnlandse model, naar het Angelsaksische van Thatcher en Reagan, waarin het alleen nog maar om de aandeelhouders gaat.”

Dat is ook nog behoorlijk abstract voor toneel.

„Ja, maar wij brengen het heel dicht bij het publiek. Iedereen winkelt bij Albert Heijn en wil voor een dubbeltje op de eerste rang. Maar dan krijg je inferieure producten en gesjoemel. Zolang wij maar 1,20 euro voor een brood willen betalen, hebben we allemaal boter op ons hoofd. Daar spreken wij het publiek rechtstreeks op aan.”

Koopt u zelf nog bij Albert Heijn?

„Zo min mogelijk.”

Als cabaretduo Van Houts en De Ket trad u eens op bij Ahold, voor veel geld. Spijt u dat nu?

„Absoluut niet. Met dat soort klussen maak ik onder meer deze voorstelling weer mogelijk.”