Lessen van je moeder

Nu Siebe les krijgt van zijn moeder, is zijn rekenachterstand royaal ingelopen. De Partnerschapschool combineert een-op-eenonderwijs door een ouder met gewoon groepsonderwijs. Goed voor iedereen.

Ingrid geeft haar zoon Siebe les op de Partnerschapschool in Vlijmen.
Ingrid geeft haar zoon Siebe les op de Partnerschapschool in Vlijmen. Foto Merlin Daleman

Terwijl hij geconcentreerd naar het gedicht in het taalboek kijkt, balt Siebe (8) zo nu en dan heel even zijn vuist om de duim van zijn moeder Ingrid. „Welke woorden herhaalt de schrijver heel vaak?”, vraagt Ingrid. „Vuur en draak”, zegt Siebe na een tijdje. „Goed zo”, zegt Ingrid. „Schrijf die twee woorden maar op in je schrift.”

Het is tien uur ’s ochtends op basisschool De Bussel in het Brabantse dorpje Vlijmen, een school met 322 leerlingen op een steenworp afstand van de dorpskerk. Deze ochtend zitten twee leerlingen – normaal drie, maar een van hen is vandaag ziek – niet in hun eigen klas. Sinds eind vorig jaar krijgen zij vier ochtenden per week les van hun moeder in een aparte ruimte; ’s middags en op woensdagochtend zitten zij in hun eigen klas. Leerkracht Joris Spekle is altijd in de buurt voor als de ouders een vraag hebben.

De Bussel, een ‘witte’ school met veel hoogopgeleide ouders, is één van de vier scholen in Nederland waar ouders die dat willen sinds kort hun kind kunnen onderwijzen – onder begeleiding en volgens strenge instructies.

Aan het experiment met de naam Partnerschapschool nemen slechts 23 leerlingen deel. „Maar over anderhalf jaar zal het op al onze scholen heel normaal zijn dat ouders hun kinderen begeleiden”, zegt Henk van der Pas. Hij is directeur van Scala, waaronder veertien basisscholen in de Brabantse gemeente Heusden vallen.

Veel ouders blijken geen tijd te hebben om vier hele ochtenden op school door te brengen. Daarom zijn inmiddels varianten bedacht. Zo is het mogelijk je kind alléén tijdens een bepaalde les individueel te begeleiden. Ook kan een bijspijkerprogramma worden samengesteld voor na school. „Maar dat doen we liever niet, want kinderen moeten ook nog tijd hebben om te voetballen of buiten te spelen”, zegt Van der Pas.

Doordat ouders – meestal moeders – een aantal kinderen begeleiden, gaat iedereen er volgens Spekle op vooruit. De leerlingen die met hun ouders werken, krijgen een-op-eenbegeleiding, de overige leerlingen krijgen meer aandacht van de leerkracht doordat de klas kleiner is. „Wij verwachten dat hierdoor het leerrendement van alle kinderen omhooggaat, terwijl de werkdruk voor de leerkracht afneemt”, vat Spekle de voordelen samen.

In een reguliere schoolklas komt niemand helemaal aan zijn trekken, weet hij uit ervaring. Spekle: „Niet de 20 procent slimmere kinderen, niet de 20 procent kinderen met een achterstand en ook niet de leerlingen die tot de middenmoot behoren.”

Siebe, vierdeklasser, zit met zijn moeder helemaal vooraan in het riante en lichte klaslokaal. Helemaal achterin – vele lege tafels en stoelen verder – leest een andere jongen de maanden van het jaar hardop voor aan zijn moeder. De twee leerlingen bemoeien zich totaal niet met elkaar.

Vorig jaar zat in dit lokaal nog een groep kleuters, maar die is opgeheven omdat er bijna geen kleuters meer zijn. „Met dit experiment hoopt de school ook nieuwe ouders te trekken”, zegt Spekle die de proef leidt.

Onder de eerste 23 deelnemers zitten opvallend veel ‘zorgleerlingen’, kinderen die te langzaam of juist te snel door de leerstof heengaan. Siebe heeft concentratieproblemen en raakte daardoor achter bij de groep, vooral met rekenen. Zijn moeder, die haar werktijden rond de vier ochtenden op school heeft geplooid: „Hij zit in een hele drukke klas van ongeveer dertig kinderen. Vaak had hij hierdoor zijn rekenwerk maar half af.”

Sinds Siebe een-op-eenbegeleiding krijgt van zijn moeder, gaat hij als een speer. „Siebe blijft veel beter bij de les als ik naast hem zit”, zegt Ingrid. „Hij krijgt de kans niet om af te dwalen.”

Volgens verschillende onderzoeken is een-op-eenbegeleiding de meest efficiënte manier om te leren. Het niveau kan precies worden afgestemd op de leerling, en eventuele denkfouten worden onmiddellijk ontdekt.

Ook bij Siebe werkt het goed. Vandaag maakt hij rekentaak 16 af, terwijl zijn klas pas bij taak 11 is. „Die voorsprong is fijn”, zegt Ingrid, „want als er straks een onderdeel komt waar hij veel moeite mee heeft, hebben we alle tijd om daaraan te werken.”

Alle leerlingen zijn geschikt voor deze vorm van onderwijs, zegt Van der Pas, maar niet alle ouders. Een hoog opleidingsniveau biedt geen garantie voor succes. De Scala-directeur: „Basisschool is voldoende. Iemand moet zich vooral dienstbaar kunnen opstellen. Stap voor stap kunnen uitvoeren wat de leerkracht heeft opgegeven, volgens de methoden van de school.”

Ingrid volgt nauwgezet het weekprogramma dat Spekle speciaal voor Siebe op een A-viertje heeft gezet. Vandaag staan rekenen, lezen en spelling op het programma. „Als ik ook maar de geringste twijfel heb over hoe ik een bepaald onderdeel moet aanpakken, trek ik Joris onmiddellijk aan zijn jasje”, zegt Ingrid.

Een ouder mag niet putten uit zijn eigen basisschooltijd. Dus geen ‘handige staartdeling’ aanleren als die niet in de rekenmethode voorkomt, want dan raakt een kind in de war. Nóg erger is het als een ouder zijn eigen zwakheden op zijn kind projecteert. Spekle: „Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Ik was ook altijd slecht in rekenen. Wij kunnen dat gewoon niet.’ Als ik dat soort opmerkingen blijf horen, ook na een goed gesprek, maak ik een einde aan de samenwerking.”