Laat andere naties maar sneller gaan schaatsen

De Olympische Spelen van Sotsji zitten erop en voor Nederland geldt: nimmer was het zo succesvol op de Winterspelen. Op de sportieve balans staan 24 medailles die Nederland behaalde. Bij het langebaanschaatsen gingen 23 van de 36 medailles naar de Nederlanders. Het is wellicht door een calvinistisch trekje dat hier de vraag rees of deze successen geen schaduwkant hebben: als één land een sport zo domineert, heeft die sport dan wel een internationale en dus olympische toekomst? Noorwegen kent die twijfel niet, ook al heersten de Noren bij het langlaufen en eindigde dat dunbevolkte land (vijf miljoen inwoners) op de officieuze medaillespiegel ruim boven Nederland. Ook in Canada zijn er geen klachten over de bijna vanzelfsprekende overwinningen die dit land bij het curling boekt en in Oostenrijk werd in het verleden evenmin bekommerd gedaan over de vele medailles die het toen bij het skiën behaalde.

Het is de eerste keer sinds de Winterspelen bestaan – dus sinds 1924 – dat Nederland het langebaanschaatsen zo overheerste. Vier jaar geleden, in Vancouver, haalden de Nederlandse schaatsers zeven medailles, in Turijn (2006) negen en in Salt Lake City (2002) acht. Het is dus veel te vroeg om conclusies te trekken uit de heerschappij die de Nederlanders in de Adler Arena bij Sotsji etaleerden. En overigens: een land mag zijn sportsuccessen vieren, wie er niet van houdt kan ze negeren, en daarna gaan we weer over tot de orde van de dag.

Het is vanzelfsprekend primair aan andere schaatsnaties om te proberen de achterstand te verkleinen die ze op Nederland hebben opgelopen. Vooral de Scandinavische landen laten het er al jaren bij zitten, een enkele oprisping daargelaten. Ook Duitsland is nu ver teruggevallen. Daar staat tegenover dat Rusland, mede dankzij de bouw van moderne overdekte ijshallen, in opkomst is en zeker Polen, al is er in dat land een betere infrastructuur nodig om tot meer dan incidentele successen te komen. Met de Winterspelen van 2018 in Pyeongchang voor de boeg is te voorzien dat Zuid-Korea en andere Aziatische landen eveneens begerig zullen zijn om op de schaatsbaan olympische medailles te veroveren.

Dat wil niet zeggen dat de schaatssport zich niet op zijn toekomst moet beraden. Buiten Nederland is de publieke belangstelling structureel te gering, en dat is een vraagstuk dat de internationale schaatsfederatie ISU terecht in ogenschouw heeft genomen.

De Olympische Spelen in Rusland zitten erop. Organisatorisch zijn ze goed verlopen. Intussen sneuvelden in buurland Oekraïne burgers die een zaak bevochten van meer belang. Het was, niet verrassend, blijkbaar te veel gevraagd van de Russen om de slotceremonie om die reden in gepaste soberheid uit te voeren.

Correctie (25 februari 2014): De Winterspelen van 2018 vinden niet plaats in Pyongyang (de hoofdstad van Noord-Korea), zoals in een eerdere versie van dit artikel abusievelijk werd vermeld, maar in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang.