Renzi moet ‘laatste kans’ Italië grijpen

Italië is niet meer bang voor een ‘kleine dictator’.

Matteo Renzi heeft er zin in. Nadat hij zaterdag was beëdigd als premier, stond hij uitgelaten en grappend de pers te woord. Zondagmorgen hield hij, de jongste premier ooit in Italië, van het jongste kabinet ooit, een kort twitterspreekuur, strooiend met uitspraken die duidelijk moeten maken dat hij ernst wil maken van zijn belofte van snelle hervormingen.

Het is „de laatste kans” voor Italië, schreef La Stampa. Al jaren lukt het ook premiers die hervormingen beloofden, niet goed om die door te zetten. De ‘professor’ Mario Monti, aangetreden in november 2011, wist wat er moest gebeuren maar was te weinig politicus. En Enrico Letta, premier sinds april 2013, bleek vooral een bemiddelaar.

Met een jonge en betrekkelijk onervaren ministersploeg wil de 39-jarige Renzi nu aan de slag. Een premier heeft in Italië formeel minder bevoegdheden dan in Engeland of Duitsland. Maar Renzi wil die ruimte oprekken, zoals hij ook als burgemeester van Florence heeft gedaan. Daarom heeft zijn kabinet geen vice-premier. En echte zwaargewichten die hem het licht zouden kunnen ontnemen, ontbreken in de nieuwe regering – op minister Padoan op Economie na.

Renzi als kleine dictator? In Florence leidde zijn nadrukkelijke manier van leidinggeven tot veelvuldige wisselingen van wethouders. De krant La Repubblica ziet het gevaar, maar denkt ook dat Renzi van veel Italianen het voordeel van de twijfel krijgt: „Misschien zijn we op een van die momenten aangeland waarop de Italianen bereid zijn iemand die een beetje dictator is te verdragen.’’

Vandaag en morgen zou hij het vertrouwen van het parlement vragen. Hij heeft daar de onverdeelde steun van zijn eigen partij en van een kleine centrum-rechtse partij nodig. „De koorddanser staat op de draad, alleen en zonder vangnet”, schreef Ezio Mauro, hoofdredacteur van La Repubblica. „Laten we hopen dat het hem lukt: na hem resten alleen de populistische clowns.”