Opinie

Lenin moet zo snel mogelijk van sokkel

De slag om Lenin in Charkov, in ‘Nieuwsuur’
De slag om Lenin in Charkov, in ‘Nieuwsuur’

Waarom overtreffen Jelle Brandt Corstius en regisseur Hans Pool zichzelf in de serie De bergen achter Sotsji (VPRO)? Ogenschijnlijk verschilt de reisserie door de Kaukasus immers niet veel van de eerdere twee door de voormalige Sovjet-Unie en die in India.

De timing is natuurlijk uitstekend, zo rond de Olympische Winterspelen van Poetin. Het tweetal raakt steeds meer ervaren in het genre en de kale, groene bergen van Noord-Georgië of het uitzicht op de Ararat vanuit Jerevan zorgen voor adembenemende plaatjes.

Ik denk dat de belangrijkste reden een andere is. Brandt Corstius is opgehouden zich namens ons te verbazen. Met grote vanzelfsprekendheid en stille affectie omarmt hij de manisch-depressieve omgangsvormen in het voormalige Sovjetrijk: zowel de Tsjetsjenen die zich tot de ware islam hebben bekeerd als degenen die daar moeite mee hebben, omdat ze dan niet meer mogen dansen en zingen. Hij praat met de moeder van een in Syrië gesneuvelde Tsjetsjeen. Ze mag niet huilen, droeg hij haar streng op in zijn afscheidsbrief. Jelle zoekt de dood ook op in het ontvolkte Armenië, waar de werkloze jeugd massaal naar Rusland vertrekt. De man die de grafstenen van afbeeldingen voorziet heeft nog het meeste werk.

Alle Kaukasiërs moeten kiezen hoe zich te verhouden tot de Russen, zowel de Georgische en Tsjetsjeense vijanden als de Armeense vrienden. En wij moeten leren hoe het daar nu toch precies in elkaar steekt. Twan Huys weet veel van Amerika, maar in Nieuwsuur, de enige rubriek die goed en consequent de Oekraïense revolutie verslaat, noemt hij de stad waar de president naar vluchtte „Sjarkov” en oud-premier Joelia Timosjenko „de voorgangster” van president Viktor Janoekovitsj.

Charkov is nu de plek waar je als journalist zou willen wezen, omdat de verhoudingen daar bepalen hoe het verder zal gaan. Eelco Bosch van Rosenthal kampte er met een slechte verbinding, zodat zijn stand-upper in het water viel. Wel maakte hij op zijn eerste dag een voorbeeldige reportage, over de slag om het standbeeld van Lenin. Tot nu toe werden in Oekraïne diens beelden vooral met zilververf overgespoten of van een arm beroofd, maar de burgemeester en gouverneur van Charkov hadden hun hielen nog niet gelicht, of daar eiste het volk de onmiddellijk verwijdering van het symbool, vooralsnog omgeven door pro-Russische betogers. Twee Russischtalige dames schelden in het voorbijgaan Oekraïense revolutionairen uit als „niet zo intelligent als wij”, een bekende typering door Russen van autochtone bewoners van de buitengewesten (of vroeger door kolonialen van inlanders).

Nieuwsuur filmde een vergadering van de plaatsvervangende gouverneur met boze demonstranten die Lenin omver willen halen. Kan het niet twee dagen wachten? Dan kunnen de autoriteiten de bouwtekeningen raadplegen, om te zien of er geen kabels doorheen lopen.

En dan is de burgemeester ineens weer terug op het plein. Het was geen vaandelvlucht, maar een tijdelijke afwezigheid, voor nader overleg aan de Russische kant van de grens. Die Lenin, die staat er nog wel even, zo concludeert Bosch van Rosenthal.